Kommer & Kwel

In het gebied waar ooit het laatste stukje oerbos van Nederland lag, zijn natuur en cultuur versmolten.

In 1871 viel de laatste boom van het achtduizend jaar oude Beekbergerwoud, het enige overgebleven stukje authentieke natuur in Nederland. Enkele zwarte elzen waren reusachtig: om er één te omarmen waren twaalf mensen nodig. De bomen brachten (omgerekend) nog geen tien cent per stuk op.

Het ’Woud’ was een moerasbos of broekbos ten zuiden van Apeldoorn. Namen als Beekbergsche Broek en Polderweg duiden op het natte karakter van het laaggelegen gebied tussen de Veluwe en de IJssel, waar het woud in lag. De reden hiervan is kwel. Het regenwater dat door de zanderige grond van de Veluwe zakt, komt in deze natuurlijke kom weer boven. Soms kan die reis wel honderd jaar duren. Onze wandeling begint dus eigenlijk aan het eind van het verhaal: onderin het natte gebied.

Het is een verademing om vanaf de A1 weg te lopen naar het Apeldoornsch Kanaal. Terwijl de drukte van de snelweg met iedere stap vermindert, neemt het weidse uitzicht toe: het Beekbergsche Broekgebied. Dit bestond vroeger uit dopheidevelden, hooi- en grasland. Van de heide is weinig over, maar er is nog wel veel grasland met hier en daar een boerderij en bomen. In de verte klinkt de roep van een buizerd.

Zo’n twee meter boven de weilanden ligt het vroegere jaagpad, nu een fietspad, langs het Apeldoornsch Kanaal. Dit gedeelte van de waterweg (Apeldoorn-Dieren) is gegraven tussen 1858 en 1868. Het kanaal wordt geflankeerd door enorme Amerikaanse eiken die ook bijna 150 jaar oud zijn. Imposant, ook al zijn ze nu kaal. Het kanaal vormt een scheiding tussen het natte kwelgebied en de steeds hogere glooiingen naar de Veluwse stuwwallen.

Vooral in het natte gebied botste de mens met de natuur. Denk aan de kap van het Beekbergerwoud. Toen was het normale noodzaak, nu is het zonde. Maar dat maken we goed: Natuurmonumenten is bezig het woud te herstellen.

Maar confrontatie is er nog steeds. De gemeente Apeldoorn wil het Beekbergsche broekgebied inrichten als industrieterrein, maar de natuur heeft tegenwoordig mondiger voorstanders dan in 1871. ’Bescherm het Beekbergsche Broekgebied’ staat op een rood bord langs de kant van de weg. In de ogen van bewoners, recreanten en natuurorganisaties overschrijdt de gemeente de bouwgrens, de A1. Daarnaast betekent industrie ontwatering van het broekgebied en dat heeft gevolgen voor de hele kom. Het huidige Beekbergerwoud zal dan geen moerasbos worden. Zeldzame vegetatie die de kap van het woud tot nu toe had overleefd in houtwallen (zoals knikkend nagelkruid, wegedoorn en verschillende soorten bramen) verdwijnen dan alsnog.

Toegegeven, het huidige Beekbergerwoud wordt nooit helemaal identiek aan zijn voorganger, maar de vooruitzichten zijn gunstig. Natuurmonumenten gooide de sloten dicht, verwijderde de bovengrond of woelde die om in de hoop dat er oude zaden opkomen. Hogergelegen horsten zijn weer opgeworpen, houtwallen onaangeroerd gebleven. De bedoeling is het ontstaan van een moerasbos omringd door ’blauw’ grasland (met blauwe knoop, blauwe zegge en Spaanse ruiter), natte heide en hooiland. We zien al eerste tekenen: bosbies verspreidt zich gulzig over anderhalve eeuw weiland.

Aan de andere kant van het Apeldoornsch Kanaal is meer symbiose. Dit overgangsgebied tussen laag/nat en hoog/droog is al eeuwen boerenland. Het ligt op de ’voorbodes’ van de Veluwse stuwwallen die gevormd zijn in het Saalien. We zien wei, maïslanden, losse boerderijen en kleine dorpjes op natuurlijke glooiingen. De eenzame boom (een vroegere grensmarkering?) op de Hulleweg richting Lieren kijkt uit over de hele enk. Dit punt ligt zo’n twintig meter hoger dan het Beekbergerwoud. Aan de horizon in het zuidoosten zien we de Veluwse bossen.

Via de Lierderstraat passeren we het vroegere station van Beekbergen (de thuisbasis van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij en historische locomotieven) en slaan linksaf de Tullekensmolenweg op, die we de rest van de wandeling niet meer uit het oog verliezen. Aan de weg staan twee watermolens, die kenmerkend zijn voor het overgangsgebied. Water stroomt van hoog naar laag,zowel boven- als ondergronds. Vanaf het zuidelijker gelegen Eerbeek tot in het centrum van Apeldoorn wemelt het van de beken. In deze hele strook vinden we dan ook watermolens en papierfabrieken.

Sommige beken zijn gegraven, voor de papierindustrie of om het Apeldoornsch Kanaal van water te voorzien. Dat moet de kwel verminderd hebben, maar niet overduidelijk, zeker niet sinds de kap van het Woud. Andere beken zijn op natuurlijke wijze ontstaan, hoewel ze in de loop der eeuwen veelal ’opgeleid’ zijn.

De mens hield de beek kunstmatig hoog, zodat het water bij de molen naar beneden viel en meer energie opbracht. Dat zien we bij de Ruitersmolen aan de Oude of Beekbergsche Beek. De weilanden achter de molen liggen veel lager, de beek zelf zou een andere weg hebben gekozen. Ook hier leven natuur en cultuur zwijgend samen, maar niet altijd even succesvol: wij verjoegen per ongeluk een ijsvogel die op een laaghangende tak naar het water zat te loeren.

iDe grootste verzameling wandel- en fietstochten op www.trouw.nl/natuurtochten

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden