Konden we het weten?

Twee dappere studies naar mythes uit de Tweede Wereldoorlog die uitblinken in nuchtere analyse

Een ietwat naïeve natie die zich in mei 1940 liet verrassen. Een land van 'slaapwandelaars en monsters' dat toekeek en een handje toestak bij de Holocaust. Mythes rond Nederland in de Tweede Wereldoorlog leiden een hardnekkig leven. Twee studies gaan succesvol op zoek naar de werkelijkheid.

Naarmate het regime in kamp Vught strenger werd, begon David Koker, een Joodse student geschiedenis uit Amsterdam, te denken dat het ginder, in Polen, misschien wel menselijker toeging. Daar hielden Duitsers toezicht. Die waren formeel en hechtten aan regels. Van een Duitser had hij, schreef Koker op 1 november 1943 in zijn dagboek, ook verhalen over Auschwitz gehoord "die min of meer zonnig aandoen. Joodse kampleiding. Veel landbouw, het kamp is voor een goed deel selfsupporting. Kunstrubberfabriek. Het laat zich, als je 't mij vraagt, wel leven."

Het is maar een van de 164 oorlogsdagboeken die historicus Bart van der Boom onderzocht voor zijn boek 'Wij weten niets van hun lot'. Gewone Nederlanders en de Holocaust. Centrale vraag: haben wir es gewusst? Wist Nederland wat er zou gebeuren met de ruim honderdduizend landgenoten die vooral in 1942 en 1943 werden opgepakt en weggevoerd?

Nee, zegt Van der Boom. Als er al berichten naar buiten kwamen over genocidale praktijken, dan waren die verbrokkeld. De kennis was te beperkt om echt te kunnen weten wat er aan de hand was. Sommigen hadden een vermoeden. Maar de algemene verwachting was dat de Joden slavenarbeid zouden moeten verrichten. Onder barre omstandigheden. En mogelijk met de dood tot gevolg. Dat velen in Oost-Europa rechtstreeks hun einde tegemoet zouden lopen, hielden de meeste mensen niet voor mogelijk. Het verklaart ook waarom nogal wat Joden afzagen van onderduiken. Het was een macaber soort kansberekening. Misschien zouden ze die kampen wel doorstaan. Tegelijkertijd maakten de autoriteiten duidelijk dat ze ontdekte onderduikers zeer hard zouden aanpakken.

Behalve een gebrek aan kennis en verdringing speelde volgens Van der Boom ook een gebrek aan voorstellingsvermogen een rol. De niet-Joodse Rotterdammer Willem van Rede had zulke vreselijke geruchten gehoord dat hij betwijfelde of ze wel waar waren. "Pas ná den oorlog zullen we iets weten", schreef hij op 18 december 1942 in zijn dagboek. "Nú moeten we maar gelooven." Het bleef hem bezighouden, ook in het jaar dat volgde. Na Britse berichten over slachtingen onder Joden noteerde hij: "Alles larie?? Wat weten we toch weinig. 't Is mogelijk ons álles wijs te maken. Maar misschien schuilt er toch waarheid in?"

Bij al die factoren kwam de neiging om de deportatie van de Joden te zien als een deel van het brede onrecht dat het vaderland werd aangedaan: de arbeidsinzet, het nemen van gijzelaars, krijgsgevangenschap, vervolging van verzetslieden en politieke tegenstanders, evacuatie van de kuststrook en vermeende plannen voor volksverhuizingen van grote groepen naar het oosten van Europa. Nu waren de Joden aan de beurt. Morgen konden andere groepen het doelwit zijn. Al naar gelang de honger en gekte van de Duitse oorlogsmachinerie.

Die neiging tot veralgemenisering van het leed kwam overal voor. Soms leidde dat zelfs tot negeren van het Joodse leed. Toen The New York Times in september 1944 ¿ precies vijf jaar na het uitbreken van de oorlog ¿ stilstond bij de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen, kwam de Holocaust niet aan de orde.

Het beeld van Nederland als het land van slaapwandelaars en monsters is na 1945 ontstaan. Nergens waren zoveel Joden weggevoerd. Verklaarbaar vindt Van der Boom dat, maar daarom nog niet goed te praten. Collectieve herinnering zoekt bruikbare betekenis, versimpelt de werkelijkheid en leidt tot beperkte aandacht voor context. Alles wat niet in de dominante vertelling past, wordt al snel weggewuifd of tot taboe verklaard.

Bij de zoektocht naar verklaringen blijven collega-historici soms ook steken aan de oppervlakte, meent de auteur. Zo vindt hij dat Chris van der Heijden zich in zijn bestseller 'Grijs verleden' blindstaart op gedrag. Als dat halfslachtig en grijs was, dan moeten de gedachten dat ook wel geweest zijn. Van der Boom bestrijdt dat.

Nog zo'n ingrijpende gebeurtenis uit de oorlog waar waarheid en verdichting een schijnbaar onontwarbare kluwen zijn gaan vormen: de meidagen van 1940. Bij de mythes over het begin van de bezetting horen de volgende aannames: Nederland werd op een verraderlijke manier overvallen, de Duitsers zetten hun elite-eenheden in, die vaak een loopje namen met het oorlogsrecht en hun vijand op de knieën kregen door het toebrengen van grote verliezen. In de jaren daarvoor zou Nederland de Duitse dreiging stelselmatig hebben onderschat en nauwelijks benul hebben gehad van moderne oorlogsvoering.

Alleen al die laatste veronderstelling is op drijfzand gebaseerd. Den Haag en de militaire leiding realiseerden zich dondersgoed wat er kon gebeuren. Maar het ontbrak Nederland aan de mensen en middelen om zich snel en efficiënt aan te passen aan de eisen des tijds. Was dat wel gelukt, dan had het waarschijnlijk weinig tot niets uitgemaakt. Zowel in Berlijn als Parijs speelden de Nederlandse defensie en neutraliteit geen rol in de overwegingen voorafgaand en tijdens het conflict.

De bundel 'Mei 1940' rekent af met veel van zulke verhalen die een eigen leven zijn gaan leiden. Het is een even dappere studie als 'Wij weten niets van hun lot'. Beide boeken blinken uit in nuchtere analyse. Maar 'Mei 1940' is los van de bevindingen een nogal traditionele militair-historische studie, die zich soms verliest in de details. 'Wij weten niets van hun lot' kruipt daarentegen knap in de hoofden van de Nederlanders tijdens de bezetting. Memoires en interviews hebben altijd het nadeel van wijsheid achteraf. Dagboeken zitten bovenop de werkelijke tijdgeest. Met deze bronnen als basismateriaal reconstrueert de auteur de stemming destijds, de kennis en het gedrag. Al die nauwgezetheid gaat gepaard met een heldere en boeiende verteltrant en overtuigt uiteindelijk.

'Mei 1940' is een herziene versie van een boek dat al bij de 50-jarige herdenking van de Duitse inval uitkwam. Dat niet iedereen even blij was met een nuchtere kijk bleek uit de reacties die destijds loskwamen. Het kwam zelfs tot een kort geding over de inhoud, gewonnen door de auteurs. Of het met 'Wij weten niets van hun lot' zo ver gaat komen, valt onmogelijk te voorspellen. Zeker is dat Van der Booms duidelijke stellingname niet het einde, maar juist een nieuwe aanzet tot discussie over de Jodenvervolging in Nederland zal zijn.

Dominante vertellingen in de collectieve herinnering laten zich niet zomaar wegvagen, zeker niet als ze met zoveel emotie zijn omgeven. Bovendien zullen meer en verder verfijnde studies de werkelijkheid van 1940-1945 nog dichter kunnen naderen.

Bart van der Boom: 'Wij weten niets van hun lot'. Gewone Nederlanders en de Holocaust. Boom, Amsterdam; 512 blz. € 29,90
Herman Amersfoort & Piet Kamphuis (red.): Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. Boom, Amsterdam; 460 blz. € 34,50
RECENTE BOEKEN WO II
Robert Gerwarth: Hitlers beul. Leven en dood van Reinhard Heydrich. € 24,95
Degelijke biografie van een man die gewetenloosheid paarde aan een scherpe intelligentie en politieke vaardigheden.

Peter Longerich: Goebbels. Een biografie. € 59,60
Een dikke pil waarin historicus Longerich de psychische stoornissen van de nazi-propagandist pijnlijk blootlegt aan de hand van zijn dagboeken.

Caroline Moorehead: De trein naar het oosten. € 19,95
Moorehead achterhaalde de aangrijpende verhalen van 230 Franse verzetsvrouwen die in 1943 in Auschwitz terechtkwamen.

Bronia Davidson: Vlucht naar het oosten. € 19,95
Davidson vertelt over haar vlucht in 1939 met haar Pools-Joodse ouders naar Siberië, waar ze ternauwernood overleefde.

Alice Herz-Sommer: De pianiste van Theresienstadt. € 18,95
Levensverhaal van de oudste overlevende van de Holocaust die tot haar arrestatie triomfen vierde als concertpianiste.

Ingrid van der Chijs: Luchtmeisjes. Verzet en collaboratie van twee stewardessen. € 19,95
Geschiedenis van twee bevriende stewardessen: de een sloot zich aan bij de NSB, de ander bij het verzet.

Ian Buruma: Het loon van de schuld. Herinnering aan de oorlog in Duitsland en Japan. € 24,95
Herziene uitgave van Buruma's geprezen boek waarin hij onderzocht hoe Duitsland en Japan nu omgaan met hun verleden.

Laura

Hillenbrand: De Zamperini legende. Van olympisch atleet tot oorlogsheld. € 19,95
Biografie van Louis Zamperini die in 1936 in Berlijn een gouden plak won en daarna een gevierd gevechtspiloot werd.

Ruth Andreas-Friedrich: Ik woonde in Berlijn. € 19,95
Heruitgave van het dagboek van een van de bekendste Duitse verzetsheldinnen die eerst de nazi's bestreed en toen met woedende communisten te maken kreeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden