Koning in khaki

Opperbevelhebber zal koning Willem-Alexander niet worden, maar zijn aantreden heeft voor de krijgsmacht meer dan alleen symbolische betekenis.

Wat Máxima tijdens de inhuldigingsplechtigheid zal dragen, is voer voor couturiers en stylisten. Koning Willem-Alexander heeft het wat dat betreft een stuk makkelijker. Hij zal waarschijnlijk - net als op zijn trouwdag ¿ het gala-uniform met eresabel dragen van de Koninklijke Marine, in de rang van commandeur (generaal).

De marine is Willem-Alexanders oorspronkelijke krijgsmachtdeel. Naar de wens van koningin Beatrix en prins Claus vervulde de kroonprins in 1985 'gewoon' zijn dienstplicht bij de marine. Daarna heeft de militaire loopbaan van Willem- Alexander een drastisch andere wending genomen dan die van andere reserve-officieren. Bij de marine is hij inmiddels commandeur, bij de luchtmacht commodore en bij de landmacht en marechaussee brigadegeneraal. Sinds 1990 mag Willem- Alexander zich ook nog adjudant in buitengewone dienst van koningin Beatrix noemen.

Volgens voorzitter Jean Debie van de vakbond van militairen VBM/NOV zette Willem-Alexander als kroonprins de band tussen koningshuis en krijgsmacht al in mooie beelden neer door het uniform te dragen en het veteranendefilé af te nemen. "Als staatshoofd met een militaire achtergrond draagt hij ook bij aan de band tussen krijgsmacht en samenleving", aldus Debie.

Willem-Alexander kent de krijgsmacht goed. Na zijn dienstplicht haalde hij zijn groot militair vliegbrevet en verdiepte zich enkele maanden in de land- en luchtmacht. De scriptie waarmee hij zijn studie geschiedenis afrondde, had een militair onderwerp: de Nederlandse reactie op het besluit van Frankrijk om uit de commandostructuur van de Navo te treden. De kroonprins bracht ook werkbezoeken aan militaire oefeningen en uitzendingen, zoals in Bosnië, Eritrea en Afghanistan. "Nederland is geen militaristisch land", zei Willem-Alexander in een interview met Elsevier eind vorig jaar. "Wel een land met militaire traditie en in de tijden van de Republiek hebben de Oranjes daar een grote rol in gespeeld."

Een koning in uniform doet het goed op foto en televisie. Feitelijk is de betrokkenheid van de koning bij de krijgsmacht echter vooral die van een ceremonieel vertegenwoordiger. Anders dan vroegere koningen krijgt Willem-Alexander geen zeggenschap over de krijgsmacht. Het hoogste gezag ligt bij de regering. Daarvan maakt de koning deel uit, maar het kabinet neemt de beslissing over een militaire missie of de aankoop van een nieuw wapensysteem. De dagelijkse leiding van de krijgsmacht is in handen van de Commandant der strijdkrachten, op dit moment generaal Tom Middendorp. De CDS is met zijn vier sterren hoger in rang dan de koning, die het vooralsnog met één ster moet doen.

De eerste koningen der Nederlanden stonden nog wel aan het hoofd van leger en vloot. Onder koning Willem I waren de hofhouding en de militaire organisatie nauw met elkaar verbonden. Willem I kon naar believen officieren ontslaan of benoemen. Militaire operaties werden in de praktijk door generaals geleid, maar de koning of een van zijn zonen trad op als hoogste bevelhebber.

Ook Willem II had nog de bevoegdheid om zich intensief met het militaire beleid te bemoeien en als opperbevelhebber op te treden. Voor Willem III was dat na de herziening van de Grondwet in 1848 niet meer mogelijk, zeer tot verdriet van hemzelf en Oranje-gezinde officieren. Het hart van Willem III, streng militair opgevoed, lag bij de krijgsmacht.

Hoewel het gezag over de krijgsmacht voortaan bij de regering lag, wist Willem III zijn zoon, kroonprins Willem, tijdens de Frans-Duitse oorlog bevelhebber van het veldleger te maken en zijn broer Hendrik ('de Zeevaarder') bevelhebber van een deel van de vloot. Dat waren al ceremoniële functies. Officieren hadden feitelijk het commando.

De staatsrechtelijke basisregel uit de Grondwet van 1848 luidde dat de ministers van Oorlog en Marine samen met andere ministers verantwoordelijk waren voor de krijgsmacht. Dat weerhield koningin Wilhelmina er niet van om binnenskamers invloed uit te oefenen op het in haar ogen slappe defensiebeleid. In 1918 weigerde Wilhelmina zelfs het ontslag van de haar sympathieke opperbevelhebber van land- en zeemacht, luitenant-generaal Snijders. De 'soldatenkoningin' ergerde zich aan politici voor wie 'partijbelangen zwaarder wogen dan het landsbelang'. "Het is met die heren moeilijk praten", was een van haar verzuchtingen.

Na de Tweede Wereldoorlog probeerde koningin Wilhelmina prins Bernhard tot opperbevelhebber te promoveren, maar dat zou tot een onmogelijke spagaat hebben geleid: de staatsrechtelijk onschendbare prins-gemaal zou tegelijk verantwoording moeten afleggen aan minister en Tweede Kamer. Bernhard kon prima uit de voeten met de voor hem gecreëerde functie van inspecteur-generaal. Formeel had prins Bernhard geen macht over Defensie, maar achter de schermen kon hij zijn invloed wel degelijk laten gelden. Daaraan kwam in 1976 met de Lockheed-affaire een eind.

Opperbevelhebber of niet, voor (gewezen) militairen maakt het wel verschil dat Nederland na meer dan honderd jaar weer een koning krijgt. Bij officiële gelegenheden draagt Willem-Alexander het uniform van een van de vier krijgsmachtdelen. De nieuwe koning treedt meer in de voetsporen van zijn grootvader dan van de eerdere Willems. Hoewel Willem-Alexander geen ervaring heeft op het slagveld, kan hij uitgroeien tot boegbeeld van de krijgsmacht.

Met een koning in uniform wordt de krijgsmacht zichtbaarder; de koninklijke grandeur straalt af op de 45.000 beroepsmilitairen en zeker ook op de 150.000 veteranen. Veel ouderen dwepen nog steeds met de eind 2004 overleden prins Bernhard, 'veteraan der veteranen'. Koningin Beatrix liet het contact met de veteranen bewust aan haar vader over, weet generaal-majoor buiten dienst Rudi Hemmes, voorzitter van het Samenwerkend Verzet, de Vereniging van Engelandvaarders en de Vereniging oud-strijders Prinses Irene-brigade. "We hebben altijd een geweldig contact gehad met prins Bernhard. Die eer heeft de koningin aan haar vader gegund."

De nieuwe koning kan zich bij de Indië-veteranen, nog altijd de grootste groep oudgedienden, immens populair maken door de jaarlijks herdenking bij het Indië-monument in Roermond bij te wonen. Koningin Beatrix heeft dat nooit gedaan vanwege haar principiële standpunt dat zij op 4 mei alle gevallen Nederlanders herdenkt.

Juist vanwege Willem-Alexanders affiniteit met veteranen zijn de verwachtingen hooggespannen. Veteranen zijn verguld met de prominente aanwezigheid van kroonprins Willem-Alexander, die tijdens Veteranendag een toespraak houdt en - in het voetspoor van zijn illustere grootvader - het defilé afneemt. Libanon-veteraan Fred Janssen: "Het is jammer dat Willem-Alexander zelf niet uitgezonden is geweest, zoals de Britse prins Harry. Dat geeft onvoorwaardelijke kameraadschap. Maar Willem-Alexander laat wel zien dat hij heel veel respect heeft voor veteranen en wordt daardoor door jonge en oude veteranen geaccepteerd."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden