Koning Willem I.

Koning Willem I

Tijdens zijn regeerperiode (van 1814 tot 1840) heeft hij aan de kunst een half miljoen gulden uitgegeven. Daarvan was een bedrag van 325 000 gulden bestemd voor musea. De overige 175 000 gulden gingen op aan 'presentjes' voor familieleden. Daarnaast waren er incidenteel kunstzinnige uitgaven waarvoor extra bronnen werden aangeboord.

Het huwelijksgeschenk aan zijn zoon en schoondochter, de latere koning Willem de Tweede en Anna Paulowna, in 1815 hakte er bijvoorbeeld fiks in. Koning Willem kocht toen voor 170 000 gulden diamanten en parels.

Zijn dochter Marianne verraste hij in 1830 met een kroon die 75 165 gulden kostte.

Prinses Sophie kreeg in 1839 bij haar huwelijk met de oudste kleinzoon van Willem de Eerste juwelen ter waarde van 120 000 gulden.

Aan de voltooiing van het 'lustslot' Soestdijk, door de Nederlandse regering in 1815 ten geschenke gegeven aan de toenmalige Prins van Oranje als waardering voor zijn optreden in de eindstrijd tegen keizer Napoleon droeg koning Willem de Eerste 130 000 gulden bij.

Al die gegevens komen uit de financiele prive-archieven van koning Willem de Eerste die in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag worden bewaard. Ellinoor Bergvelt, universitair docente culturele studies aan de Universiteit van Amsterdam, heeft die financiele zaken uitgediept in het kader van een studie die onder leiding van de Groningse professor Coen Tamse naar de handel .

wandel van Willem de Eerste is gedaan.

Vorig jaar, 175 jaar nadat Willem de Eerste zichzelf uitriep tot koning der Nederlanden, werd er in Brussel een colloquium aan gewijd. De bevindingen van de diverse deskundigen die toen naar voren kwamen zijn nu verder uitgediept, gebundeld in de uitgave 'Staats- en mythevorming in Willem 1's koninkrijk'. (Vubpress Brussel).

Verschillende schouwburgen kregen elk kwartaal een vorstelijk douceurtje van duizend gulden van de koning. Bij elkaar heeft hij er tijdens zijn regeerperiode een ton aan uitgegeven, uitgaven die werden geboekt onder het hoofdstuk 'verteringen der hofhouding'.

Af en toe gaf de koning geschenken aan individuele kunstenaars: zangeressen, actrices en organisten. De leden van de hofhouding konden zich door Willems toedoen ook laven aan kunst, riant gezeten in koninklijke loges. Voor de huur daarvan werden forse bedragen neergeteld. Een bewaard gebleven kwitantie van 9 april 1820 wijst uit dat de koning voor de huur van hofloges in het Koninklijk Theater in Brussel 12 474 gulden betaalde.

Een echte verzamelaar was Willem de Eerste niet. Het is juister te zeggen dat hij verzamelende familieleden bijstond. De koning was vooral geinteresseerd in schilderijen met taferelen uit de bijbelse, oude of meer recente geschiedenis. Sommige koninklijke priveaankopen werden in overheidsverzamelingen ondergebracht maar bleven zoals 'De Slag bij Waterloo' van Jan Willem Pieneman waaraan het ministerie van binnenlandse zaken twintigduizend gulden bijdroeg, Oranjebezit.

Dinsdag 20 oktober opent koningin Beatrix de nieuwe vestiging van de Gemeentelijke Dienst voor Arbeidsvoorzieningen in Den Haag. De dienst verzorgt de werkgelegenheid voor ongeveer 2700 gehandicapten. Zij heeft hiervoor de beschikking over vijf Haagse bedrijven die zich bezig houden met sociale werkvoorziening.

Vrijdag 23 oktober opent koningin Beatrix in Amsterdam het dag- en wooncentrum De Werf.

Het is het eerste centrum voor matig tot zeer ernstig gehandicapten dat midden in een woonwijk tot stand is gebracht. De tweehonderd verstandelijk gehandicapten wonen in groepen in huizen aan een doorgaande straat. Onder hen zijn vrij veel bejaarden, een groep meervoudig complex gehandicapte kinderen en een groep bewoners met gedragsproblemen.

In Den Haag is de koningin die dag in de Grote- of St. Jacobskerk bij de viering van het zestigjarig bestaan van de Nederlandse organisatie toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).

De jubilerende organisatie heeft momenteel ruim 4800 medewerkers en een dagomzet van ruim zevenhonderd miljoen gulden.

Ook op 23 oktober woont prinses Margriet in Amsterdam een feestelijke bijeenkomst bij georganiseerd ter gelegenheid van het 45ste lustrum van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. De maatschappij, die in 1767 in Amsterdam werd opgericht, heeft zich gedurende 225 jaar beijverd om reanimatiemethoden te propaganderen en redders te eren.

Zaterdag 24 oktober woont prinses Margriet in het Nederlands Congrescentrum in Den Haag een gedeelte bij van de congresdag georganiseerd ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Nederlandse Hartstichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden