Koophuren kan natuurlijk ook, maar ouderwets huren is nog veruit het populairst, bij corporaties én huurders.

Woningcorporatie Woonstede in Ede begon anderhalf jaar geleden met de eerste 280 'vrijekeuswoningen', voor zittende en voor nieuwe huurders. Zij kunnen bijvoorbeeld kopen met korting: willen ze hun huis weer verkopen, dan koopt de corporatie het gegarandeerd terug. Geen verkoopstress dus, al moet de koper eventuele winst wel delen met de corporatie. De huurprijs voor vijf of tien jaar vastleggen kan ook (huurvast), of een vaste huurstijging (huurzeker).

Gewoon huren mag ook nog steeds -en is in Ede veruit het meest in trek, blijkt uit een recente evaluatie. Maar liefst 246 van de 280 huurders kozen hiervoor. Vijftien bewoners besloten tot een huurvast- of huurzekerregeling, terwijl de corporatie had gerekend op ruim honderd. Ook de animo voor de andere varianten was stukken minder dan vooraf ingeschat: kopen met korting (vijftien in plaats van veertig) en vrije koop (vier in plaats van 31).

,,Het lijkt niet wereldschokkend'', beaamt Woonstede-directeur J. Keijzer. Maar, relativeert hij, het is nieuw, het moet nog wennen. Het begrip 'vrijekeuswoning' is in korte tijd aardig ingeburgerd raakt. Bovendien zijn de traditionele huurders nu wel bewustere huurders. De corporatie laat zich dan ook niet door de tegenvallende belangstelling uit het veld slaan. Dit jaar komen er 370 vrijekeuswoningen bij, de daarop volgende jaren steeds grotere aantallen. Uiteindelijk hebben straks alle 9500 huurders de vrije keus.

Directeur W. Pothoff van Wonen Maasduinen in Afferden deed vorig jaar onderzoek naar de verschillende moderne koop- en huurvormen. Het loopt nog niet storm, ontdekte hij. Zo bieden nog slechts 57 van de 619 Nederlandse corporaties huurvast/huurzeker-vormen en 62 een koopvariant waarbij de corporatie het eerste recht op terugkoop behoudt (een zogeheten MGE-variant). Over tien jaar verwachten veel meer corporaties dergelijke vormen aan te bieden: 150 huurvast/huurzeker en 114 een MGE-koopvariant.

Dat huurders die hier nu al voor kunnen kiezen vaak gewoon blijven huren, verbaast Pothoff niets. Er valt, stelt hij, nogal wat af te dingen op de varianten die door Woonstede en andere corporaties worden geboden.

Neem 'huurzeker', al een wat oudere vorm. Verhuurders begonnen daarmee in de eerste helft van de jaren negentig, toen de huur nog jaarlijks met gemiddeld meer dan vijf procent omhoog ging. ,,Dan is het prettig afspraken te maken. Dat biedt wat zekerheid'', zegt Pothoff. Maar op het moment blijft de jaarlijkse huurstijging onder de drie procent en zitten huurders niet zo op die vastigheid te wachten.

Ook de huurvast-variant heeft nadelen, vooral voor mensen die tijdelijk huren in afwachting van hun ideale koophuis. ,,Het principe van de vaste huur is dat je de eerste jaren wat meer betaalt dan de voorspelde huurstijging, en de laatste jaren minder'', zegt Pothoff. ,,Als je dus na twee jaar verhuist, heb je relatief duur gewoond.'' Pothoff denkt wel dat 'huurzeker' de komende jaren in populariteit kan toenemen als de corporaties -zoals minister Dekker van volkshuisvesting wil- meer vrijheid krijgen om de huur te verhogen.

Pothoff is al evenmin erg te spreken over de huidige mogelijkheden om een huurhuis met korting te kopen. Op het oog biedt kopen met korting -meestal tot dertig procent- een mooie kans om een huis te kopen aan mensen die dat anders nooit zouden kunnen betalen. Maar wil de koper verhuizen, dan moet hij het huis terugverkopen aan de corporatie -vaak niet tegen de marktwaarde maar een vooraf overeengekomen bedrag- of de winst delen met de corporatie; vaak moet de koper ook nog de korting terugbetalen.

,,Niet echt klantvriendelijk'', oordeelt Pothoff. ,,Mensen willen juist een huis kopen om te profiteren van de waardegroei.'' Kopen met korting, denkt Pothoff, is in de eerste plaats aantrekkelijk voor de corporatie, die cash in handen krijgt om te investeren in renovatie of nieuwbouw: ,,De koper wordt er niet veel wijzer van.''

Woonstede gaat nog een stapje verder. Ook de zogeheten vrije-koopwoningen, waarvoor de koper het volle pond betaalt, moeten bij verkoop eerst aan de corporatie worden aangeboden -al is in dit geval de winst wel helemaal voor de koper. ,,Op die manier zijn we het huis niet helemaal kwijt. Zolang er veel vraag blijft naar goedkope huurwoningen, kopen we het terug en brengen het weer als vrijekeuswoning op de markt'', verklaart directeur Keijzer.

De verkoopopbrengst is mooi meegenomen maar niet hard nodig, zegt Keijzer. Hij wil tevreden klanten. ,,We stellen huurders in staat een huis te kopen zonder dat ze hoeven te verhuizen naar een andere buurt. Ze houden hun eigen buren, hun kinderen hoeven niet naar een andere school.'' Van Woonstede hoeven ze bovendien niet direct te beslissen. Over één jaar mag ook, of tien, of nooit. Kom daar maar eens om bij de gemiddelde makelaar: ,,Die geeft de aspirant-koper hooguit een paar weken bedenktijd.''

Directeur Pothoff ziet dan wel niet zoveel in de huidige variaties op kopen en huren, maar voor tussenvormen maakt hij een uitzondering. Zoals 'koophuur': de bewoner koopt de binnenkant van zijn huis en blijft het casco huren. Zodoende mag hij binnen naar hartelust klussen terwijl de verhuurder blijft zorgen dat het dak niet lekt en de kozijnen niet rotten. Of 'deelkoop': de bewoner koopt een aandeel in zijn huis, tussen de twintig en tachtig procent van de taxatiewaarde. Momenteel worden ook deze tussenvormen nog maar mondjesmaat aangeboden.

Fiscaal zitten er nog wel wat haken en ogen aan. Zo hebben koophuurders niet dezelfde belastingvoordelen als eigen-woningbezitters, wat het alweer een stuk minder aantrekkelijk maakt. Dat moet anders. Ook moeten corporaties bereid zijn bij het terugkopen van de woning de dan geldende marktprijs te betalen. Anders schiet de koophuurder er nog weinig mee op.

Maar onder de juiste omstandigheden zijn koophuur-varianten volgens Pothoff een prima manier om het eigen-woningbezit te stimuleren onder groepen die daar anders niet over zouden peinzen. Ouderen die er geen geld voor hoeven te lenen, omdat ze contant geld hebben overgehouden aan de verkoop van hun vorige huis, kunnen hun woonlasten drukken. Starters kunnen bescheiden beginnen met investeren door eerst twintig, daarna misschien veertig procent van hun huis te kopen. Pothoff: ,,De kloof tussen kopen en huren wordt dan kleiner, wat de stap naar een helemaal eigen koophuis makkelijker maakt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden