Koninklijk jachtreservaat The New Forest laat wandelaars helemaal vrij. Rijden, vliegen en varen

Beaulieu Road Station stelt helemaal niks voor. Het is een stationnetje zonder uitstraling, een perron zonder dorp. Maar de trein uit Londen stopt in Beaulieu Road Station en dat kan lang niet van alle Britse stations gezegd worden. Twee uur na vertrek uit ‘Waterloo’ stap je uit op deze halte in het midden van nergens, in het hart van Engelands jongste en kleinste National Park, the New Forest.

De naam roept eerder associaties op met een bos in de Flevopolder, maar de oorsprong van the New Forest ligt bijna tien eeuwen geleden. Hier in het diepe zuiden van Engeland kwamen de Angelsaksische koningen al om te jagen. Willem de Veroveraar was amper vanuit Normandië overgestoken naar de kust bij Hastings of hij raakte in bekoring van het gebied. In 1079 wees hij het nieuwe bos (Nova Foresta) aan als koninklijk jachtreservaat, waarin strikte regels en wetten golden. Boeren moesten het niet wagen om hun land te omheinen, hout te gebruiken om te bouwen of er meubilair van te maken; daar stond de doodstraf op, of op z’n minst werd je hand afgehakt. Anderzijds kregen de inwoners van het gebied ook rechten, waarvan sommige nog tot de dag van vandaag gelden. Zo mocht de gewone man vrij hout sprokkelen of turfsteken voor zijn haardvuur. En zijn vee kon onbelemmerd grazen in het gebied.

Dat laatste mag nog steeds. Er lopen zo’n 4000 pony’s, 2000 koeien en ander stuks vee in the New Forest. Varkens mogen in het najaar vrij rondstruinen, op zoek naar eikels en beukennootjes. Of je nu de trappen van Beaulieu Road Station afdaalt of in het idyllische dorp Brockenhurst een wandelingetje maakt, overal zie je grazende dieren. Vooral de paarden missen ook maar enige schroom. Laat geen hekje openstaan, anders heb je een Forestpony in je rozentuin.

Daar hoeft een New Forester niet moeilijk over te doen; het is zo geregeld in de Boswet die al in 1217 is ingevoerd. De Verderer’s Court, een soort hoogheemraadschap van jachtopzieners, controleert of men zich daar aan houdt en oordeelt als een rijdende rechter in geschillen tussen ingezetenen en de Kroon. Ook de bescherming van bomen is in de wet vastgelegd – niet zo zeer uit warme gevoelens voor de natuur als wel voor economisch gewin. De productie van hout was al in de Middeleeuwen van groot belang. De eiken uit de New Forest werden gebruikt om marineschepen van te bouwen.

Sinds vorig jaar is the New Forest het twaalfde National Park van Engeland. Het gebied – op een steenworp afstand van Southampton en Portsmouth, maar ook relatief dichtbij Londen – wordt jaarlijks bezocht door meer dan zeven miljoen mensen. Wandelaars gebruiken zo’n stationnetje als Beaulieu Road als uitgangspunt voor gepassioneerde tochten in het park. Maar overal in het natuurgebied liggen parkeerterreinen waar wandel-, fiets- en ruiterroutes beginnen. Het netwerk van paden is overweldigend, het aanbod aan routeboekjes en natuurbeschrijvingen houdt daarmee gelijke tred. En in dorpen als Brockenhurst zitten de hotels en B & B’s grote delen van het jaar goed gevuld tot vol. Dan heeft Christina Simons het in haar zeventiende-eeuwse The Cottage Hotel niet alleen meer dan druk om bejaarde dametjes van verse toast en ‘local marmalade’ te voorzien voordat zij zich elders in het park op andere sweets en morning coffees storten, maar dan zijn de ontbijttafeltjes ook bezet met jonge stellen die er een stevige wandeling tegenaan gooien.

De belangstelling voor het National Park groeit met de dag en dat betekent ook dat de bescherming van het gebied nauwlettend in de gaten moet worden gehouden. The New Forest wordt gevormd door oude bossen, heide en moerasland en is daarmee een van de weinige ‘heiligdommen’ van het wild in Engeland. Tegelijk is er maar een beperkt aantal gebieden dat zo toegankelijk is voor het publiek als dit park, zegt ranger (boswachter) Richard Daponte. Dat vraagt om duidelijke regels. Snelheidsbeperking is er zo een. Het natuurpark wordt aan alle kanten doorsneden door wegen, waarvoor sinds de jaren negentig een snelheid van 40 mijl per uur (64 km) geldt. Vóór die tijd raasde het verkeer bijna ongelimiteerd rond en werden voortdurend pony’s en paarden aangereden. Nog steeds ben je als automobilist zuur als je een dier dood rijdt in het park.

Daarnaast doet de boswachterij er alles aan om wandelaars te laten genieten. In Shatterford en op de prehistorische Bishop’s Dyke, vlakbij het station Beaulieu Road, laat Daponte de voetbruggetjes en wandelpaadjes in het drassige terrein. „Er zijn geen beperkingen voor wandelaars, wel voor fietsers. Die mogen alleen op gemarkeerde fietsroutes komen. Anders krijgen we zo’n last van erosie.” In het najaar worden de pony’s bij elkaar gedreven in een omheind terrein. Daar worden ze gecontroleerd op ziektes, krijgen het brandmerk van hun eigenaar en worden weer vrijgelaten. Een aantal dieren gaat naar de markt, op een stuk land bij Beaulieu Road. Dan is er pas echt leven bij het stationnetje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden