'Komt het succes, dan is het vreemd genoeg niet te pakken'

De twee voorlichtsters van de NCRV-persdienst kijken meer dan tevreden om zich heen, als woensdagmorgen tijdens het Gouden Roos-festival in Montreux 'hun' televisieprogramma 'Taxi' wordt vertoond. De enorme full-colour reclamefolders - op elke tafel en in elke afvalbak te vinden - hebben hun werk gedaan. De zalen waar 'Taxi' te zien is zijn meer dan ruim gevuld en er wordt flink gelachen. Er is applaus na afloop. De voorlichtsters zijn uitgelaten.

“De Nederlandse omroep heeft een goed gevoel voor publiciteit. Iedereen wist dat 'Taxi' vertoond werd”, zegt de Noorse producente Siss Kvamme, die het programma ook bekeek. “Mensen in een taxi hun verhaal laten vertellen is een geweldig idee, een heel originele manier om een verborgen camera te gebruiken.” Kvamme vond Maarten Spanjer, die de taxichauffeur speelt, erg slim. “Al weet hij soms al te goed dat er een camera is die alles filmt, en hij vervolgens daarop weer reageert.” De producente werd erg triest van de rit waarbij een eenzame vrouw vertelde over de voor- en nadelen van flanellen lakens. “Ik schaamde mij voor haar. Het was overduidelijk dat de makers wisten dat deze vrouw niet zou weigeren, als haar na afloop werd verteld dat ze gefilmd was en op televisie zou komen.”

Onzin, reageert Spanjer later. Hij vindt het eerder een vorm van schaamte, over de enorme eenzaamheid die de vrouw in zijn taxi uitstraalt. “Iedereen kent deze vrouw. Het is de spiegel van het dagelijks bestaan, die je nooit in een studio hetzelfde verhaal zou kunnen laten vertellen. Daar kunnen we maar met moeite naar kijken. Het zijn mensen uit verhalen van Simon Carmiggelt, maar dan op televisie.”

De Nederlandse delegatie te Montreux bestaat uit Maarten Spanjer, een handjevol NCRV-vertegenwoordigers, een NOS-afgezante, werknemers van de produktiemaatschappij IDTV, Ralph Inbar zelf, en wat aanhang. Zij logeren voor het overgrote deel in een dorp ten noorden van Montreux, in een erg sjiek hotel, waar het eten en de bediening goed zijn. De lunch bestaat uit kwarteltjes met witte wijn.

Spanjer vindt het saai in Montreux. Het televisiefestival lijkt een bejaardenclub, zegt hij, er moet volgens hem in de loop der jaren een enorme vergrijzing zijn ontstaan. Er heerst boven alles ook zo'n bedaagde sfeer: “Buiten het festivalgebouw gebeurt er nìks. Binnen heb je dan zaaltjes waar de programma's vertoond worden; veertig stoelen, dan heb je het gehad. Ze zijn gevuld met mensen die zich, bij het zien van een goed idee, afvragen hoe ze het zo goedkoop mogelijk kunnen jatten.” Het weer is deze week wellicht ook te mooi, bedenkt Spanjer. Hij slijt zijn dagen in Montreux ook niet veel anders dan door af en toe een terrasje te pakken of een partij te tennissen met de NCRV-delegatie.

“Ik verveel me een beetje. Montreux is prachtig, dit hotel is prachtig, maar weet je wat mij hier opvalt? Moet je om je heenkijken: alle mondhoekjes staan omlaag.”

Ralph Inbar brengt zijn dagen in Montreux beduidend efficiënter door. De man-met-pijp van de verborgen camera uit 'Banana Split' en 'TV Masqué' vindt het festival nog steeds de enige internationale ontmoetingsplaats waar kwaliteit en originaliteit de belangrijkste waarden zijn. Het is een festival voor makers, en niet zoals de MIP-beurs van Cannes een bijeenkomst waar inkopers elkaar ontmoeten. “Het Montreux-festival behoort belangrijk te zijn. Hier ga je bekijken wat anderen doen, praat je met collega's over problemen, over nieuwe technieken.” Hij is ontzettend moe, bekent Inbar. Het zijn de eerste vrije dagen die hij dit jaar heeft, net rondde hij een nieuwe serie van 23 programma's af. “Ach, ik babbel wat, soms staar ik naar de bergen, of schaak op mijn computer met Kasparov. Dat is prettig. It doesn't hurt, zeggen de Engelsen over dit festival.”

Hij won hier drie jaar geleden met zijn 'TV Masqué' een Gouden Roos. “Dat was een heel raar gevoel.” Een beloning voor zijn denken, na veel twijfels of het nu werkelijk wel zo goed was wat hij produceerde. De Roos was de erkenning dat hij het al die tijd goed had gezien, een aanmoediging om vooral door te gaan. “Dat geeft een heel relaxed gevoel.” Bij de Tros-gebouwen vormden medewerkers na zijn terugkeer uit Montreux een erehaag met plastic rozen, herinnert hij zich. “Erg emotioneel, ja.”

Ineens relativerend: “'TV Masqué' viel meteen op, het haalde gelijk een hoge waardering. Toon Hermans belde mij thuis op om te vertellen hoe goed hij het vond. Ik zei nog: 'Toon! Ho! Oké!', maar hij hield niet op.” Inbar kijkt serieus: “Toon belt mij heus niet iedere week. Toen hij mij zei dat hij het geweldig vond, was dat het mooiste compliment dat ik ooit gekregen heb. Wij zijn maar eenzame fietsers. Onderweg zijn veel mensen bezig het pad te blokkeren.”

“Je kunt niet aangeven wat het goed doet op het Montreux-festival. Het is een kwestie van gevoel. Blijf je langer dan vijf minuten kijken? In de tijd van de zap-generatie ben je als maker al heel goed bezig wanneer je een kijker langer dan vijf minuten aan zijn toestel weet te binden.” Met een verwijzing naar de jury: “Dat geldt ook voor de wolven hier. Die mensen hebben alles wel gezien.”

Hij denkt dat het succes van 'Taxi' in de eerste plaats te danken is aan het optreden van Maarten Spanjer. “Hij is een heel goed, warm mens. Zonder kapsones. Hij heeft iets aandoenlijks.” Van de formule hoeft 'Taxi' het volgens Inbar niet te hebben, filmen in een taxi is geen nieuw idee. Voorlopig dus maar niet aan 'goud' denken. “Dat zou killing zijn.”

Een dag later loopt een van de leden van het NCRV-team met een flink verband om een knie. Een ongelukje bij het tennissen. In het hotel is het traditioneel ontbijt, dat ieder jaar voor de Nederlandse delegatie geserveerd wordt, met verse croissants, jus d'orange en camemberts zo groot als grammofoonplaten.

De voorlichtsters kijken blij. Maarten Spanjer vertelt een mop. Het gesprek gaat dan over de Veronica-ploeg, die vorig jaar, om 'All you need is love' in Montreux te promoten, een compleet orkest afhuurde om in de stromende regen langs te boulevard te gaan spelen. Promotiemeisjes voerden bossen rozen met zich mee, die niemand durfde aan te nemen. 'All you need' was kansloos. Naar het schijnt vertrok uiteindelijk de bewakingsdienst van het festivalgebouw met de armen vol bloemen huiswaarts.

Harry de Winter, directeur van de produktiemaatschappij IDTV die 'Taxi' maakt, is in Montreux gearriveerd. Hij heeft een blauwe Mercedes in cabriolet-uitvoering gehuurd en probeert na het ontbijt met de NCRV-voorlichtster het dak open te klappen. Dat lukt niet. Even later suist hij razendsnel van de bergweg af, in de richting van het festivalgebouw. Hij vertelt ondertussen dat deze zomer de laatste twaalf afleveringen van 'Taxi' met Spanjer als chauffeur worden opgenomen. Daarna gaat het programma zonder hem verder, eenvoudigweg omdat de chauffeur te bekend is geworden. Als ze hem niet gelijk herkennen, gebeurt het even later wel door zijn stem. Na de zomer nemen drie nieuwe acteurs de rol van Spanjer over, op dit moment vinden de screentests plaats. Actrice Yvonne van der Hurk, Pam uit de bekroonde IDTV-serie 'Pleidooi', is een van de kandidaten.

De Winter vertelt ook dat hij het idee voor 'Taxi' verkocht heeft aan België, Noorwegen, Zweden en Denemarken. Overleg vindt nog plaats met omroepen in Canada, Frankrijk, Duitsland en Spanje. Italië heeft een optie op het programma-idee genomen, Portugal en Engeland zijn geïnteresseerd.

De Winter zegt dat hij nuchter is; hij rekent überhaupt niet op een prijs, heeft werkelijk geen flauw benul wat 'Taxi' in de eindjurering zal doen. “Iedereen op het festival praat over 'Taxi'. Het valt kennelijk op als een vorm van inhoudelijk amusement, waarbij het levensverhaal de formule bepaalt en niet de verborgen camera.” Die vorm bevalt hem, hij is een non-fictie mens, die de werkelijkheid oneindig interessanter vindt dan alle verzonnen situaties.

Dan: “Natúúrlijk ben ik ambitieus. Ik wil goed zijn in mijn werk - en wanneer IDTV succes heeft doet dat mij persoonlijk goed. Het is maar een klein bedrijf, dat op wereldniveau gezien uiterst lokaal opereert. Als wij een Roos winnen is dat een lokaal succes en goed voor de positie van Nederland in Europa. Maar ondertussen is IDTV al veel groter geworden dan ik zelf ooit voor ogen had.”

“Endemol heeft zijn markt temidden van het grote amusement uitgestald, wil de beste van de wereld worden.” De Winter maakt een armgebaar: “Endemol is megalomaniakaal.” De Winter weet precies wat het verschil is tussen hem en Joop van den Ende: “Ik ben rock 'n roll, Madonna, Pink Floyd en Prince. Joop is iets anders. Hij is van de feesten en partijen. IDTV is een commercieel en creatief bedrijf, waarvan het imago wordt bepaald door programma's als 'Taxi' en 'Pleidooi'. Ons hart ligt bij de publieke omroep.” De Mercedes-cabriolet van De Winter bereikt zonder deuken het festivalgebouw van de Gouden Roos.

“Hij heeft een geniaal reactievermogen, het was een toevalstreffer dat we hem voor die rol van chauffeur vonden”, zegt De Winter over Spanjer. Hij kwam het café binnen waar De Winter toevallig overleg voerde over de acteur die hij zocht voor 'Taxi'. That's the guy, moet De Winter toen gezegd hebben.

Hoofdrolspeler Maarten Spanjer (42) zit aan het eind van de ochtend in de zon op het terras achter het festivalgebouw. De rol van zijn leven? Hij weet het niet. Als dat zo is, had hij het liever eerder gehad. “Die chauffeur was soms zo'n deel van mezelf dat de camera's niet langer bestonden. Maar ik ben de laatste tijd niet ècht veel gelukkiger geworden, als dat is wat je bedoelt. Komt het succes, dan blijkt het ineens haast buiten jezelf te staan, het is vreemd genoeg niet te pakken. Ik weet nog steeds niet hoe je talent het best kunt gebruiken.”

“Het is eigenlijk een rare behoefte in de schijnwerpers te willen staan. Dat is een behoefte in jezèlf, dat kon ik pas later plaatsen, ook al was het een cliché: ik was een klein jongetje uit een groot gezin, tegen wie gezegd werd dat hij zijn mond moest houden.”

Het imago van een toffe jongen is net zo ongrijpbaar als het succes, realiseert hij zich: “Ben ik nu aardig, of speel ik het? Niemand kan de rol van Jan Mulder beter spelen dan hijzelf. Zolang hij daarin niet inconsequent is, zal het ook niet gaan irriteren. Irritatie krijg ik bij mensen als Rolf Wouters op televisie. Zo zelfingenomen. Zo tevreden trekt hij een glimlach op zijn gezicht, hij is dan tevreden over zichzelf.” Spanjer denkt na en zegt: “Ik heb heel lang bij dat vieze mannetje van Kees van Kooten gedacht, dat als je dat zo goed kunt spelen, je daar boven staat. Dat geloof ik nu niet meer. Zo'n type zit in je.”

“Misschien is het wel goed als je af en toe twijfelt. Johnny Kraaykamp wéét hoe hij kan mislukken. Ik zal heel nuchter zijn wanneer ik hier in Montreux een Roos win.” Lacht ineens, sist tussen zijn tanden: “En misschien kook ik ook wel van binnen: nou heb ik ze dan toch te pakken, al die rotzakken.” Mensen lopen langs de boulevard. Het blijken Nederlanders te zijn, die Spanjer herkennen en vrolijk zwaaien. Spanjer zwaait terug, een beetje gegeneerd. “Het is voor ons eigenlijk maar goed dat er televisie bestaat. Anders moeten we langs de deur om kammetjes en scheermesjes te verkopen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden