Koranverzen over jodendom hebben niets te maken met antisemitisme

NUWEIRA YOUSKINE

Het is schering en inslag. Zodra zich in het Midden-Oosten weer een drama afspeelt, maken kwaadaardige figuren er een religieuze mengelmoes van, en voor je het weet zijn nieuwe beelden geboren. Zo bestaat in ons collectieve onderbewuste een joods-islamitische patstelling. Vijandigheid vanuit de wortel. 'Islamitisch antisemitisme' is inmiddels bijna een staande uitdrukking geworden. Dat is op zoveel manieren een problematische uitdrukking, dat een analyse ervan niet in een paar zinnen gedaan is.

De belangrijkste implicatie is er wél uit te halen en die gaat ongeveer als volgt: de islam verwerpt vanuit de bron het jodendom, daarmee het Joodse volk en heeft daarmee een oervijandschap jegens Joden in het algemeen gecreëerd. Dat is natuurlijk een reeks bizarre aannames, die alleen maar kan komen uit de koker van mensen die een heilige tekst tot politiek pamflet willen manipuleren.

Want welke houding is er in de Koran nu eigenlijk te vinden jegens het jodendom? Het is helemaal niet zo ingewikkeld. Alles wat erover geschreven staat, is in het kader van de nieuwe godsdienst (de islam) die zich als het ware moest ontwikkelen op de schouders van de oude godsdiensten (met name jodendom en christendom).

In dat licht spreekt God in de Koran ook de joodse gelovigen teleurgesteld toe, als een vader die zijn favoriete kind, waarvan hij zoveel hoge verwachtingen koesterde, het verkeerde pad op ziet gaan.

Zo vraagt God de Joodse stammen ergens vertwijfeld: 'Kunnen jullie je niet herinneren, dat ik jullie boven alle anderen had verheven?'

Of hij herinnert aan een afspraak: 'We hadden een overeenkomst met de kinderen van Israël: aanbidt niemand dan God, wees goed voor uw ouders, familie, de wezen en de armen... Bidt en geef aalmoezen... maar sommigen van jullie keerden je van dit alles af.'

Soms vloeit de teleurstelling over in boosheid - deze emoties blijken nu eenmaal dicht bij elkaar te liggen. Dan kunnen we bijvoorbeeld het zinnetje met de beruchte 'apen-metafoor' lezen, dat zegt: 'Weest als apen, verachterlijk!' Hier wordt gesproken tegen Joodse individuen die de Sabbat niet eerbiedigden, en zich meer bekommerden om materiële zaken dan om God.

Zo kun je nog wel even doorgaan, want er zijn zo'n zestig verzen over of gericht aan het Joodse volk, en nog meer in combinatie met de andere mensen van het boek, de christenen.

Wat al die verzen bij elkaar willen zeggen is heel duidelijk: de nieuwste (islamitische) godsdienst bood de mensheid een optie om weer op het juiste goddelijke spoor te komen. Dat daarbij verwezen werd naar wat er vroeger niet goed ging en hoe het beter kon, is niet meer dan logisch.

En dat die verwijzingen alles te maken hebben met het in stand houden van de aanbidding van God en niets met een modern concept als antisemitisme, moet zelfs de meest onwelwillende koranlezer toch duidelijk zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden