Opinie

Koopman Antonio had zout nodig

Hajo Bruins speelt de titelrol in Shakespeares 'De koopman van Venetië'. De regisseur zei hem: ,,Misschien kan jij wat zout in zijn karakter krijgen''.

'Ga nou niet meteen op 'Shylock De Jood' af, want dan stuur je -zeker nu- rechtstreeks op het Midden-Oosten aan. Dan zet je 'wij' en 'zij', christenen en joden tegenover elkaar, dan sla je het stuk bij voorbaat dicht. Dan doe je jezelf en Shakespeare tekort. Er is nog wel wat meer aan de hand. Shylock is een vreemdeling; net als Othello een vreemdeling in het nauw.''

Als Antonio speelt acteur Hajo Bruins de koopman van Venetië uit Shakespeares gelijknamige komedie. Hij vindt het lastig om uit te leggen waar de kern van het stuk dan wel huist. Enerzijds omdat hij niet wil etiketteren, anderzijds omdat hij de sfeer van de voorstelling niet wil verklappen. Hij speelt 'De koopman' als Toneelgroep Amsterdam-acteur immers niet onder vertrouwde regie van Gerardjan Rijnders, maar onder gastregie van Ola Mafaalani. Wie Mafaalani's eerdere Shakespeare-enscenering 'Macbeth' zag, weet wat 'De koopman van Venetië' te wachten staat: vaart, kabaal, muziek, dans en rauwige zwierigheid. Mafaalani zegt zich nou eenmaal vooral 'op de nieuwe generatie' te richten. Dat Shylock zijn aan 'De koopman van Venetië' uitgeleende geld niet uitgeteld maar als pond vlees (het hart van Antonio) wenst terug te zien, beschouwt zijn noodlottige dochter Jessica in de ogen van regisseur Mafaalani als 'het grote spel van de moderne, dolgedraaide economie'.

Iets wil Bruins wel over woekeraar Shylock kwijt: ,,Als buitenstaander wordt hij steeds bespuugd en geschopt. Buitenstaanders die na jarenlang sarren de macht krijgen, zijn levensgevaarlijk. Een soort Mugabe, ja.''

Maar misschien is in deze Shakespeare-enscenering het personage van koopman Antonio interessanter. Wat is dat voor een rumoerige flierefluiter, en kan Bruins met hem uit de voeten?

Bruins: ,,Koopman Antonio is niet gewend om met de schaduwkant van het leven om te gaan. Ik probeer te laten zien dat hij niets heeft meegemaakt. Antonio is het prototype van iemand die het voor de wind gaat. Een droogkloot, een verwende jongen. Een soort moederloze die alles heeft, wel enig risico neemt maar wetend dat hem niets kan overkomen. Hij heeft vrienden, maar wat zijn die waard?''

Regisseur Mafaalani zei Antonio 'zo zoutloos' te vinden en zocht Hajo Bruins aan met het verzoek: ,,Misschien kan jij wat zout in zijn karakter krijgen. Ga je gang!'' Zo'n vrije regisseursaanpak spreekt Bruins aan. Hij bedacht meteen dat Antonio maar een liedje uit diens tijd moet zingen, 'Come away death' op muziek van Purcell bijvoorbeeld. Maar dan wel op Tom Waits-achtige wijze getoonzet.

,,Met Gerardjan Rijnders werken betekent: veel hoofd, veel nadenken. Die repeteert vier uur, legt de kiem, en weet dat je er zelf thuis nog acht uur mee doorgaat. Ola Mafaalani laat je lekker knoeien, gooit desnoods negentig procent van de repetities weg om op de dag van de première alles nog te veranderen. Als ik iets citerend wil zeggen, zegt zij: 'Nee, ik wil dat het uit je buik komt!' Zij zoekt naar een zekere rauwheid. Dat ik opeens durf te grommen, en dan niet op een manier waarvan je denkt: wat staat die jongen daar ingewikkeld te grommen.''

Behalve Bruins staan ook de Toneelgroep Amsterdam-acteurs Titus Muizelaar en Fred Goessens in de voorstelling. Overvleugelen zij met hun zelfverzekerde TA-praatjes de gastregisseur niet? ,,Wij hebben niet meer of minder praatjes dan acteurs in andere gezelschappen. We koesteren geen dogma's, wel een manier van werken die niet mis is. Maar Ola Mafaalani is niet van zins iemand met rust te laten of met luimen rekening te houden. Ook onderling moeten wij steeds onze ideeën bijstellen. Adelheid Roosen speelt de door half Venetië aanbeden Portia. Adelheid is iemand die, in positieve zin, erg met haar persoonlijkheid te koop loopt. In energieke blijmoedigheid zoekt zij naar het 'onveilige', zij verlaat de bekende patronen. Zij zegt haar 'Genade-monoloog' net zo lang hardop tot ze de juiste toon en tempovoering heeft.''

Bruins zindert van Shakespearelust als hij die passage (in de vertaling van Gerrit Komrij) voordraagt:

Genade heeft niets uit te staan met dwang.

Zij daalt als zachte regen uit de hemel

Neer op de korst der aarde. Dubbel is

haar zegen: wie haar schenkt en wie haar krijgt

Die zegent zij.

,,We voeren meesterlijke discussies over de inhoud: misschien moet je uiteindelijk niet tien keer maar twintig keer 'genade' zeggen, en het dan zo laten klinken alsof je het tien keer zegt. En smaak niet met dogmatisme verwarren. Met beweging en muziek proberen wij deze zwarte komedie licht te spelen. Zo licht dat je bijna zou vergeten waar het stuk over gaat. Soms gaat een engel op je schouder zitten en lijkt het alsof je het personage bent geworden, dan speel je op het puntje van je lul. Ik vind het heerlijk om in een personage ten onder te gaan, maar: je blijft denken.''

Met zijn ironiserende spel is Hajo Bruins allerminst een acteur die in de huid van zijn personage kruipt. Eerder andersom hanteert hij gebeurtenissen uit zijn eigen leven voor zijn personage. Tijdens de repetities van het stuk 'Verre vrienden' van Alan Ayckbourn kwam hij er achter dat hij het huwelijk van zijn ouders aan het naspelen was. ,,Dat verschafte mij een helder inzicht in hun huwelijk. En in het stuk van Ayckbourn.''

Bruins zegt trouw en eerlijk tegenover zijn personages, zijn verwanten en vooral tegenover zichzelf te willen zijn en concludeert nuchter dat de bloeitijd van Toneelgroep Amsterdam voorbij was, twee jaar geleden. ,,De kaarten worden nu opnieuw geschud. Ik wil niet op mijn zestigste wakker schrikken en beseffen: ai, ik had eerder weg moeten gaan bij Toneelgroep Amsterdam. Ik ben nu aan het uitzoeken of ik bij die nieuwe leiding pas.''

,,Regisseur Rijnders vroeg me ooit bij zijn gezelschap te komen. Als een kind zo blij was ik, maar ook mede artistiek leider Jan Ritsema moest zijn goedkeuring nog geven. Die kwam naar me kijken bij een voorstelling van 'Giovanni's Kamer', een bewerking van een roman van James Baldwin. Diezelfde dag had ik de vriend van mijn vader, de tekenleraar op wie ik zeer gesteld was, begraven. Ik had geen glimlach meer over; kon alleen maar aan die man in zijn kist onder de grond denken en hoe zijn vrouw op de begraafplaats letterlijk door de knieën zakte - ik kon op het toneel eigenlijk alleen maar huilen.''

,,De volgende dag belde het castingbureau van Hans Kemna: 'Jan Ritsema vindt jou niks.' Ik hield de eer aan mezelf en ging bij het RO Theater spelen. Het jaar daarop was Ritsema bij Toneelgroep Amsterdam opgezouten, en vroeg Rijnders me opnieuw. Als het zo moet zijn, dan moet het zo zijn. Terugbellen? Ja kom! Ik ben wel goed maar geen idioot! Die man zou mij moeten regisseren terwijl hij mij 'niets' vindt? Hoewel confuus wist ik toen beslist: ik sta voor iets.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden