Koos van den Akker 'I like Koos'

Koos van den Akker (Den Haag, 1939) is modeontwerper. Hij vestigde zich in 1968 in New York en maakte naam met een eigen kledinglijn. Hij brak door bij een groter publiek toen Bill Cosby op televisie truien van 'Koos' ging dragen.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Mijn ouders waren christelijk gereformeerd. Mode, waar ik als jongetje al in was geïnteresseerd, was iets van de duivel. Toen ik een jaar of vijftien, zestien was, heb ik mijn probleem een keer voorgelegd aan een oecumenische dominee die bij een vriendje van de kerk op de koffie kwam: 'Kan ik doorgaan met kleren maken en tóch bij God blijven horen?' Hij dacht even na en zei toen: 'Zo lang je maar jurken met mouwtjes maakt en niet voor publieke vrouwen gaat werken, is het wel okay.'

Die man, een jonge vent nog, wist natuurlijk helemaal niet wat hij er mee aan moest. Het probleem van al die religies is dat ieder geloof zijn eigen set of rules heeft, terwijl we in feite allemaal hetzelfde willen: dat er voor ons wordt gezorgd.

Er is geen hemel en geen hel. Geen poort waar je doorheen moet en dat je dan je moeder weer terugziet en dat soort gedoe, maar... Er zijn nog zoveel vragen. Waar komen we vandaan? Leven we hier echt maar zeventig of tachtig jaar en is dan alles voorbij? Er móet iets zijn, maar wat het is? I don't know. Noem het God. Ik denk wel eens dat het mijn gestorven vrienden zijn die daar, ergens, bij elkaar komen en dan bedenken: wat zullen we vandaag eens voor Koos gaan doen?

Als ik het moeilijk heb, vraag ik om hulp. En het rare is dat ik nog word geholpen ook. Soms ben ik een verwend kreng en dan corrigeer ik mezelf: O shut up, dit is toch helemaal geen vraag waard? Maar dat contact - met wie of wat dan ook - voel ik altijd. Krankzinnig, toch? Zie je mijn arm? Ik heb er gewoon kippevel van gekregen."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"De massa is een vreselijk ding, gevaarlijk ook. Ik heb respect voor mensen die er bovenuit steken, interessante mensen die iets hebben bereikt. People like me, sure! Ik ben bijzonder, daar kan ik verder ook niet veel aan doen. Bill Cosby heeft mijn truien op televisie gedragen, Liz Taylor kocht kleren bij mij, Bette Midler heeft bij ons gegeten en Andy Warhol kwam regelmatig naar Madison Avenue om mij zijn tijdschrift Interview te geven en een beetje te kletsen over zijn werk. Natuurlijk is dat leuk. Natuurlijk is het leuk als Liv Ulman 'Hi Koez!' roept als ze je in een warenhuis tegenkomt, maar dat is het alleen omdat we als vrienden met elkaar kunnen omgaan. Adoratie, daar doe ik niet aan."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Fuck, shit and all that: het komt er bij mij nogal makkelijk uit, maar het is alleen maar taal. Nee, ik hoor geen echo uit mijn verleden als ik Gods naam ijdel gebruik. Die God uit mijn jeugd is helemaal verdwenen en Jezus was niks anders dan een irritante troublemaker die niet paste in zijn tijd - waarom zou ik mij daar iets van aantrekken? Okay, ik zal niet... nee, ik wou zeggen: ik zal niet vloeken in het bijzijn van gevoelige mensen maar dat is niet waar. I don't care. I really don't."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Werk staat bovenaan. Werk is mijn vertrouwen, dat is waar ik naartoe ren, waar ik veilig ben. In mijn kamertje, met mijn naaimachine, en de deur dicht. Als ik niet meer kan werken, is mijn leven zinloos."

VEer uw vader en uw moeder
"Mijn vader was een kolenboer. Hij reed om vier uur 's ochtends, met zo'n houten kar en een paard ervoor, naar het spoor, waar hij zijn kolen ophaalde. Als hij om half vijf thuis kwam - een grote, vieze, zwarte man - ging hij zich in een teil staan wassen. Daarna aten we aardappels en boontjes en gingen we naar bed. Op zondag zaten mijn vader en moeder bij het raam en hielden via de spionnetjes hun buren in de gaten.

Mijn ouders waren stille mensen die elkaar helemaal niets te vertellen hadden. Goede, eerlijke mensen maar dodelijk saai. Mijn vader was wel lief, maar mijn moeder kon een kreng zijn. Dat kwam natuurlijk door de oorlog. We hadden maandenlang Joodse onderduikers gehad, zij moest op de fiets de polder in om eten te halen; het was een zenuwslopende tijd geweest, maar ze gebruikte die oorlog later ook om haar zin te krijgen, of haar frustraties bot te vieren. Mijn vader had slechts één genoegen: donderdagavond zingen in het koor. En op die avond had mijn moeder altijd ineens last van hoofdpijn of zo waardoor hij thuis moest blijven om voor haar te zorgen. Nee, ik nam het niet voor hem op. Ik sprak nauwelijks met hem. We waren gewoon te verschillend.

Ik hield niet van mijn ouders, ik zeg het je eerlijk. Mijn twee oudere zusters - nu 77 en 80 jaar oud - waren jaloers op mij, het lulletje, omdat mijn moeder tegen mij altijd heel lief deed. Ik heb haar, toen ik in New York woonde, ieder jaar over laten komen. Gewoon, voor de aardigheid. Of misschien omdat ik haar wilde laten zien dat het goed met mij ging.

Ik heb wel mijn best gedaan voor mijn ouders, hoor. Nadat ik een tijdje in Parijs had gewerkt, begon ik in Den Haag - met het geld van mijn vader - een modewinkel. Ik wilde dat hij trots op mij was en er het beste van maken, maar tegelijkertijd voelde ik mij benauwd, en opgesloten in Holland.

Op een dag was ik na sluitingstijd nog in de winkel. Er zou een klant langskomen. Mijn vader was er ook, om een paskamer te maken. Ineens zag ik hem van de ladder af vallen. Hij lag bewegingloos op de grond. Ik raakte niet in paniek, maar ik had geen idee wat ik moest doen. Ik belde Auke, een vriend bij wie ik toen in huis woonde, en die kwam onmiddellijk. 'We moeten de hulpdienst bellen,' zei hij, 'en de dominee.' De hulpdienst was er als eerste. De verpleger boog zich over mijn vader heen, voelde zijn pols en zei: 'Uw vader is overleden.' En het gekke is: het betekende helemaal niets voor mij. Ja, het betekende: nu kan ik eindelijk weg hier. En zo is het ook gegaan. Kort na mijn vaders dood, eind jaren zestig, ben ik naar New York gegaan.

Hoe oud hij is geworden? Geen idee. Zestig, of zo? Listen, we waren gewoon niet in elkaar geïnteresseerd. Ik heb wel respect voor hem, hij was een hardwerkende, eerlijke man, die feitelijk een rotleven heeft gehad.

Er is één verhaal dat ik wel mooi vind van hem. Tijdens de oorlog zat hij in het verzet, maar hij heeft daar nooit iets over willen zeggen. Toen ik een keer een boksbeugel vond en daar iets over vroeg zei hij: 'Daar heb je niets mee te maken.' De zes Joden die de hele dag onder de planken in de garage zaten en er alleen 's nachts onder vandaan kwamen om te eten, hebben allemaal de oorlog overleefd. Ze stuurden iedere verjaardag en tijdens de feestdagen kaarten vanuit Australië en Nieuw-Zeeland. Mijn vader heeft nooit geantwoord. Hij wilde er niets meer mee te maken hebben. Hij hield niet van Joden. Katholieken waren heidenen en Joden waren vies. Zo dacht hij daarover. Hij had hen alleen maar geholpen omdat het zijn plicht als christen was geweest."

VIGij zult niet doodslaan
"John, die drieëntwintig jaar mijn partner is geweest, was nogal een drama queen, dus toen hij hoorde dat hij aids had, riep hij meteen: 'Ik maak er een eind aan!' We woonden in een prachtig gebouw met een monumentaal trappenhuis. Daar zou hij vanaf springen. Ik zei: 'Please don't do that', en ik gaf hem een pil die ik van een vriend had gekregen. 'Als je die inneemt, ben je binnen een halve minuut dood. Doe het wanneer je wil, ik zal het begrijpen en je niets kwalijk nemen.' John werd ziek, steeds zieker, maar toen hij uiteindelijk in 1991 overleed, lag die pil nog altijd op het nachtkastje. Stom genoeg heb ik dat ding weer teruggegeven. Altijd makkelijk om achter de hand te hebben."

VIIGij zult niet echtbreken
"In de tijd dat ik John ontmoette was ik vreselijk alleen. Ik had geen vrienden, ik kon niet voor mezelf zorgen. Mijn kamer zag er verschrikkelijk uit, ik maakte nooit iets schoon, ik verzorgde mezelf niet. Het enige wat ik deed was werken, werken, werken. Er was niets huiselijks, niets koppie-koffie-achtigs aan mijn leven. John nam mij mee naar zijn huis. Ik stapte de kamer binnen en there it was: een bankstel waar een poes op lag te spinnen, overal boeken en mooie bloemen; a home. Nog meer dan naar John verlangde ik ernaar ergens thuis te zijn, bij iemand te horen. John zag - en dat bedoel ik niet vervelend - dat hij iets moois te pakken had: een man met een eigen zaak en mogelijkheden. Zelf had hij een lousy job en het liefst zou hij iemand hebben die ervoor kon zorgen dat hij een luxueus leventje kon leiden. Dat was ik. Sommige mensen hebben later gezegd dat John misbruik van mij heeft gemaakt, maar in feite heb ik precies hetzelfde gedaan. Je bent altijd met jezelf bezig, dat is gewoon zo.

John heeft mij verleid. Ik wist helemaal niet wat ik moest doen. We hadden seks and that was it. Hij was degene die het initiatief nam, die eerste keer en ook daarna. Ik ben een vrouw. Het klinkt misschien raar, maar zo is het echt: ik wil mezelf volledig geven aan een man.

John en ik waren gelukkig samen, maar de seks was niet goed. In bed kun je niet liegen. Op een dag zei ik: 'Doodle, this has to stop.' Ik stelde hem voor dat we elkaar vrij zouden laten, en dat we met andere mannen naar bed konden gaan zolang het ons leven samen maar niet zou verstoren. Eerst was hij bedroefd, maar al snel bleek hij veel seksueler te zijn dan ik. Hij hield ervan om geneukt te worden en dat had ik nooit gedaan. Het was kinderspel wat ik op mijn repertoire had staan en - dat neem ik hem wel kwalijk - John heeft mij nooit iets willen leren. Ik ben, wat dat betreft, tot mijn zeventigste zo groen als gras gebleven.

In dat jaar, achttien jaar na Johns dood, kwam er een enorme ommekeer in mijn leven. Marcel (Musters, vriend van Koos, AV) stuurde, bij wijze van verjaardagscadeau, Dominic bij mij langs voor een massage. Het was... sensational. Dominic is drieëndertig, maar hij valt op oude dikke mannen met baarden, dus ik was helemaal zijn type. Er gebeurde iets wat ik nog nooit had meegemaakt: ik werd letterlijk besprongen. Niet eerder in mijn leven had ik zo sterk het gevoel gehad dat iemand mij wilde. Being wanted.

Dat is de ultieme liefde. Eerst voelde ik mij ongemakkelijk, ik had gaandeweg behoorlijk wat hang ups verzameld. Oud en dik was dus geen probleem, maar ik had een kleine lul, vond ik. Dominic zei dat het helemaal niet waar was - 'Your dick is bigger than mine!' - en al snel stonden we als jongetjes, naast elkaar, te vergelijken. Ik werd op slag verliefd. Een bakvis van zeventig.

En ik wilde hem vaker zien, natuurlijk. Eerst betaalde ik hem voor zijn bezoekjes, maar inmiddels hebben we een relatie. Als we op reis gaan betaal ik, dat is waar, maar hij voorziet in zijn eigen onderhoud. Op dit moment, terwijl wij hier koffie drinken, is hij ergens met een klant bezig. Kan mij niets schelen, ik ben niet jaloers. Dominic is a free bird, ik kan hem toch niet kooien.

Dominic heeft mij bevrijd; ik kom er nu pas achter hoe fantastisch seks kan zijn. Als ik dit op mijn dertigste had geweten, zou ik nooit aan een carrière zijn toegekomen.

Ik ben wel eens bang dat het te mooi, te goed is, wat wij samen hebben. Dominic heeft ook gezegd dat hij op een dag weer verder gaat. Ik zal er verdrietig om zijn - seks met andere mannen zal nooit zo geil en passievol zijn als met Dominic - maar hij heeft er in ieder geval voor gezorgd dat ik verder kan met de gedachte dat er helemaal niets mis is met mij."

VIII Gij zult niet stelen
"Ik werkte bij Vroom & Dreesmann in de etalage. De lappen die niet meer werden gebruikt, waren bestemd voor het katholieke weeshuis. Ik vond dat ik die mooie lappen veel beter kon gebruiken, wikkelde ze aan het eind van de dag om mijn middel, deed mijn jas erover heen aan, en liep zo naar buiten. In Parijs, waar ik ook niet echt rijk was, pikte ik modebladen en toen ik in New York ging werken betaalde ik geen belasting omdat ik het geld nodig had om mezelf daar te vestigen. Na vijf jaar kwam de overheid erachter. Ik moest de achterstallige belasting, plus een grote boete, betalen. Daar was ik het mee eens; inmiddels had ik het geld. Als je het niet hebt, moet je het gewoon anders oplossen. Zo denk ik er nog steeds over."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Het valt me iedere keer weer op als ik in Holland ben dat hier zo vreselijk veel wordt gekletst, van die eindeloze gesprekken over niks. Gebabbel. Steeds dezelfde verhalen, over and over again. Ik was vroeger precies zo, maar John heeft het er helemaal uitgeslagen. Ik zeg het gewoon zoals het is. No bullshit, geen leugentjes om bestwil. I don't have a desire to please, at all. Maar goed, misschien ben ik erin doorgeschoten. Ik hoor namelijk steeds vaker dat ik moet nadenken voordat ik iets zeg. Daar werk ik nu aan.

Ik kan mezelf makkelijk van een afstand bekijken. Dan zie ik iemand die vreselijk zijn best doet to make it all work. Ik weet heus wel dat ik sommige dingen niet goed heb aangepakt, dat ik mensen wel eens zeer heb gedaan, maar toch... Ik weet het, ze vinden het vervelend als je zoiets over jezelf zegt, maar ik kan er niets aan doen: I like Koos."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Als ik mijns naasten huis, rund of ezel ergens voor kan gebruiken, dan zal ik dat niet nalaten, maar ik begeer die dingen niet en ik ben zeker niet jaloers. Ik ben nooit in competitie geweest met andere modeontwerpers - ik bén het niet eens, ik ben een naaister. Ik houd van mijn roem. Ik vind het leuk dat ik word herkend, sure, daar werk ik hard voor, maar het is voor mijn leven nu. Wat moet ik met later?

Soms worden we gebeld door dochters die na het overlijden van hun moeder willen weten naar welk museum de kleren van 'Koos' gebracht kunnen worden. Dan zeggen wij: 'Breng ze hierheen, dan zullen wij die kleding doorverkopen aan een jongere generatie.' Dat vind ik wel een mooie gedachte; dat wat ik heb gemaakt gedragen blijft worden.

Het leven gaat zo snel. Het verrast me eigenlijk omdat ik altijd heb gedacht dat het langzamer zou gaan naarmate je ouder wordt. Weet je wat ik steeds beter begin te begrijpen? Dat mijn leven volgens een bepaald plan verloopt. Wie het heeft bedacht, weet ik niet, maar er is een plan. Ik voel het soms als ik ergens ben; een raadselachtig weten dat ik hier moest zijn... Hee, zie je dat? Goosebumps. Again."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden