Koning bij de gratie Gods is niets zonder gunst van het volk

Koningin Beatrix legt de eed af tijdens haar inhuldiging als koningin in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Beeld anp

Koning Willem-Alexander regeert bij de gratie Gods. Hoe geloofwaardig is dat in een land waarin niemand nog gelooft dat God zelf de koning op zijn troon zet? "Het is een anachronisme, een relict uit vroeger tijden."

Zelfs een koning, inclusief hermelijnen mantel, ontbreekt niet in het verhaal. Wist je niet beter, dan zou je denken dat het hier gaat om een sprookje. Alleen is het dit keer echt.

Miljoenen mensen zien vandaag hoe Willem-Alexander wordt ingehuldigd als koning, niets minder dan 'bij de gratie Gods'. Vlakbij de troon van de nieuwe vorst liggen kroon, scepter en rijksappel te pronken op een speciaal tafeltje. Een hoge militair houdt een wapen, het rijkszwaard, stevig vast. Een ander een banier met het Nederlandse wapen.

Inderdaad, de inhuldiging in de Nieuwe Kerk in Amsterdam lijkt een tafereel uit een ander universum. De koning en zijn kroning zijn een erfenis uit een wereld die vergeven is van symbolen van trouw, macht, eer en bovenal christelijk geloof.

Piet Leupen, emeritus hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is al zo'n beetje zijn hele werkzame leven gefascineerd door het onderwerp. Leupen: "De inhuldiging is ontleend aan de bijeenkomst waarbij de vorst, de steden en de aanzienlijken uit het volk met eedafleggingen hun loyaliteit jegens elkaar bekrachtigden. Dat model is weer ontleend aan de feodale praktijken. In de Middeleeuwen was hieraan de belofte verbonden dat de vazal de heer met raad en daad zou bijstaan en dat de heer zijn vazal zou beschermen."

'Middeleeuwse' inhuldiging?
Maar wacht eens. Het Koninkrijk der Nederlanden is toch nog maar tweehonderd jaar oud? Hoe kan het er dan zo 'middeleeuws' aan toe gaan bij de inhuldiging?

De inhuldigingsceremonie zoals die in Nederland sinds Willem I in 1815 vorm krijgt, is een loepzuiver voorbeeld van wat historici 'uitgevonden tradities' noemen. Met het opnieuw oppoetsen van een oud gebruik probeerde Willem I zijn inhuldiging in een land dat nooit een koning had gehad de allure te geven van een oeroude traditie. "De rituelen zijn bedoeld als het onbeweeglijk vastzetten van de geschiedenis: de koning is een bewaarder en een garantie van het verleden, waarborg voor stabiliteit in heden en toekomst", zegt Leupen.

Terug naar de Middeleeuwen waar het allemaal begon. Om het koningschap standing te geven, putten vorsten uit een vergaarbak aan christelijke tradities. De Bijbel diende daarbij als het grote voorbeeldenboek. Het meest gebruikte model, vertelt Leupen, is dat van koning David. "Karel de Grote is in de middeleeuwse propaganda een nieuwe David." De koning, zo was de redenering, is door God zelf op zijn troon gezet. Leupen: "Zoals één God het heelal bestiert, zo bestuurt één leider het volk. De koning was het evenbeeld van God".

De middeleeuwse koning meende: één man aan het roer, anders ontstaat er chaos. Ook deze waarheid werd met de Bijbel in de hand verdedigd. De wereld, zo was de gedachte, was door en door verdorven sinds Eva en Adam in het paradijs voor het eerst hadden gezondigd. Leupen: "Na de zondeval kwam de sociale wanorde en werd het dwingend gezag noodzakelijk. De koning oefende dit gezag uit als Gods stedehouder en dienaar op aarde."

De kroon
Ook andere religieuze tradities kwamen vorsten goed van pas. Neem de kroon, waarvan het gebruik zelfs teruggaat tot diep in de Oudheid. "Alexander de Grote, die zelf overigens geloofde dat hij God was, werd al afgebeeld met een stralenkrans rond het hoofd", zegt filosoof Hans Dijkhuis. Dijkhuis deed studie naar het fenomeen van het koningschap. In zijn boek 'Monarchia', dat drie jaar geleden verscheen, behandelt Dijkhuis de veelheid aan inzichten die de westerse filosofie in de loop van de tijd over het koningschap heeft voortgebracht. Ook gaat hij uitgebreid in op de religieuze legitimatie van het verschijnsel.

Dijkhuis vertelt verder over de kroon, waarvan vandaag ook een exemplaar in de Nieuwe Kerk is te zien. "Het is een voorbeeld dat door latere koningen werd nagevolgd. Vermoedelijk droegen koningen ook bij publieke optredens een diadeem met gouden zonnestralen. Later namen Romeinse keizers die gewoonte over. Uit deze keizerlijke diadeem is naderhand de Europese koningskroon ontstaan."

Bij gratie Gods
De kroon is vandaag niet de enige verwijzing naar het verleden. Hoe zit het eigenlijk met de formulering 'bij de gratie Gods'? Deze woorden staan nog altijd bij de aanhef van alle koninklijke besluiten en wetten die in het Staatsblad worden afgedrukt.

In de woonkamer van zijn huis in Bergen, Noord-Holland, legt Dijkhuis uit dat de formulering 'bij de gratie Gods' bedacht is om duidelijk te maken dat de koning regeert met of door Gods genade. "Genade wordt in de christelijke theologie beschouwd als een persoonlijk geschenk van God. Volgens kerkvader Augustinus is God niet alleen schepper van de mensen, maar ook hun helper. Als helper verleent God genade aan wie hij wil. Zonder genade kunnen mensen niet goed zijn. De koning heeft goddelijke hulp en steun nodig om een goede koning te kunnen zijn."

Maar de formulering 'bij de gratie Gods' is, zo gaat Dijkhuis verder, meer dan alleen een 'nederigheidsformule' die stelt dat de koning volstrekt afhankelijk is van Gods genade. "Je kunt het ook opvatten als de uitdrukking van een uitzonderlijk voorrecht", aldus Dijkhuis. De woorden geven volgens hem precies de verhevenheid aan die bij het ambt hoort. Niemand anders mag zich hertog, graaf of heer bij de gratie Gods noemen. "Laat staan burgemeester of minister bij de gratie Gods."

'Christelijker' uit de verf komen
Toch kent Europa tot op de dag van vandaag meerdere vorsten. Hoe kan dat als er, tenminste volgens de christelijke traditie, slechts één God is en er dus maar één plaatsvervanger nodig zou zijn?

In de hele geschiedenis van het koningschap betwistten vorsten elkaars positie. Voor de troonbezitters was het zaak dat ze op een of andere manier 'christelijker' uit de verf kwamen dan hun rivaal, weet Piet Leupen. Wonderverhalen waren een manier om de christelijkheid extra te profileren.

Koningen waren wonderdoeners, zogeheten thaumaturgen. Na de kroning 'genazen' de Franse en Engelse koningen lijders aan scrofula (klierziekte) door aanraking. Leupen: "Koningin Juliana heeft mij persoonlijk verteld dat koning-stadhouder Willem III niet bereid was na zijn kroning in Londen de scrofula-lijders aan te raken. Hij geloofde er niet in."

Een duif uit de hemel
Leupen geeft nog een voorbeeld en vertelt het verhaal waarmee koning Clovis, de eerste koning van de Franken, zijn mythische afkomst onderstreepte. "Op de dag van de kroning in de stad Reims was door ongelukkig toeval het flesje olie waarmee de koning zou worden gezalfd niet in de kerk aanwezig. Gelukkig kwam God zelf te hulp. Uit de hemel kwam een duif aangevlogen met een flesje gevuld met olie in zijn snavel. Met deze olie uit de hemel werd Clovis vervolgens gezalfd. Na iedere beurt raakte het flesje vanzelf weer vol, zodat de aartsbisschoppen van Reims nooit meer verlegen zaten om olie."

Een fles olie die niet leeg raakt en een duif uit de hemel - we lachen er tegenwoordig om. In de Verlichting en de achttiende eeuw werd de monarchie slachtoffer van een algeheel proces van secularisering en demystificatie. Politiek werd mensenwerk, de monarchie was niet langer heilig.

Des te opvallender is dat er nu, bijna drie eeuwen later, nog steeds monarchieën zijn waar koningen bij de gratie Gods regeren, merkt Dijkhuis op. "Vanuit de rationalistische verlichtingstraditie bekeken geeft het koningschap bij de gratie Gods inderdaad blijk van een ontoelaatbare vermenging van staat en christelijk geloof. Het is een anachronisme, een relict uit vroeger tijden."

Dijkhuis ziet nog een probleem. "Het ondergraaft ook de belangrijkste functie die aan het moderne koningschap wordt toegeschreven, namelijk een symbool van nationale eenheid te zijn, in een multicultureel land waarin velen een ander geloof dan het christelijke aanhangen, en waarin nog veel meer mensen geen geloof meer aanhangen."

'Gratie Gods' als reactie op de Franse Revolutie
Welke rol is er nog voor een vorst weggelegd in een wereld waarin bijna niemand nog denkt dat God de koning op zijn troon zet? Zelfs onder gelovigen zijn er nog maar weinigen die geloven dat het gezag van de vorst rechtstreeks 'van boven' komt.

Het is een vraag waarin historicus Coos Huijsen zich uitgebreid verdiepte. Dat Beatrix en vanaf vandaag Willem-Alexander nog altijd regeren 'bij de gratie Gods' is volgens Huijsen juist een mooie verwijzing naar het verleden. Maar ook niet veel meer dan dat. "Die verwijzing naar 'Gods gratie' is helemaal niet zo kenmerkend voor het Nederlandse koningschap. De Oranjes waren wel protestant, maar behalve Wilhelmina verbonden ze hun gezag niet direct met hun geloof."

In zijn boek 'Nederland en het verhaal van Oranje', dat vorig jaar werd genomineerd voor de Libris Geschiedenisprijs, stelt Huijsen dat het Oranje koningschap alleen te verklaren is uit de ontstaansgeschiedenis van het koninkrijk Nederland. "Dat 'gratie Gods' is er als reactie op de Franse Revolutie aan toegevoegd. Het koningschap bij de gratie Gods fungeerde zo'n beetje als bezweringsformule van de leer van volkssoevereiniteit."

'Willem van Oranje in een mantelpak'
Huijsen ziet dat het moderne koningschap op gespannen voet staat met de huidige politieke logica, waarin democratie en rationaliteit belangrijke begrippen zijn. "Rationaliteit en democratische regels alleen zijn niet voldoende voor een samenleving. Een democratie komt pas tot leven binnen haar cultuurhistorische context. Mensen hebben behoefte aan instituten waaraan ze zijn gehecht en gedeelde verhalen waarop ze elkaar kunnen aanspreken." Het koningschap is zo'n instituut, meent Huijsen. "Voor de Nederlanders staat het Oranjekoningschap voor continuïteit en eenheid en voor een 'stijlvolle representatie' van Nederland."

Volgens Huijsen is Nederland niet compleet zonder het 'verhaal van Oranje'. "De Oranjes zijn nauw verbonden met de ontstaansgeschiedenis van Nederland. Vaderlandsliefde speelt daarom ook een rol. Willem van Oranje leidde het verzet tegen de koning van Spanje. Deze opstand in de zestiende eeuw was een ongekend revolutionaire daad. Uitgangspunt was dat het volk er niet was voor de vorst, maar de vorst voor het volk.

Toen werd de kiem gelegd voor het moderne politieke denken en daarmee zijn ook de waarden vrijheid en verdraagzaamheid onlosmakelijk verbonden. Het is niet voor niets dat voor koningin Wilhelmina de strijd tegen de Duitsers een herhaling was van de strijd die Willem van Oranje voerde tegen de Spanjaarden. Zij was, zo werd gezegd, Willem van Oranje in mantelpak."

Leupen bekijkt het met meer afstand. Volgens hem rest het koningschap enkel nog 'een hoog operettegehalte'. Toch ziet hij dat Nederlanders zich er niet van kunnen losmaken. "Versieren is een wezenlijk onderdeel van de menselijke behoefte om belangrijke gebeurtenissen te markeren als een rite-de-passage", zegt hij over de inhuldiging van Willem-Alexander.

Maar er is een gevaar, denkt Leupen. Als de nieuwe koning zich vervreemdt van het volk, kan deze inhuldiging de laatste zijn in de Nederlandse geschiedenis. "Ook Willem-Alexander zal in theorie koning zijn bij de gratie Gods, maar in onze werkelijkheid is hij koning bij de gratie van het volk."

Kroon, scepter, rijksappel, rijksbanier en rijkszwaard
Tijdens de inhuldiging in de Nieuwe Kerk nemen de zogeheten regalia een belangrijke plek in. Behalve de rechten van een vorst zijn regalia ook de symbolen of uiterlijke tekenen van de soevereine macht en de waardigheid van de vorst.

In Nederland gebruiken we bij de inhuldiging vijf symbolen: de kroon, een scepter, een rijksappel, een rijksbanier en een rijkszwaard. De eerste drie zijn uitgestald op en naast roodfluwelen kussens op een tafel die we de credenstafel noemen.

De standaard en het zwaard worden met de stoet van Willem-Alexander en Máxima naar binnen gedragen en aan weerszijden van het inhuldigingspodium gelegd. Op de credenstafel liggen naast de regalia ook bijzondere edities van het Statuut van het Koninkrijk en de Nederlandse Grondwet. Koning Willem-Alexander zweert tijdens de inhuldiging trouw aan zowel het Statuut als aan de Grondwet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden