„Koning van het accepteren”

Robert Lathouwers (links) hijgt uit, nadat hij bij de Flynth Recordwedstrijden in Hoorn net de EK-limiet heeft gemist. (FOTO JEAN-PIERRE JANS ) Beeld Jean-Pierre Jans
Robert Lathouwers (links) hijgt uit, nadat hij bij de Flynth Recordwedstrijden in Hoorn net de EK-limiet heeft gemist. (FOTO JEAN-PIERRE JANS )Beeld Jean-Pierre Jans

Robert Lathouwers dacht met een overstap van de 400 naar de 800 meter van zijn blessureproblemen af te zijn. Niets is minder waar, toch zet hij door. „Robert is een uitzonderlijk talent”, zegt bondscoach Honoré Hoedt.

Wantrouw atleten die zeggen weinig tot niets te doen. Rust is in de atletiek een relatief begrip, dat voor buitenstaanders niet zelden dicht tegen behoorlijke arbeid aan ligt.

Robert Lathouwers is in zeer korte tijd en met opvallen weinig trainingsarbeid op de 800 meter tot grote daden in staat. Dat minimale verbruik van energie is noodgedwongen. Zijn modellichaam mag geweldige loopcapaciteiten herbergen, het is vooral kwetsbaar.

Tijdens de Flynth Recordwedstrijden in Hoorn was hij dé affiche. De Rotterdammer heeft net zijn zoveelste jaar met blessureleed achter de rug en neemt meteen de limiet voor de EK op de korrel.

Dat is te optimistisch gedacht voor een eerste wedstrijd waarin tegenstand ontbreekt. Lathouwers is gedwongen tot een solo van 400 meter, en komt met 1.48,24 veel tekort voor internationale ambities. „Dit is een hele grote tegenvaller. Ik had echt verwacht dat ik die limiet heel gemakkelijk zou lopen.”

Dan volgt het hoofdstuk blessures, dat niet afgesloten blijkt. Vorig jaar opende Lathouwers het seizoen in Hoorn bijna twee seconden sneller. Maar de limiet die hij daar voor de wereldkampioenschappen liep, kon hij door een voetblessure niet verzilveren.

De vraag of hij pijnvrij loopt, wordt ontkennend beantwoord. Gaandeweg het gesprek wordt duidelijk dat de klachten divers en hardnekkig zijn. De training gaat wel goed, maar het zijn ’kleine lichamelijke ongemakjes’ waardoor niet kan worden gedaan wat wordt gewenst.

Een oude enkelblessure blijft zeuren, een knie is deze week geïrriteerd geraakt en ook die vermaledijde voetblessure van vorig jaar wil van geen wijken weten. Het gaat om een stressfractuur in de rechtervoet, de vierde achtereenvolgende. Een medische oorzaak is niet gevonden.

„Het is heel frustrerend om elke keer weer ergens tegenaan te lopen. Niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn fans, de trainers en iedereen die me helpt. Elke keer is het weer wat. Je wilt jezelf tevreden houden, ik weet wat ik kan. Als ik met een paar maanden training 1.44 loop, dan kan ik ook 1.42 lopen als het langer goed gaat.”

Dat klinkt als het optimisme dat een mens in problemen staande houdt. Alsof op dat niveau twee seconden sneller een kwestie is van met de vingers knippen. 1.42 op de 800 meter blijft een magische code, die door nog geen 25 lopers is gekraakt.

Het merendeel van hen had daarvoor een veel bredere trainingsbasis nodig, dan die waarop Lathouwers wankelt. Al is het de vraag of hij wel zo weinig doet als hij zelf zegt: drie baantrainingen per week en ’af en toe’ op de loopband. Dan is er natuurlijk krachttraining, maar verder ontbreken de alternatieven waartoe zijn concurrenten Bram Som en Arnoud Okken voor duurvermogen hun toevlucht nemen.

De voormalige 400 metersprinter zegt geen snelheid en geen duur te doen. „Ik doe bijvoorbeeld 10 keer 400 meter, dat is ergens tussen snelheid en duur in.” Zijn internationale concurrenten liggen wekelijks 100 kilometer of meer af. Lathouwers: „Ik denk niet in kilometers. Ik kom misschien tot 20, hooguit 30.”

Zijn clubtrainer Errol Esajas kan een lachje niet onderdrukken als hem wordt gevraagd of hij meer atleten heeft die zó weinig trainen. „Robert traint behoorlijk hard. Inderdaad, hij doet maar drie baantrainingen. Maar daarnaast staat hij maandag, woensdag en vrijdag op de loopband. Dan doet hij minutenloopjes voor zijn uithoudingsvermogen. Zes pittige looptrainingen per week.”

Over het talent van zijn pupil maakt Esajas zich geen moment zorgen. Die ligt volgens hem in zijn „ontspanning, coördinatie en vechtersmentaliteit”. Lathouwers moet regelmatig worden afgeremd. „Zijn kwetsbaarheid is een grote zorg, vooral omdat er niet een vinger op kan worden gelegd. Het is altijd wat anders.”

Bondscoach Honoré Hoedt verhaalt voor de race in Hoorn optimistisch over een recente testloop over 600 meter in 1.17. Dat zou over 800 meter tot 1.44 moeten leiden.

„Robert is een uitzonderlijk talent, het is een wonder waar hij de snelheid vandaan haalt met zo kort en weinig trainen. Dat moet aan zijn mooie stijl liggen. Hij gebruikt weinig energie met zijn efficiënte passen. Daar zit op het einde een lichtvoetige explosieve haal in die hem zijn snelheid geeft. Maar misschien ligt daarin ook zijn kwetsbaarheid.”

„Hoe hij met tegenslagen omgaat? Ik vergelijk hem daarin met Nadal, de tennisser. Die kan in een partij vreselijke fouten maken, maar is die meteen weer vergeten omdat het geen zin heeft om erbij stil te blijven staan. Hij tennist slag voor slag, zoals in de atletiek stap voor stap wordt gelopen. Nadal en Lathouwers zijn koning van het accepteren. Door dat accepteren kun je gemakkelijker overstappen in een nieuwe situatie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden