Koning in de klas

Niet alleen onder puberleerlingen, ook in een klas vol kinderen van vijf of acht of elf jaar oud heerst soms chaos. Maar leraren op de basisschool hebben nauwelijks geleerd om orde te houden.

Sommige leerlingen hebben 'op alles een weerwoord', klaagt de ene leerkracht. "Of ze staan te pas en te onpas op van hun plaats en gaan door de klas lopen", moppert een ander. "Ze aanvaarden geen enkel gezag", zeggen anderen. "Ze praten voortdurend door me heen." "Of ze schelden op alles en iedereen met kanker-dit en kanker-dat."

Herkenbare opmerkingen. Want wie kent ze niet: de verhalen over klassen waar chaos heerst en over leraren die geen orde kunnen houden? Bijna altijd gaan die over het voortgezet onderwijs, over lastige pubers die door hun leraren maar moeilijk in het gareel te houden zijn.

Maar deze opmerkingen werden gemaakt door leerkrachten op basisscholen, eind vorig jaar in een enquête van lerarenvakbond CNV Onderwijs. Dat maakt ze bijzonder. "Van een jochie van vijf krijg ik te horen: ik hoef van mijn mama niet te doen wat jij zegt."

Orde houden in een klas vol kindertjes van vijf of acht of elf jaar oud, is dat tegenwoordig ook al een probleem? Ja, zegt Peter Teitler. Hij is verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht en schreef een paar jaar geleden het boek 'Lessen in orde', bedoeld voor leraren in het voortgezet onderwijs. Maar al snel daarna merkte hij dat orde houden op de basisschool net zo'n netelige kwestie is. Daarom heeft hij nu 'Lessen in orde op de basisschool' geschreven, samen met basisschoolleerkracht Ans van Brussel.

"Op basisscholen ligt het niet heel anders dan in het voortgezet onderwijs", zegt Teitler. "Ook daar heb je lastige klassen en lastige leerlingen. En op de basisschool heb je daar als leerkracht meteen de hele dag mee te maken, en niet één of hoogstens twee lesuren."

"Ook op de basisschool zijn er al kinderen die met hun mobieltje foto's maken van klasgenoten onder de douche", vult Van Brussel aan. "De niveauverschillen in de klas zijn op de basisschool veel groter, en dat stelt hogere eisen aan de leerkracht. Als die niet in staat is de klas goed te organiseren, lukt het nooit om even een groepje apart te nemen dat extra hulp nodig heeft."

Maar 'orde houden' komt op de pabo nog nauwelijks aan de orde, stelt Van Brussel. "Er is veel aandacht voor gedragsproblemen van individuele leerlingen. Hoe ga je om met een kind met adhd of een kind met faalangst? Het gaat zelden over de vraag: hoe ga je om met dertig kinderen, waar er ook een paar met adhd bij zitten of met faalangst. En dát is de praktijk."

Die praktijk is lastig genoeg, vinden ook leraren zelf. Ruim 70 procent van de basisschoolleerkrachten heeft wel eens moeite met orde houden, bleek uit de CNV-enquête van eind vorig jaar. Dat is niet eens veel minder dan de kleine 80 procent van de vmbo-leraren die toegeeft dat het bij hen niet altijd vanzelf gaat. Een kwart van de leraren op de basisschool wordt wel eens uitgescholden door een leerling en één op de twintig heeft soms zelfs fysieke agressie ervaren - meer dan de leraren in welke andere onderwijssector dan ook.

Hoe zeer het uit de hand kan lopen, blijkt ook uit het jaarlijkse verslag van de onderwijsinspectie. Die meldde onlangs dat 11 procent van alle basisscholen vorig schooljaar leerlingen heeft moeten schorsen. En op 3 procent van alle scholen maakte een leerling het zelfs zo bont dat die van school gestuurd moest worden.

Is er een recept om te zorgen voor ordelijke lessen? Teitler en Van Brussel geven in het eerste hoofdstuk van hun boek tien tips aan leerkrachten (zie kader).

Maar zelf zijn zij de eersten om toe te geven dat de waarde daarvan beperkt is. Vooral omdat die tips gericht zijn aan afzonderlijke leerkrachten, terwijl een ordelijk klimaat pas echt tot stand komt als de hele school op één lijn zit. "Als de ene leerkracht iets anders doet dan de ander, is het dweilen met de kraan open", zegt Teitler. "En het is de directie die het voortouw moet nemen; die moet een lijn voor de hele school uitzetten."

Dat kan over heel eenvoudige regels gaan. "Als de kinderen bij de ene juf wel met z'n drieën tegelijk bij het kraantje in de klas bezig mogen zijn en bij de andere niet, breng je leerlingen in verwarring", zegt Van Brussel. "Het wordt steeds lastiger om dat te voorkomen, omdat steeds meer leerkrachten parttimer zijn. De leerkracht is niet meer in z'n eentje koning in de klas."

Net zo belangrijk is het dat de regels voor de leraren zelf duidelijk zijn. Teitler: "Een leerkracht die een stel knokkende kinderen uit elkaar haalde, kreeg daarvoor op haar donder van de schoolleiding. 'De regel is: we blijven van de kinderen af', werd tegen haar gezegd. Maar wat betekent dat in dit geval? Dat moet duidelijk zijn."

Extra ingewikkeld voor de basisschoolleraar is dat die behalve met zijn collega-leraren ook nog te maken heeft met de ouders van z'n leerlingen. Niet alleen omdat die zich, veel meer dan in het voortgezet onderwijs, met de school van hun kind bemoeien, maar ook omdat die vaak regels hanteren die afwijken van die van school. "Een kind dat tegen de leraar zegt: 'ik mag van m'n ouders van me af slaan als dat nodig is' - wat doe je daarmee?"

Het minste dat een school moet doen, is ook in de omgang met ouders één lijn trekken. Heel anders dus dan de school waar Teitler het verhaal optekende over een kind dat straf kreeg omdat hij z'n boek door de klas had gegooid. "Zijn ouders kwamen op hoge poten naar school om te protesteren tegen die straf. Want de juf had niet van tevoren gezegd dat dat niet mocht, dus hoe kon hun zoon dat nou weten!? De directie besloot vervolgens om de straf van dat kind terug te draaien. Tja, toen straalde dat kind natuurlijk één en al triomf uit."

Peter Teitler & Ans van Brussel, Lessen in orde op de basisschool. Handboek voor de onderwijspraktijk. Uitgeverij Coutinho, Bussum; 325 blz., 29,50 euro.

Wees professioneel, speel een rol
'Wees niet jezelf'. Zo luidt de eerste van tien tips waarmee Peter Teitler en Ans van Brussel hun boek over orde houden op de basisschool beginnen. Vaak wordt pabo-studenten het tegendeel voorgehouden: dat ze voor de klas vooral zichzelf moeten zijn. Niet zo verstandig, vinden Teitler en Van Brussel, al was het maar omdat iemand zichzelf moeilijk kan veranderen. Dus als het niet lukt om orde te houden door 'jezelf te zijn', wat moet je dan? Een beter advies is dus: wees professioneel, en speel een rol.

Nog zo'n tegendraads advies: 'Als je kleine dingen groot maakt, krijg je minder grote dingen'. Wat doe je bijvoorbeeld als een leerling scheef op z'n stoel zit? Veel leerkrachten denken waarschijnlijk: 'Zolang hij me niet stoort, zeg ik er niets van' of: 'Als ik van zoiets kleins iets ga zeggen, kan ik wel aan de gang blijven'. Teitler en Van Brussel bepleiten een andere aanpak. Als de leerkracht wél een punt maakt van scheef op je stoel zitten, beseft de klas: als ik niet eens scheef op een stoel mag zitten, dan mag ik natuurlijk helemaal niet vliegtuigjes vouwen of rond gaan lopen.

Maar de laatste van de tien tips haalt de voorgaande negen weer enigszins onderuit: 'Als iets niet werkt, doe dan wat anders'. Want vast komen te zitten in gedrag dat niet werkt, is wel het laatste wat een leerkracht moet overkomen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden