‘Korea zit in mijn bloed’

Honderden geadopteerde Zuid-Koreanen stromen deze week samen in Seoul. „Alleen andere geadopteerden begrijpen hoe ik me voel.”

„Ik voel me als een vierkant dat in een rond gat wordt gestopt: het past niet”, zegt Shannon Saltzgeber uit Florida. „Ik hoor niet echt in de Verenigde Staten. Maar ook niet hier, in Korea.”

Salzgeber is een van de honderden geadopteerde Koreanen die deze week samenkwamen in het land waar ze geboren zijn. „Veel geadopteerden moeten dezelfde gevoelens hebben als ik”, zegt ze.

David Ahamon uit Frankrijk, accountant in het dagelijks leven, valt haar bij. „Ik merk dat ik me bij andere Koreaanse geadopteerden het meest op mijn gemak voel.”

Sommigen komen naar Korea om hun biologische ouders te zoeken. Anderen om meer te leren over hun moederland, of om te kijken of ze er kunnen werken. Per jaar trekken zo’n 4.000 geadopteerden om die redenen naar Zuid-Korea.

De terugkomers worden niet altijd met open armen ontvangen. De Koreaanse maatschappij is sterk confucianistisch, wat betekent dat er een grote nadruk wordt gelegd op familiebanden en een ’pure’ bloedlijn. Van geadopteerden is het daarentegen juist gissen welke achtergrond ze hebben.

„Maar nu we hier met zijn allen zijn, zit er voor de Koreaanse samenleving niks anders op dan ons te erkennen”, zegt Charlotte Gullach uit Denemarken. „Wij zijn volwassenen met twee culturen, die misschien kunnen helpen bij de ontwikkeling van het land.”

De drang bij geadopteerde Koreanen om naar het moederland te trekken, is sterk. „Het land zit in mijn bloed”, verklaart een geadopteerde Nederlander, die niet met zijn naam in de krant wil. „Hier zijn mijn wortels”, zegt de Frans-Koreaanse David Ahamon.

Anderen hebben een meer praktische verklaring. „Adoptie uit Korea is al heel lang gaande, al vanaf het einde van de Koreaanse oorlog, die duurde van 1950 tot 1953”, weet Liselotte Birkmose uit Denemarken, bestuurder bij de internationale vereniging van Koreaanse geadopteerden, de IKAA. „De organisaties die in de tussentijd zijn opgericht, hebben genoeg tijd en ervaring kunnen opbouwen om goede informatie aan de geadopteerden te geven. Hen te helpen met vragen over hun moederland, of met vragen over biologische ouders. Dat maakt het voor hen gemakkelijker, hun moederland te bezoeken.”

„Alleen in rijke, welvarende landen is adoptie populair”, zegt de Koreaanse-Nederlander. Die kunnen het zich veroorloven, denkt hij – in materieel, sociaal en geestelijk opzicht.

Volgens de Deense Charlotte Gullach is het makkelijker om in de Verenigde Staten op te groeien als geadopteerde, dan bijvoorbeeld in Denemarken.

„Denemarken is een heel homogeen land: er zijn weinig buitenlanders. Je valt op, en het is moeilijk om helemaal te integreren. De Verenigde Staten zijn veel multicultureler. En er bestaat een veel grotere Koreaanse gemeenschap daar. Je kunt jezelf heel makkelijk daar bij voegen.”

Dat verschil verklaart volgens haar ook dat het aantal Europeanen onder de terugkerende adoptiekinderen relatief groot is. „Juist omdat we niet dezelfde toegang hebben tot de Koreaanse cultuur in Denemarken, is het voor ons belangrijker om hier te komen, in Korea.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden