sportief elftal

Komt er met een nieuwe voorzitter ook een nieuwe koers bij NOC-NSF?

NOC-NSF-voorzitter André Bolhuis begin juli 2012 in Amsterdam, tijdens de teamoverdracht voor de Spelen van Londen. Beeld Hollandse Hoogte / Leo Vogelzang

Eind mei stopt André Bolhuis (72) als voorzitter van NOC-NSF. De voormalig hockeyer heeft de functie dan bijna twaalf jaar vervuld – de maximale termijn voor een voorzitter. Wie moet de nieuwe voorzitter worden bij sportkoepel NOC-NSF? En welke taak ligt er voor diegene?

Het bestuur van NOC-NSF heeft drie taken: een strategisch plan ontwikkelen, toezicht houden en verantwoording afleggen. Een voorzitter moet dat proces bewaken. Wie is de geschikte opvolger voor Bolhuis? En wat verdient prioriteit in Nederland sportland? “Het moet iemand zijn die de waarde van sport inziet en uitdraagt”, vindt oud-hockeyster Minke Booij. “Dan heb ik het over de sociale cohesie binnen verenigingen, persoonlijke ontwikkeling en dat mensen genieten van mooie evenementen.” Mooie woorden, vindt voormalig tafeltennisster Bettine Vriesekoop. “Maar we moeten oppassen dat sport niet alleen voor de elite wordt. We zijn bezig om het verenigingsleven naar de knoppen te helpen in Nederland.”

Booij: “Ik zou allereerst gaan voor iemand uit de sport, en niet voor iemand uit de politiek of het bedrijfsleven. Een voorzitter moet vooral het belang van sport inzien. Edith Schippers wordt genoemd. Ze was minister van volksgezondheid, welzijn en sport, maar of zij sport in al haar haarvaten heeft, weet ik niet. Daarvoor ken ik haar niet goed genoeg. Een voorzitter moet iemand zijn met veel ervaring. Iemand die al wat langer in verschillende sporten werkzaam is geweest. Daarnaast moet hij of zij niet meer willen ‘doen’, maar puur het beleid bewaken. Dat is de taak van een voorzitter.”

Bettine Vriesekoop Beeld Friso Keuris

Vriesekoop: “Als ik kijk naar wie het geweest zijn, dan zie ik veel VVD’ers met een hockeyachtergrond. Allemaal vrienden van elkaar. Een old boys network. Dat is nou precies het probleem. NOC-NSF heeft een meer sociale voorzitter nodig. Iemand die inziet dat er meer is dan alleen schaatsen, wielrennen en hockey; Hollandse sporten die van oudsher in onze cultuur zijn geworteld. We moeten inzien dat niet iedereen dezelfde voorkeur heeft. Dat gebeurt nu niet. NOC-NSF laat sporten die het geld het hardste nodig hebben, zoals tafeltennis, het hardste vallen. Daar maak ik me grote zorgen om.”

Ambitie

Booij: “Wat ik in Nederland nog wel­eens mis, is dat we groter durven denken. Als we een internationaal sportevenement naar ons land willen halen, is het eerste wat je hoort: wat kost het? Terwijl een evenement zo veel op kan leveren. Het EK voetbal voor vrouwen (in 2017, red.) is daar een mooi voorbeeld van. Dat heeft zo veel mensen bereikt. Als je dat afzet tegen de investering, dan is dat niks. Ik wil niet zeggen dat we meteen weer alles op alles moeten zetten om de Olympische Spelen binnen te halen, maar zo’n ambitie moet wel weer terug.”

Vriesekoop: “Zoiets kost veel geld. Dat is wat mij betreft ook de voornaamste zorg niet in Nederland. In het tafeltennis zie ik kinderen stoppen omdat er geen vrijwilligers meer zijn, terwijl er in een land als Frankrijk tientallen door de overheid betaalde tafeltennis­trainers zijn om jeugd beter te maken. In Nederland holt het ledenbestand achteruit bij de kleinere sporten. Dat is ook logisch. NOC-NSF kijkt puur naar de prestaties. Als je niet presteert, krijg je geen geld en zijn er dus ook geen middelen om jeugd op te leiden. Als dat zo doorgaat, bestaan kleinere sporten straks niet meer. De rijke sporten worden rijker, de arme sporten worden armer. Het is net de maatschappij. In kleine sporten kunnen alleen kinderen van welgestelde ouders nog aan topsport doen. Dat vind ik zorgelijk. Wie gaat daar iets aan doen? Wie gaat het verenigingsleven vernieuwen? Dat is de belangrijkste taak van een voorzitter.”

Minke Booij Beeld ANP

Booij: “Dat is zeker belangrijk, maar het gaat mij echt om die hogere ambitie en visie. Ik vind het te kortzichtig om het alleen over het verenigingsleven te hebben. Sport is van iedereen, daar ben ik het mee eens. Ik deed op tv ooit mee aan de Nationale Nieuwsquiz. Vooraf werd de kandidaten gevraagd: waar ligt je expertise? Ik antwoordde: ‘Sport, maar van andere dingen weet ik ook wel wat.’ Er waren politieke verslaggevers die een beetje trots zeiden: ‘Sport? Oh, daar heb ik helemaal niets mee.’ Dát moet eruit. Het kan ook niet. Iedereen doet, kijkt of heeft wel iets met een sport. Sport is zo ontzettend belangrijk in de wereld. Het kan barrières doorbreken. We moeten inzien dat sport voor iedereen van groot belang is.”

Verbinden

Vriesekoop: “Weet je waar ik echt boos om kan worden? Bestuurlijke types die het de hele tijd over ‘verbinden’ hebben. Volgens mij is ‘verbinden’ een werkwoord en moet je dat dóén in plaats van zeggen. Alleen, dat heb ik dit soort mensen nooit zien doen. Ik weet ook wel: het is van maatschappelijk belang dat we door sport verbinden, maar op deze manier zorgen we ervoor dat straks iedereen die het kan betalen en sociaal niet wordt uitgestoten, hockeyt. Dat moeten we niet willen als land.”

Booij: “Sport is niet alleen topsport, maar vooral ook breedtesport en gehandicaptensport. Voor mij zit daar geen hiërarchie in. Het gaat om sport in al zijn facetten. Voor de fan, de beoefenaar, de vrijwilliger, etcetera. Een geschikte kandidaat aanwijzen vind ik lastig. Als ik buitenstaanders over sport hoor praten, denk ik vaak: je hebt geen idee. Het moet echt iemand uit de sportwereld zijn. Iemand met een hoge ambitie en visie om de waarde en het belang van sport in zijn geheel naar een hoger niveau te brengen in Nederland. Jan Albers (oud-hockeyer en voorzitter van de raad van commissarissen van voetbalclub PSV, red.) zou ik een geschikte kandidaat vinden. Jan is iemand die bestuurlijke functies in verschillende sporten heeft bekleed en uit mijn eigen ervaring weet ik dat hij in staat is om goed te luisteren en in het algemeen belang te denken.”

Vriesekoop: “Ik noem Bessel Kok, iemand die de wielerbond geleid heeft en de schaakbond heeft gereorganiseerd. Hij heeft een hart voor jonge, talentvolle mensen en is sociaal en invoelend. Een gewone, sympathieke man. Als er één kan verbinden, is hij het.”

In het sportief elftal buigen zich, naar het voorbeeld van de elftallen van onze redactie religie & filosofie, per aflevering twee van de elf deskundigen over een actueel sportief vraagstuk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden