'Komt de internationale gemeenschap als ik slaap aan mijn bed zitten?'

ERDUT - “Wij hebben het akkoord met de Kroaten ondertekend om het uitbreken van een nieuwe oorlog te voorkomen. Nu moeten beide partijen het ook naar letter en geest naleven.”

In zijn kantoor in Erdut, gezeten onder een portret van een opvallend jeugdige Slobodan Milosevic, kijkt Milan Milanovic, ondertekenaar van het 'Basisakkoord voor vrede in Oost-Slavonië' en vice-minister van binnenlandse zaken, ons streng aan. Van de op de grens tussen Servië en Kroatië gelegen 'Servische Republiek' is hij als hoogste bestuursvertegenwoordiger overgebleven. Zijn collega's zijn allang naar Belgrado afgereisd.

De kamer van Milanovic ziet eruit als alle kamers van bestuurders van redelijk hoge rang in dit deel van de wereld: grijs, keurig opgeruimd, portret van de politieke leider op een prominente plaats, vlaggen en een kast met glazen deuren die laten zien dat er niets in opgeborgen ligt.

Voor een regeringskantoor is het ongebruikelijk stil in het vervallen landhuis in dit nietige boerendorpje aan de Donau, waar vorig jaar op 12 november - in de slagschaduw van het Daytonakkoord voor Bosnië - Kroaten en Serviërs plechtig beloofden dat Oost-Slavonië weer onder Kroatisch gezag zou komen.

De bij het vredesproces in Oost-Slavonië onontbeerlijke internationale steun is lang uitgebleven: terwijl de internationale gemeenschap meteen na de ondertekening van 'Dayton' een 60 000 man sterke troepenmacht op de been wist te brengen heeft het maanden geduurd tot de 5 000 blauwhelmen nodig voor Untaes, de VN-eenheid die de uitvoering van het akkoord van Erdut zal begeleiden, er waren.

Milanovic zegt zich niet al te veel zorgen te maken over de nabije toekomst. Verwacht wordt dat velen van de 80 000 Kroaten die in 1991-92 het gebied ontvluchtten zich weer hier zullen vestigen als onder begeleiding van de VN de reïntegratie van Oost-Slavonië (het herstel van het gezag van Zagreb in de streek) binnen hooguit twee jaar een feit zal zijn. Zelfs de vraag wat er moet gebeuren met de Serviërs die straks bij terugkeer van de Kroatische vluchtelingen hun huizen uit zullen moeten lijkt Milanovic niet al te veel zorgen te baren. “Het akkoord zegt dat de Serviërs niet op straat zullen worden gezet of de Donau ingejaagd. Er zal compensatie komen en vervangende woonruimte. Ik heb het erover gehad met generaal Klein (de gepensioneerde Amerikaanse luchtmachtgeneraal die door de VN is benoemd tot interimbestuurder van het gebied, red). En hij is het met me eens.”

Er wordt door beide partijen veel verwacht van Klein, die zich de afgelopen weken in de problematiek heeft ingewerkt en zich tot nu toe heeft onthouden van openbare uitspraken. Nu de samenstelling van Untaes-troepenmacht bekend is, kan hij pas echt aan de slag, al moet er nog veel voorbereidend werk worden gedaan.

In Oost-Slavonië, een vruchtbare strook land tussen de Drava en Donau waar ook olie wordt geproduceerd, hebben Serviërs en Kroaten lange tijd vreedzaam naast elkaar gewoond. Maar bij het uiteenvallen van de Joegoslavische federatie sloeg hier in 1991 de vlam in de pan. Een regelrechte oorlog was het gevolg van provocaties van nationalistische extremisten over en weer. Het beleg van het charmante stadje Vukovar aan de Donau door de Serviërs met behulp van het Joegoslavische Volksleger werd één van de bloedigste afleveringen uit de geschiedenis van die oorlog.

In de verwoeste stad geeft wasgoed dat te drogen hangt op de balkons zonder balustrade van de aan puin geschoten flatgebouwen aan dat er wel degelijk mensen wonen in de ruïnes. Veelal Serviërs die vorige zomer hun huizen in de Krajina uitmoesten toen het Kroatische leger op hardhandige wijze die streek weer onder gezag van Zagreb bracht. Een oudere vrouw zegt weinig te zien in de garanties van de buitenwereld voor een ordelijk verloop van de vreedzame reïntegratie van Oost-Slavonië: “Komt de internationale gemeenschap straks aan mijn bed zitten om erop toe te zien dat me niets overkomt in mijn slaap?”

Peter Galbraith, de Amerikaanse ambassadeur in Zagreb en drijvende kracht achter het akkoord van Erdut, noemt tijdens een rondwandeling door Vukovar de regeling voor Oost-Slavonië ambitieuzer dan het Dayton-akkoord voor Bosnië. “We hebben het multiculturele karakter van de streek willen bewaren. Hier komen, anders dan in Bosnië, geen etnische scheidslijnen. Maar dat maakt het allemaal wel erg gecompliceerd. Het akkoord van Erdut zal mislukken als we straks, wanneer de Kroaten terugkeren, toestaan dat de Serviërs die in hun huizen hebben gezeten dakloos worden. Ik heb dat met de Kroatische regering opgenomen en ze zijn met zeer redelijke voorstellen gekomen voor alternatieve huisvesting en schadevergoeding.”

Maar dertig kilometer naar het noordoosten, in de aan de Drava gelegen stad Osijek die altijd Kroatisch is gebleven, noemt de onder een portret van de Kroatische president Franjo Tudjman zittende Ivica Vrkic de mogelijkheden van Kroatië om te zorgen voor vervangende huisvesting voor Serviërs beperkt. Vrkic is belast met de coördinatie van de terugkeer van de Kroatische vluchtelingen naar hun oorspronkelijke woonplaatsen in Oost-Slavonië. “Het is natuurlijk onze inzet dat niemand op straat komt te staan. Maar de regering heeft op dit moment gewoon geen geld voor alternatieve woningen voor de Serviërs. In veel gevallen zullen ze kunnen terugkeren naar West-Slavonië en de Krajina, nu daar het Kroatisch gezag is hersteld.” Dat dat gepaard is gegaan met het platbranden van huizen van Serviërs laat Vrkic onbesproken.

Het is duidelijk dat het vredesproces in Oost-Slavonië maar moeizaam op gang komt. De VN en de plaatselijke autoriteiten zijn nog druk bezig met de eerste voorbereidingen: kantoren, auto's, telefoons. Inmiddels blijft de vraag kwellen of iemand zich wel heeft ontfermd over het probleem wat de vreedzame reïntegratie zal betekenen voor de gewone burgers. Op aanraden van één van de vele vanuit Osijek opererende niet-gouvernementele organisaties zoeken we een antwoord in het net over de grens in Hongarije gelegen Mohac waar een Zwitserse vredesorganisatie, Peace Bridge, bijeenkomsten organiseert waar Serviërs en Kroaten uit de Baranja (het noordelijk deel van Oost-Slavonië) met elkaar praten over hoe hun gezamenlijke toekomst eruit zal gaan zien. Eén ding staat vast: ze willen samen verder.

Als we aankomen is net een groep leraren van beide kanten gestart met een sessie onder leiding van een Zwitserse vrouw, predikant, theologe en classica. Die neemt de VN-Veiligheidsraadresolutie door die de voorwaarden omschrijft waaronder het reïntegratieproces in Oost-Slavonië zal plaatsvinden: respect voor ieders mensenrechten heeft de hoogste prioriteit. “Daar kun je je dus altijd op beroepen”, zegt ze. Het gehoor is sceptisch.

Milanka, een uit Baranja gevluchte Kroatische onderwijzeres, maakt zich zorgen. Ze kan zich moeilijk voorstellen dat de beloften dat de Kroaten kunnen terugkeren maar dat de Serviërs niet dakloos hoeven worden werkelijkheid zullen worden. Toen de deelnemers eerder in het groepsgesprek hun emoties op papier moesten zetten heeft ze met grote letters konfuzija (verwarring) opgeschreven.

Milanka wil weten of 'de andere kant' beseft dat ze weer onder Kroatisch gezag zullen komen, Tot op dat moment heeft iedereen ontspannen door elkaar gepraat, maar dan blijkt dat er een onzichtbare scheidslijn door het gezelschap loopt: de kring valt in twee helften uiteen. De Kroatische vrouwen zitten het dichtst bij de gang, de Servische deelnemers bij het raam. Het wordt doodstil. Iedereen beseft: hier gaat het om.

“Snappen jullie dat je een Kroatisch paspoort krijgt, dat je overal de Kroatische vlag zult zien wapperen?”

Svetlana, die zich opwerpt als woordvoerster van de Servische kant, zegt dat ze dat heel goed beseft.

“Maar willen jullie dat allemaal?”

“Daar gaat het niet om, dat is een gepasseerd station”, zegt de gespreksleidster, “de VN-resolutie zegt dat Oost-Slavonië weer Kroatië wordt.”

Milanka blijft volhouden. “Accepteren jullie in de Baranja dat jullie weer deel van Kroatië zullen worden of hopen jullie nog altijd op een of andere vorm van zelfbestuur? Volgens mij beseffen ze niet wat er gaat gebeuren.”

“Voor mij is het het belangrijkste dat we geen tweederangsburgers worden”, zegt Svetlana, “ik snap best dat alles anders zal worden. Ik hoop dat de reïntegratie zal lukken. Wie er anders over denkt probeer ik met mijn hoop voor een gezamenlijke toekomst te overtuigen.”

“Volgens mij”, zegt Milanka, “hopen de meeste Serviërs dat het niet lukt. Ik wil dat jullie toegeven dat jullie in een irreële droom hebben geleefd, dat jullie hebben geloofd in iets dat geen werkelijkheid kon worden.”

“Ik begrijp”, zegt Svetlana, “dat je me wilt horen zeggen dat wij nu allemaal zijn gaan inzien dat we verloren hebben. Nou, dat ga ik hier niet zeggen.”

Het blijft doodstil.

“Ik wil niet terug naar Baranja”, fluistert Milanka, die daar een huis heeft achtergelaten en de afgelopen jaren als vluchteling een miserabel bestaan heeft geleid. “Ik wil niet terug om daar mensen in angst te zien leven.”

De gespreksleidster omarmt haar: “Je bent moe, hè.”

Milanka knikt zwijgend.

“Ze is zo moe”, zegt de gespreksleidster, “zo ontzettend moe.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden