Koopman met passie voor kunst drukt achter de schermen stempel op Rotterdam

De mecenas van Rotterdam wordt hij wel genoemd. Maar van die kwalificatie moet Joop van Caldenborgh, directeur-eigenaar van het chemisch concern Caldic Chemie en fanatiek kunstverzamelaar, niets hebben. “Ik ben maar een eenvoudige koopman van chemicaliën met een passie voor kunst.”

HENNY DE LANGE

Caldic Chemie, het bedrijf van J. N. A. van Caldenborgh (55), is gevestigd op de zevende etage van een onopvallend kantoorgebouw aan de Blaak in Rotterdam. Deze bescheiden locatie is symbolisch voor de wijze waarop het concern (groothandel, distributie en productie van chemicaliën) opereert. Aan de weg timmeren heeft Caldic Chemie nooit gedaan in de 26 jaar dat dit florerende bedrijf met een omzet van 800 miljoen gulden, 700 werknemers en vestigingen in binnen- en buitenland bestaat. Van oprichter en directeur-eigenaar Joop van Caldenborgh wordt ook zelden iets vernomen. “Publiciteit is voor ons niet zo relevant. Onze leveranciers en klanten zijn industrieën. Daar hebben we directe contacten mee. Om die reden adverteren we ook heel weinig in vakbladen.” Zelf schuwt hij ook de media. Pas na een reeks telefoontjes stemde hij in met het interview. “Het zoeken van de publiciteit heeft vaak te maken met een grote mate van ijdelheid. Ik wil niet zeggen dat ik er geen last van heb, maar je hebt er zo weinig aan.”

Dat hij nu een uitzondering maakt, heeft vooral te maken met 'Manifesta', een nieuw tweejaarlijks internationaal kunstevenement. Van Caldenborgh zit in het bestuur en vindt dat de manifestatie wel wat extra aandacht verdient. Manifesta speelt zich tot en met 18 augustus af in twaalf Rotterdamse musea en instellingen, waaronder de witte villa tegenover museum Boijmans Van Beuningen. Van Caldenborgh kocht deze villa (een ontwerp van de beroemde architect Van der Vlugt) anderhalf jaar geleden, nadat burgemeester Bram Peper hem erop had geattendeerd. Peper en Neelie Kroes zagen er een ideale ambtswoning in en vroegen hun vriend Van Caldenborgh de villa te kopen, voordat een ander ermee aan de haal ging. Maar de gemeenteraad vond de kosten (1,3 miljoen) te hoog. Van Caldenborgh heeft de villa nu tijdelijk beschikbaar gesteld als expositieruimte. Wat hij er na Manifesta mee gaat doen, weet hij nog niet. “Het is een prachtig pand, dat ik beslist niet zomaar zal wegdoen. Ik zou er zelf kunnen gaan wonen, als ik al niet zo plezierig woonde in Wassenaar. Een museale bestemming zou ook kunnen. Maar misschien krijgt de Rotterdamse gemeenteraad alsnog spijt.”

Van Caldenborgh heeft zijn dochter Yvette gevraagd ook bij het gesprek te zijn. Zij is kunsthistorica en al even 'kunstgek' als haar vader. “We zitten volstrekt op één lijn. Je kunt ons in een ruimte zetten met 20 kunstwerken. Gegarandeerd dat we op exact dezelfde werken vallen.” Yvette: “Het klinkt misschien gek, maar we hebben nooit verschil van mening.” Van Caldenborgh: “Yvette en ik zijn dikke vrienden.”

Sinds enkele jaren werkt Yvette ook in het bedrijf van haar vader, op de kunstafdeling. Hij heeft een aparte BV opgericht voor het beheer van zijn omvangrijke collectie, die hij in de loop der jaren heeft opgebouwd en die vele kunstwerken omvat, waaronder beroemde meesterwerken. Onlangs werd ook bekend dat hij de eigenaar is van 'Het laatste avondmaal' van Han van Meegeren. De Kunsthal in Rotterdam had het werk gekocht op een veiling in Parijs, zodat het niet zou ontbreken op de overzichtstentoonstelling van Van Meegeren, maar verkocht het meteen door aan Van Caldenborgh.

“Waarom ik verzamel? Ik ben me ervan bewust dat het geen mooie eigenschap is om verzamelaar te zijn. Een verzamelaar is hebberig. Daarom verzamel ik. Ik doe het ook voor de kunstenaars. Die moeten er immers van leven.” Yvette: “Waarom wil je een boek hebben, terwijl je het ook in de bibliotheek kunt lenen? Ik denk dat bij een kunstverzamelaar dezelfde motieven spelen.” Hij heeft een sterke voorkeur voor minimal art. Een van zijn favoriete kunstenaars is Jan Schoonhoven. “Maar ik koop vrij gevoelsmatig, zal me ook nooit laten adviseren door experts. Hun mening interesseert me niet.”

Van Caldenborghs hebberigheid gaat niet zover dat hij alle kunstwerken voor zichzelf wil houden. Ongeveer een derde is opgeslagen, de rest is op wisselexposities te zien in een van de vestigingen van Caldic of heeft hij uitgeleend aan musea. Ook in het productiebedrijf in de Europoort hangt kunst. Hij heeft niet de illusie dat zijn werknemers trouwe museumbezoekers worden door de dagelijkse confrontatie met kunst. “Ik vind het leuk als mijn mensen er kennis van nemen. Er zijn er die hierdoor hebben leren kijken naar hedendaagse kunst. Sommigen lenen ook wel eens een schilderij. Maar ik wil het niet mooier maken dan het is. De meesten zijn vooral benieuwd wat de kunstwerken kosten.”

Drie mensen zijn permanent bezig met het beheer van de collectie, het inrichten van tentoonstellingen, maken van catalogi en bezoeken van beurzen. Van Caldenborgh houdt de supervisie, eens in de twee weken wordt hij tijdens een werklunch bijgepraat. Meer bedrijven hebben inmiddels een kunstafdeling opgericht. De ING-bank en Randstad hebben er één en AKZO begint er ook mee. Voor je imago staat het natuurlijk wel chic. Van Caldenborgh: “Ik doe dit niet vanwege het imago, maar puur uit passie. Volgens mij verwatert het ook op den duur, als er geen mensen met hart en ziel mee bezig zijn.”

Het verzamelen van kunstwerken heeft hij niet van huis uit meegekregen. “Als jongetje kon ik aardig tekenen en was ik al geïnteresseerd in beeldende kunst. Het echte verzamelen is pas begonnen toen ik het kon betalen.” Hij studeerde economie en werkte bij de luchtmacht en een groot concern, voordat hij besloot voor zichzelf te beginnen. “Ik koos voor chemicaliën, omdat ik scheikunde een leuk vak vond op school en omdat dat een booming sector beloofde te worden.”

Caldic Chemie is nu nog de enige middelgrote privé-onderneming in Nederland die chemicaliën produceert. Alle andere productiebedrijven zijn in handen van grote concerns. In het verleden hebben meerdere concerns pogingen gedaan Caldic over te nemen, maar Van Caldenborgh vindt het vrije ondernemerschap nog veel te boeiend. “Ik blijf dit zeker nog 25 jaar doen.”

Ongeveer 40 procent van zijn tijd steekt hij in nevenactiviteiten: kunst verzamelen en bestuurlijk werk. Hij is bestuurslid van Museum Boijmans Van Beuningen, de Kunsthal, het Nederlands Foto Instituut, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en de Kamer van Koophandel. Vanwege het stempel dat hij drukt op het culturele leven in de stad, is hij ook al vergeleken met de legendarische Rotterdamse havenbaron en kunstverzamelaar Van Beuningen. Havenondernemers die zich zo nadrukkelijk bemoeien met het maatschappelijke en culturele leven in de stad, zijn schaars geworden. Hij betreurt dat. “Juist mensen uit het zakenleven moeten zich vanwege hun brede kennis en ervaring druk maken voor de samenleving.”

Dat hij dat nog wel doet en zijn collega-ondernemers niet of nauwelijks, verklaart hij uit de concentratiegolf die over de haven is gespoeld. Grote concerns als Unilever en Shell domineren nu de haven. “De bestuurders daarvan zitten in een heel andere positie dan zelfstandige ondernemers. Ze zijn geen eigen baas, maar moeten verantwoording afleggen aan de aandeelhouders. Niet dat ze zich volledig distantiëren van het functioneren van de stad, maar het is allemaal wel veel afstandelijker geworden. Die tendens zie je ook in de politiek. Drie kwart van de politici komt uit ambtelijke kringen, het bedrijfsleven is nauwelijks vertegenwoordigd.” Maar de vergelijking met een Van Beuningen of 'nog erger' Maecenas, de grote kunstbeschermer uit de oudheid, gaat hem toch te ver. “Ik ben maar een eenvoudige koopman met een passie voor kunst.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden