Naschrift

Koos Vos (1927-2017): vrij en veilig op de heide

null Beeld RV
Beeld RV

Nederlands eerste vrouwelijke schaapherder Koos nooit de makkelijke weg. Ook kon ze voor anderen onvoorspelbaar en moeilijk zijn. Koos Vos 1927-2017.

Voor Koos Vos bleef een verwarrende jeugd verbonden met haar latere leven. Sommige antwoorden op haar vragen kwamen laat, andere nooit. Altijd hield ze een zekere afstand met de buitenwereld, liefst eenvoudig levend tussen haar dieren op de heide.

Typerend was het stille afscheid op eigen verzoek, met een select gezelschap rond haar graf dat 'Laat me mijn eigen gang maar gaan' aanhief. Op de kaart één verwijzing naar een levende, Tchihua, haar hondje dat haar deed struikelen. De revalidatie van een gebroken heup kon ze niet meer overzien.

Koos ging vanaf haar jongste jaren haar eigen gang. Op haar twaalfde riep ze dat ze boer wilde worden. Niemand die daarop serieus reageerde. Een verklaring waarom ze zich aangetrokken voelde tot dieren zou pas jaren later uit onverwachte hoek komen.

Dat was tijdens de gelukkigste periode van haar werkzame leven, in de jaren zestig, begin zeventig, toen ze twaalf jaar lang op landgoed Hoog Buurlo schaapherder was. Op een zondag ontmoette ze op de heide een tachtigjarige man die zei dat ze hetzelfde beroep had gekozen als haar grootvader, van wie hij de jongste broer was.

Dat haar grootvader herder was geweest, had haar vader nooit verteld. Ze vroeg zich af of dat vak in haar genen kon zitten. Op de lagere school had ze nooit kunnen meezingen met 'Op de grote stille heide dwaalt een herder eenzaam rond'. Dat maakte te veel emoties los, al had ze nooit een schaapkudde of herder gezien.

Wat miste ze nog meer van haar verleden, bijvoorbeeld van dat van haar moeder? Gerry de Rooij had een moeilijke jeugd met een vader die dronk en financiële problemen had. Vaak sprong haar grootmoeder bij, Matje Wetterouw, onwettig maar erkend kind van koning Willem III.

Doodgezwegen

Na een verloving van tien (!) jaar trouwde Gerry in 1926 met Lambertus Vos, al gebeurde dat volgens haar zus Martha in wanhoop. Een jaar later gaf deze gemeenteambtenaar uit Tiel zijn enige kind als een van haar voornamen Vroombrouck, de adellijke achternaam van Koos' oma van moeders zijde.

Gerry kon de zorg over haar dochter niet aan en werd nog voor Koos' eerste verjaardag opgenomen in een psychiatrische inrichting. In de jaren dertig bezocht Koos haar moeder eenmaal en zou haar daarna nooit meer zien voordat ze in 1945 overleed.

Haar moeder werd thuis doodgezwegen. Een latere zoektocht naar haar dossiers leverde niets op. Toen Koos in 2014 werd benaderd met de vraag of haar levensverhaal mocht worden opgeschreven, wilde ze een boek. Haar titelsuggestie: 'Mama waarom?'

Dieren eerst

Koos ervoer haar vader en stiefmoeder Sien als liefdeloos, voor beiden was ze bang. Ze wilde een jongen zijn, zoals ze door haar vader werd opgevoed. Terwijl Sien haar kleedde als een meisjespop.

Liefst ging ze slootjespringen of voetballen. Haar fijnbesnaardheid bleek uit het spelen van piano. Zelfs in haar primitieve onderkomens stond zo'n instrument. Bovenal zag ze dieren verzorgen als haar roeping. "Eerst de schapen, dan de honden, dan de rest van de menagerie en dan pas ik."

Koos wist wat ze wilde, tussen zwart en wit zat geen gradatie. Haar vader stuurde haar naar het gymnasium, waar ze er met de pet naar gooide. Tijdens de lessen deed ze stiekem een cursus dierenverloskunde. Na school ging ze helpen op een nabijgelegen boerderij, of verzorgde dieren die ze zelf kocht.

Zeker in de oorlog had ze die vrijheid, tot ze moest onderduiken omdat haar vader als verzetsman was verraden. Ze bivakkeerde met andere mensen in een kelder, in de steek gelaten door haar stiefmoeder. Buiten was ze onherkenbaar in de mannenkleding die ze haar verdere leven zou dragen.

Tekst loopt door onder afbeelding

null Beeld RV
Beeld RV

Primitief leven

Thuis was ze dienstmeisjes gewend geweest. Alsof ze zich tegen dat verleden wilde afzetten, leidde ze een primitief leven. Op diverse boerenbedrijven leerden ze tijdens ellenlange werkdagen tegen kost en inwoning het boerenambacht. Zo wilde Koos zich niet laten misbruiken. In 1950 pachtte ze grond in Voorthuizen, timmerde een gammel onderkomen en hokken voor haar kalfje, kippen en ezeltjes, en ging groenten verbouwen.

Toen de grondeigenaar na zes jaar weigerde de pacht te verlengen, openbaarde zich haar onvoorspelbare koppigheid. Tot driemaal toe won ze een rechtszaak om het gebruik van de grond. Om er vervolgens toch te vertrekken, naar Putten waar de VVV iemand zocht die in 't Lemen Huus op ouderwetse wijze een bedrijfje wilde voeren. Haar kudde van 25 schapen leverde daar echter onvoldoende op om te overleven.

Bovendien was ze er niet graag gezien omdat ze samenwoonde met een vrouw. Daarop werd ze later ook in andere woonplaatsen op de Veluwe aangekeken. Rond 2007 werd ze in Zwartebroek beschoten nadat ze op verzoek van de Partij voor de Dieren een wervingsadvertentie in een landelijk dagblad had geplaatst. De daders waren agrariërs uit de bio-industrie, vermoedde zij.

Het maakte haar wantrouwen tegenover de buitenwereld alleen maar groter. Mede vanwege gezondheidsproblemen vertrok ze met haar toenmalige vriendin Joke naar Garderen, waar ze aan de rand van de heide een caravan betrok. In een houten huisje had ze een enorme voorraad eten opgeslagen uit angst voor een nieuwe wereldoorlog.

Te voet

Als eerste vrouwelijke schaapherder in Nederland woonde ze op landgoed Hoog Buurlo in een voormalig boswachtershuis zonder elektriciteit en stromend water. Ze was zelfvoorzienend met een houtkachel als verwarming en fornuis, een takkenbosoven om brood te bakken en regenwaterputten die in tijden van droogte door de brandweer werden gevuld.

Jaarlijks betaalde Staatsbosbeheer 1450 gulden (geen 700 euro) voor het onderhoud van de heide, vele malen minder dan mannelijke herders kregen. Ze overleefde omdat ze brutaal was en het vanzelfsprekend vond - was het haar adellijke bloed?- dat anderen dingen voor haar regelden. Dankzij enige landelijke bekendheid, ze was gast in het tv-programma 'Voor de vuist weg' van Willem Duys, kreeg ze marktverkopers zover dat ze resten fruit en groenten tegen dumpprijzen aan haar verkochten.

De tocht van meer dan tien kilometer naar het jaarlijkse schaapscheerderfeest in Uddel maakte ze te voet. Het inladen in vrachtwagens vond ze te stressvol voor haar schapen. De NS was waakzaam bij het oversteken van de spoorlijn; de marechaussee regelde het verkeer op de Amersfoortseweg voor de oversteek naar Kroondomein Het Loo.

Lange tijd werd haar illegale boerenbedrijf op de heide gedoogd, zodat ze het hoofd financieel boven water kon houden. Een wisseling van de wacht bij Staatsbosbeheer en verkoop van grond verdreven haar uit haar geliefde beroep. Dankzij haar zuinigheid kon ze met haar 15.000 gulden spaargeld een verwaarloosde boerderij in Zwartebroek kopen die zij omdoopte tot Het Zwarte Schaapskot.

Twee persoonlijkheden

Op de drassige blauwgrasland groeiden zeldzame orchissoorten. Koos Vos en Joke de Bondt beschermden het gebied (omgedoopt tot De Bondte Vos) tegen verkoop als landbouwgrond. Dat bleek later lucratief bij de verkoop van de boerderij, die voor de grond werd overgenomen door Vereniging Natuurmonumenten.

Alles wat ze zielig vond, kon op haar zorg rekenen. Daarbij kwam impulsiviteit en naïviteit Koos soms duur te staan. De kleinzoon van haar buren kon door geldgebrek zijn huis in Mali niet afbouwen, en zich daarom daar niet met zijn vrouw Aoua vestigen.

Samen met de Afrikaanse toog Koos naar Mali, om daar bij het zien van een half afgebouwd huis voor 30.000 gulden contant aan Franse francs aan de 'aannemer' te overhandigen. Al snel vernam ze dat Aoua in de gevangenis had gezeten wegens oplichting.

Koos had twee persoonlijkheden. Enerzijds was ze liefdevol en gevoelig. Dat uitte zich in de periode dat ze haar zieke geliefde Joke op haar sterfbed verzorgde. Het uitte zich in haar liefde voor natuur en ook cultuur. Ze bezocht graag pianoconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw en had contact met bekende pianisten.

Anderzijds was er haar onredelijke kant. Ze kon zonder aanleiding vriendinnen buiten de deur zetten en in brieven vernietigend uithalen als iets haar niet zinde. Om bij gewenste hulp in te binden, zonder zich kennelijk te beseffen wat ze een ander had aangedaan.

Jacoba Willemina Vroombrouck Vos werd op 28 november 1927 geboren in Tiel en overleed op 13 april 2017 in Harderwijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden