Komt onze taal voort uit gebaren of uit apengeluiden?

Eigenlijk willen we hier onze vingers niet aan branden, we vermoeden dat dit debat de mensheid overleeft. Zo ruziën paleontologen voortdurend over het tijdstip waarop hominiden de eerste woordenreeksen zijn gaan vormen. Het historisch koffiedik blijft ondoorzichtig en daarom proberen enkele primatologen nu vanuit het heden licht te werpen op de evolutionaire oorsprong van de taal.

Zij constateren dat onze primatenbroeders chimpansee en bonobo gevarieerder met hun handen en voeten praten dan met hun mond. Hun soepelheid van gebaren vormt volgens de primatologen een beter beginpunt voor de taal dan de paar geluiden die apen maken. Dat schrijven ze deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Een simpel voorbeeld: als een chimpansee gilt – gebit ontbloot –, is hij bang voor een klap of ander fysiek geweld. De bonobo ook. Beiden hebben die karakteristieke blote-tanden-schreeuw gereserveerd voor angst en narigheid. Voor iets anders gebruiken ze dit geluid niet.

Maar een chimpansee die de arm naar voren strekt, met de handpalm naar boven, bedient zich in verschillende situaties van ditzelfde gebaar. Soms bedelt hij zo om voedsel; een andere keer smeekt hij ermee om hulp; en na een ernstig handgemeen nodigt hij de opponent met die uitgestoken arm en open hand uit om het geschil bij te leggen. Zand erover! En de medeaap verstaat de wisselende boodschap.

Kortom, apengebaren zitten minder aan een specifieke context vast dan de geluiden die deze dieren maken. Dat gold voor 31 goed definieerbare gebaren en 18 herkenbare apenkreten die uit honderden uren videofilm werden gedistilleerd. De gezichtsuitdrukkingen kenden een vast patroon, geheel afhankelijk van de (nood)situatie. Maar handen en armen gaven veel diversere signalen af. Een lichte aanraking van een apenman werd door een gewillig vrouwtje onmiddellijk anders geduid dan zo’n zelfde streling van een apenkind: honger?

Gebaren van chimpansee en bonobo bezitten een rijk scala aan intenties, maar aan hun roep of gekrijs kleeft een enkele, gestolde betekenis. Hun gebaren lijken al meer op weg naar het symbolische karakter van een proto-taal. Bonobo’s overtreffen chimpansees daarin. Zij munten ook uit in combinaties van gebaren, mimiek en geluid. In feite spreken bonobo-groepen ieder al hun eigen taal, chimpansees niet.

Mensentaal ontstond blijkbaar niet door verfijning van apengeluiden, concluderen de primatologen. Waarom lukt het chimpansees niet om een enkel woordje te spreken maar wel om zich redelijk te bekwamen in onze gebarentaal? Niet voor niks lijkt het hersengebied dat hun gebaren aanstuurt overeen te komen met een belangrijk taalgebied in het mensenbrein.

Cerebraal waren onze nabije verwanten gewoon klaar voor hun eerste, linguïstische schreden, zij het nog gebarend. Geen wonder dus dat die gebaren evolutionair vrij recent zijn: de grote apen gesticuleren wat af, maar de kleine, oude apenvarianten niet en ze verstaan er ook geen snars van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden