'Koolstofbubbel' is een broodje aap

Loze praatjes over een zeepbel op de energiemarkt tasten het gezag van de milieubeweging aan, stelt Richard Tol. Hij pleit voor een meer verantwoordelijke opstelling.

In aanloop naar onderhandelingen in Parijs wordt er weer veel over klimaatbeleid geschreven. De onlangs gepensioneerde hoofdredacteur van de Britse krant The Guardian, Alan Rusbridger, bedacht een campagne om zichzelf de geschiedenisboeken in te schrijven: 'Verkoop je aandelen in energiebedrijven en fossiele brandstoffen blijven in de grond!' Die campagne is geen groot succes, want tegenover elke verkoper staat een koper. Milieubewuste investeerders zijn er niet veel, rendementsjagers des te meer.

Anderen beweren dat de markt voor fossiele brandstoffen op instorten staat, en dat een verstandige belegger zich uit de voeten maakt. 'Wegwezen voor de koolstofbubbel barst' kopte Trouw afgelopen maandag. De klimaatdoelstelling van de Verenigde Naties - de aarde mag niet meer dan 2 graden opwarmen - vereist inderdaad een spoedig afscheid van steenkool, olie en gas. Maar dat betekent niet dat er een zeepbel is in de energiemarkt.

Natuurlijk kan de markt rare sprongen maken. De prijs van iets kan de waarde een tijdlang ver ontstijgen - zoals met tulpenbollen in 1637 of met huizen in 2008 - totdat de markt plotseling instort. Soms zitten speculanten achter zo'n zeepbel, soms is er kuddevorming onder kopers, en soms wordt de markt verrast door nieuwe informatie.

Het verhaal achter de koolstofbubbel gaat als volgt. De regeringen van de wereld staan op het punt stringent klimaatbeleid af te spreken. Investeerders weten hier niets van, en worden op 12 december wakker in een wereld waarin fossiele brandstoffen waardeloos geworden zijn, omdat de onderhandelingen in Parijs een groot succes waren.

Maar dit is een onwaarschijnlijk verhaal. Want de ontwikkelingen in het internationale klimaatbeleid gaan langzaam, en worden nauwlettend in de gaten gehouden door het bedrijfsleven. De kans is groot dat 'Parijs' mislukt, zoals eerder 'Kopenhagen' mislukte.

Milieuradicalen

De tijd dat een kleine groep milieuradicalen het Europese energiebeleid naar hun hand kon zetten is voorbij: de Britten en Duitsers hebben hun enthousiasme voor wind- en zonneenergie verloren, en Zuid- en Oost-Europa hebben nooit veel gevoeld voor het klimaat. Frankrijk wil graag, maar eigenlijk alleen om dat 'Le Protocole de Paris' zo mooi klinkt. Brazilië, China, India, Japan en Rusland staan niet te springen om een aanscherping van het klimaatbeleid, en zijn wars van bindende internationale afspraken. President Obama wil wel, maar kan de Senaat niet overtuigen een verdrag te ondertekenen. Parijs wordt de begrafenis van de twee-graden-doelstelling.

Er is nog een andere reden dat klimaatbeleid geen grote deuk zal slaan in de winstgevendheid van energiebedrijven. De grootste bedrijven zijn staatseigendom, zeker in olie en gas: Saudi Aramco, Sinopec, Gazprom, Petrobras, Pemex. De andere bedrijven betalen winstbelasting en hun werknemers betalen inkomstenbelasting. Bovendien worden royalties geheven op het winnen van steenkool, olie en gas. Als er een zeepbel is, en als die knapt, dan is de belastingdienst een van de eerste en grootste slachtoffers. En als pensioenfondsen veel geld verliezen, zal de kiezer eisen dat de overheid bijspringt. Zal de regering zichzelf zo in het eigen vlees snijden? Zal het ministerie van financiën toestaan dat het ministerie van milieu een gat slaat in de belastingopbrengsten?

En zelfs als dit alles niet zou kloppen, als de Verenigde Naties onverwachts wél een streng klimaatbeleid afdwingen, tegen de wensen van de ministeries van financiën in, dan is er nog steeds geen reden om Koninklijke Olie te verkopen. Want de marktwaarde van een bedrijf wordt bepaald door de verwachte winst in de komende paar jaar. De winstverwachting in de verdere toekomst wordt zwaar verdisconteerd.

Olie-, gas- en kolenbedrijven verdienen bovendien weinig geld met het bezit van energiereserves, of eigenlijk met exploitatielicenties. Zij maken hun winst vooral met waar ze het beste in zijn: de financiering van langetermijninvesteringen met een hoog risico, en met het beheren van reusachtige en gecompliceerde projecten. Die expertise en ervaring verdwijnt niet als we ineens geen koolstofdioxide meer mogen uitstoten. Integendeel. In dat geval hebben we riskante langetermijninvesteringen nodig in reusachtige en gecompliceerde projecten voor koolstofvrije energie.

Dol op onzin

Het verhaal over de koolstofbubbel is dus een broodje aap. De milieubeweging is erg dol op dit soort onzin. Malthus heeft al 217 jaar ongelijk, Paul Ehrlich al 47 jaar en de Club van Rome al 43 jaar - maar dat is nog niet tot onze groene vrienden doorgedrongen.

Het gaat zeker nog 50 jaar duren om het klimaatprobleem op te lossen, en misschien wel 100 jaar. De benodigde investeringen zullen oplopen tot in de tientallen biljoenen euro's. Klimaatbeleid is een serieuze zaak en het is gedoemd te mislukken zonder de medewerking van de financiële sector. Loze praatjes over een koolstofbubbel doen het leuk voor een algemeen publiek, maar tasten de geloofwaardigheid van de milieubeweging aan. Als de sommen over klimaatbeleid zo erg de mist in gaan, zijn de sommen over klimaatverandering dan wel te vertrouwen? Gezien de schaal van het klimaatprobleem lijkt het raadzaam dat de milieubeweging zich met gepaste verantwoordelijkheid opstelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden