Komt hier een kerncentrale?

Jordanië heeft plannen om twee kernreactoren in de woestijn te laten bouwen. Het energiebehoeftige land wil niet meer afhankelijk zijn van instabiele buurlanden. Maar of kernernergie de oplossing is...

AMRA/AMMAN, JORDANIË - Vanaf het kruispunt met de borden Saoedi-Arabië (rechts) en Irak (links), is het met een auto niet ver meer naar Kasr Amra. De weg leidt door een kale, stenige vlakte, die eindeloos leeg is tot aan de horizon. De oostelijke woestijn van Jordanië is er niet een van de romantische soort. Er is geen struikje, laat staan een mens te bekennen.

In Kasr Amra, een elegant woestijnkasteeltje vlak langs de weg, is te zien dat het hier ooit anders was. De moslimheersers uit de Oemmajaden-dynastie (661-750 na Christus) bouwden hier een lustoord, een paleisje met een schitterende ontvangsthal en een serie hamams. Nog steeds zijn de bepaald niet preutse fresco's, met naakte vrouwen, beelden van jachtpartijen en feesten, te zien langs de muren en plafonds van het kasteel - uit een tijd dat moslimheersers kennelijk nog niet erg hechtten aan het islamitische verbod op afbeeldingen.

Wat op die afbeeldingen ook te zien is, is dat het hier vroeger een stuk groener was. Dit was een oase in de traditionele zin van het woord. Maar niet meer. Kasr Amra is zo kaal en troosteloos als de rest van de woestijn.

Een perfecte plek, moet de Jordaanse overheid gedacht hebben, om een kerncentrale te bouwen. Geen mensen in de omgeving, geen vruchtbare natuur om te bedreigen. En ruimte zat. Afgelopen oktober sloot de Jordaanse Atoomenergie Commissie (Jaec), de overheidsinstelling die gaat over de nucleaire ontwikkeling van het land, een voorlopige overeenkomst met het Russische bedrijf Rosatom om twee kernreactoren van 1000 Megawatt te bouwen. Ze moeten in 2022 in gebruik genomen worden. Mogelijke locatie: de omgeving van Kasr Amra.

Moebarak al-Gaoedi, de kleine, vrolijke gids die samen met een vriend thee drinkt en wacht op toeristen die er in dit jaargetijde niet zijn, vindt het een prima idee. "Alle ontwikkelde landen hebben kernenergie", zegt hij, terwijl hij uit zijn hoofd opnoemt hoeveel kerncentrales verschillende landen hebben. "Nederland heeft er geloof ik twee, of anders één. En hier in de omgeving bouwt Saoedi-Arabië er zestien, de Verenigde Arabische Emiraten zijn ook bezig. Waarom wij niet?"

Gaoedi is goed op de hoogte, want inderdaad is Jordanië niet het enige land in de regio dat zich op een nucleaire toekomst richt. Terwijl elders in de wereld kernenergie met wat meer scepsis wordt bekeken, zeker na de ramp in het Japanse Fukushima in 2011, zijn kerncentrales in het Midden-Oosten booming business.

Natuurlijk is er Iran, dat een Russische reactor bijna gebruiksklaar heeft, maar omstreden is omdat het zijn eigen uranium wil verrijken (de brandstof voor de reactor, maar ook voor kernwapens). Naarmate Irans plannen verder vorderden, maakten meer en meer landen in de omgeving bekend dat ze ook een nucleair programma nastreefden.

Die plannen zijn tot nu toe het concreetst in wat rijkere landen. Turkije is al in zee gegaan met een Russisch bedrijf, en Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hebben vergevorderde plannen. Deze laatste twee oliestaten willen ook in de toekomst verzekerd zijn van voldoende energie - die ze bijvoorbeeld nodig hebben om zeewater te ontzilten, een elektriciteitvretend proces.

Kwetsbaar
Voor het arme Jordanië is de behoefte eigenlijk nog veel urgenter, vertelt Walid al-Khatib, onderzoeker bij het politieke instituut CSS in hoofdstad Amman. "Wij importeren zo'n 96 procent van onze energie, dat is meer dan waar ook ter wereld." Jordanië is er 20 procent van zijn bnp aan kwijt en is daarbij bovendien afhankelijk van niet al te stabiele buurlanden. Het maakt het land extra kwetsbaar voor prijsschommelingen door regionale onrust.

En het probleem wordt niet kleiner met de jaren: verwacht wordt dat de energiebehoefte de komende tien jaar zal verdubbelen. Bovendien slinken de watervoorraden in het land snel. Ondergrondse reservoirs raken in ijzingwekkend tempo leeg, en de voorspelling is dat Jordanië over een jaar of vijftig geen drinkwater meer zal hebben. Nu al, vertelt Khatib, draait het leven van veel Jordaniërs om de beschikbaarheid van water. "Als je bijvoorbeeld je huis wilt schoonmaken, doe je dat op een van de twee dagen dat er water uit de gemeenteleidingen komt. Dat zit in ieders hoofd."

Ontzilting van water uit de Golf van Akaba zou, kortom, ook in Jordanië een uitkomst zijn.

Maar of nucleaire energie de beste manier is om minder afhankelijk te worden van andere landen, daar zijn sommige Jordaniërs niet zo zeker van. De onvrede bood zelfs ruimte voor het ontstaan van een soort milieu-protestbeweging, vertelt Safa al-Djajoessi. Ze is campagneleider van Greenpeace, een organisatie die in Jordanië 'doorbrak' met haar acties tegen kernenergie. Andere, aan het koningshuis gelieerde milieu-organisaties wilden zich aan het onderwerp niet branden, omdat het nucleaire project gedragen wordt door koning Abdoellah zelf.

In een hip café in het centrum van Amman vertelt Djajoessi dat het succes van Greenpeace' campagne samenhing met verschillende ontwikkelingen. "Wij deden onze eerst actie in juni 2011, aan het begin van de Arabische Lente. Dat was een periode waarin de teugels iets losser werden gelaten - mensen voelden zich vrijer om dingen te zeggen. Voor het eerst deden vrouwen ook mee aan maatschappelijk protest. Demonstraties gingen tot dan toe vaak over politiek, dat is hier meer een mannenaangelegenheid."

Fukushima speelde ook een cruciale rol, geeft Djajoessi onmiddellijk toe. De nucleaire ramp deed mensen in Jordanië realiseren dat er gevaren kleven aan nucleaire energie. Daardoor werden ook mensen wakker die zich niet direct bekommeren om het milieu. Bijvoorbeeld de mensen die het dichtst bij Kasr Amra wonen: de bedoeïenen. Deze inwoners van de oostelijke woestijn demonstreren tegen de komst van de in hun ogen levensgevaarlijke nieuwe reactor. Ook om emotionele redenen verzetten zij zich tegen de komst van een centrale in hun achtertuin.

Dat sommige mensen binnen de overheid suggereren dat een kerncentrale prima in deze lege ruimte gezet kan worden, maakt de bedoeïenen woedend. Voor hen is de woestijn een onlosmakelijk deel van hun leven dat niet in gevaar gebracht mag worden.

Gids Moebarak al-Gaoedi, in zijn traditionele thobe (een gewaad tot aan de enkels, red.) overduidelijk een bedoeïen, heeft weinig op met de emotionele argumenten van zijn stamgenoten. "Nee zeg, ik heb een hekel aan de bedoeïenencultuur. Als het regent kan je tegenwoordig lekker binnen gaan zitten. We hebben nu Google, iPhones, internet, we wonen in huizen. Ik ben tevreden!"

Voor de protesttent die niet zo lang geleden naast Kasr Amr werd opgetrokken, heeft hij dan ook geen goed woord over, en evenmin voor protestleider Hind al-Fayez, een jong, uitgesproken parlementslid uit de regio. Fayez is dochter van een invloedrijk lid van de Beni Sagar-stam, een van de machtigste bedoeïenen-verbanden in het land. De bedoeïenen gelden als steunpilaren van het koningshuis en hebben daarom veel invloed. Politieke partijen bestaan in Jordanië niet, dus de stem van de stammen telt zwaar in het parlement.

Eerste vrouw
Fayez, de eerste vrouw die namens haar stam in het parlement is verkozen, heeft zich opgeworpen als de stem van de tegenstanders van een kernreactor, een zaak waarmee ze kan scoren bij haar achterban maar die haar ook in conflict brengt met het Hof. Nu zit ze in een café in een gegoede wijk van Amman, en rookt een waterpijp. Het brengt haar niet tot bedaren.

Net als de voorstanders van nucleaire energie wil Fayez vooral af van de afhankelijkheid van Jordanië. Maar kernreactoren gaan daar volgens de ambitieuze politica niet bij helpen. "Wij willen echt onafhankelijk zijn! Als je nucleaire reactors gaat bouwen die twintig miljard dinar (ruim twintig miljard euro, red.) kosten, wie gaat dat dan betalen? Waar gaan we dat lenen?"

"Er zit uranium in de grond in Jordanië, maar als straks blijkt dat het te weinig is en we moeten importeren, dan hebben we er helemaal niks aan. Dan smeek ik Egypte en de Golfstaten nog liever om olie en gas, dan dat ik hier een nucleaire bom laat aanleggen. Wij zijn niet ontwikkeld, we grenzen aan Israël en Syrië, het is hier instabiel. Wij willen niet dat een buurland ons onder druk kan zetten door te dreigen met een bombardement van een reactor."

Bovendien, vindt Fayez, maar niet alleen zij, speelt Jordanië niet een gevaarlijk spel door in zee te gaan met een Russisch bedrijf? De Jordaanse koning heeft een goede relatie met de Amerikanen, maar zet die nu op het spel. Anders dan bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten, heeft Jordanië al te kennen gegeven dat het eigen uraniumverrijking niet uitsluit, zoals de VS graag willen. "Ik snap het niet", zegt Fayez, "ik wil antwoord op mijn vragen."

Ook analist Khatib tast in het duister over de keuze voor de Russen, ook al begrijpt hij wel dat de Jordaanse overheid haar oren niet helemaal laat hangen naar de Amerikanen.

"We hebben een geweldige relatie met de Amerikanen, maar we zijn het niet eens met de voorwaarden die ze ons willen opleggen. Israël wil geen enkele nucleaire afspraak ondertekenen. Dan is het niet raar als wij zeggen: waarom zouden jullie aan ons eisen stellen. We willen gelijk behandeld worden."

Hoe dan ook, als het aan Fayez ligt investeert Jordanië in vormen van energie die het land wel echt onafhankelijk maken. "Dan heb ik het over duurzame energie, zon, wind, afval. En daarna schalie-olie. Daar hebben we enorme voorraden van. Dat is milieu-onvriendelijk, inderdaad, maar we worden er wel zelfvoorzienend van."

Niets wijst er echter op dat de Jordaanse overheid van plan is om zijn aandacht ook op andere opties te richten. Toen Fayez in de gelegenheid was om koning Abdoellah zelf aan te spreken op de eenzijdige belangstelling voor kernenergie, was die er kort over. "Hij zei: het is een politieke beslissing."

Maar dat is het nou juist niet, meent Fayez. Haar steekt misschien nog wel het meest dat zij en haar mede-parlementsleden niet serieus worden genomen. In 2012 bepaalde het parlement - dat in Jordanië door de bevolking wordt gekozen - dat het nucleaire project van de regering opgeschort moest worden in afwachting van een economische haalbaarheidsstudie, een milieu-effectrapportage en nog wat voorwaarden. De beleidsmakers trokken zich er niets van aan. "De voorzitter van de Jordaanse Atoomenergie Commissie (die is aangesteld door de koning, red.) is zo machtig, die is gewoon doorgegaan", zegt Fayez.

De focus op juist deze ene vorm van energievoorziening maakt veel Jordaniërs bovendien wantrouwig. Hun land staat bekend om zijn corruptie. "Ik denk dat dit een nieuwe manier voor corrupte mensen is om geld te verdienen", zegt Fayez, die vice-voorzitter is van de transparantie-commissie van het parlement. "Ik kan geen andere verklaring bedenken."

Analist Khatib zal dat soort verdenkingen niet snel uitspreken, maar ook hij stelt vast dat de Jordaanse overheid niet bepaald transparant optreedt. Uit onderzoek van zijn instituut blijkt dat 60 procent van de bevolking het nucleaire programma steunt, maar de voorlichting is beperkt, zegt Khatib. En Khaled Toekan, de voorzitter van Jaec, drijft het nucleaire programma er in zijn eentje doorheen. "Hij stopt al zijn energie en vertrouwen in dit programma, omdat hij erin gelooft. Maar het is niet genoeg als één persoon hierin gelooft, het moet een algemeen gedragen wens zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden