Komeet als bron van kennis

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. De landing van een voertuigje op een komeet was een unieke prestatie. Maar worden we er wijzer van?

Even was de landing van een onbemand Europees voertuigje op een komeet wereldnieuws - al werd het niet door alle Nederlandse media als zodanig herkend. Een ruime week later zijn we het voertuig Rosetta en het eenzame landertje Philae alweer bijna vergeten. Technische tegenslagen roepen bovendien de vraag op of de missie nou wel of niet geslaagd is. Het landertje heeft heel wat metingen verricht, maar is voortijdig aan zijn eeuwige slaap begonnen. Wat worden we wijzer van dit even heroïsche als kostbare experiment?

Hans Achterhuis, emeritus-hoogleraar techniekfilosofie aan de Technische Universiteit Twente: "Allereerst heb ik er grote bewondering voor. De ongehoorde hoeveelheid nauwkeurig werk die hieraan vooraf is gegaan. Ik heb dat aan de TU in Twente ook altijd zo ervaren. Technici kunnen jarenlang toegewijd ergens aan werken, en de ruimtevaart is daarvan wel het meest fascinerende voorbeeld."

Bas Haring, bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit Leiden: "Klopt, maar in dit geval heeft Esa wel een opmerkelijk riskante aanpak gekozen. Ik vraag me echt af hoe het voor die mensen geweest moet zijn om hieraan te werken. Een miljoenen verslindend project, waar tien jaar lang je hele leven omheen draait, en als er ook maar het minste fout gaat, is alles voor niets geweest. Het scheelde met de landing maar een haar, of het was totaal mislukt. Ten tijde van de eerste Marslander opperde een Amerikaanse wetenschapper al dat ze beter meerdere kleine robotjes de ruimte in hadden kunnen schieten dan één superslimme alleskunner."

Achterhuis: "Desondanks blijft het toch een ongekende prestatie. De landing speelde zich af op 500 miljoen kilometer afstand van de aarde. Het is nog niet heel lang geleden dat een project als dit volstrekt ondenkbaar was. En dat diende het volgens sommige filosofen trouwens ook te blijven. Martin Heidegger schreef nog romantiserend over de aarde, in de trant van: dit is de plek waar wij thuishoren. Daarbuiten hebben wij niets te zoeken. Op het moment dat de eerste mens de ruimte betrad, de Rus Joeri Gagarin in 1961, ging Emmanuel Levinas tegen hem in.

"In het essay 'Heidegger, Gagarin en wij' neemt Levinas afstand van de filosofie van Heidegger, die ons aan de aarde lijkt te kluisteren en die 'de Plaats' heilig verklaart. Levinas schreef: 'Gedurende een uur heeft een mens bestaan buiten iedere horizon. Alles om hem heen was hemel. Of liever: alles was geometrische ruimte. Een mens bestond in het absolute van de homogene ruimte.'

"Mensen zijn volgens Levinas niet alleen geworteld, maar ook vrij om zich los te maken, verder te trekken, gericht op verkennen. Hij onderbouwde dit met het volle gewicht van zijn Joodse achtergrond, het volk dat eeuwen heeft moeten ronddwalen. 'Het jodendom heeft zich altijd vrij gehouden van de verering van plaatsen. (...) de techniek ontrukt ons aan de Heideggeriaanse wereld, met haar bijgeloof van de Plaats', schreef hij.

"Hannah Arendt, ook verbonden aan dat volk, dacht daar trouwens heel anders over. Zij uit in de inleiding van 'The Human Condition' haar angst over de eerste experimenten met ruimtevaart, duidelijk onder invloed van Heidegger: er cirkelt een vaartuig rond de aarde. Zij vond dat een heilloze weg. Vooral omdat het de suggestie kan wekken dat we het in de toekomst ook zonder aarde wel kunnen redden."

Haring: "Ik heb totaal geen moeite met die gedachte. Het zou juist heel mooi zijn als mensen zich ook op andere planeten zouden vestigen. We hebben een enorm adaptief vermogen, dus waarom niet? Als ik zelf maar niet mee hoef.

"Overigens heb ik zulke vergezichten niet nodig om het nut van dit soort projecten te zien. Je hoort altijd weer de vraag: wat is het nut van zulk soort zaken? Het antwoord luidt meestal: dankzij de ruimtevaart ontwikkelen we allerlei belangrijke spin-offs. Zoals Teflon, al is dat zelfs volgens de Nasa onzin. Ik vind die eventuele bijproducten hoe dan ook niet nodig: het domweg bevredigen van onze nieuwsgierigheid is als reden meer dan genoeg. We willen gewoon graag weten hoe de aarde en het heelal in elkaar zitten. Mensen zijn nieuwsgierige wezens. En dus besteden we daar geld aan - in Amerika is het budget van de Nasa qua omvang vergelijkbaar met de omzet van de filmindustrie. Ik vind dat wel zo'n beetje de goede verhouding: af en toe naar de film gaan is ongeveer even belangrijk als het beantwoorden van de vraag: is er leven buiten onze planeet? Iets anders hoeft die zoektocht niet op te leveren."

Achterhuis: "Vaak wordt met betrekking tot ruimtevaart de vergelijking met Columbus gemaakt. Die had ook geen idee waar hij uitkwam. Een reis naar het einde van de bekende wereld. Dat geldt nu ook weer, op een bepaalde manier. We zijn nog nooit zo ver weg geweest. In die zin is ook deze ontdekkingsreis essentieel. Alleen al om iets van de weidsheid van het heelal te kunnen beseffen. En de manier waarop we als mensen - naar Blaise Pascal - een 'denkend riet' zijn, dat kan knappen door ebola, maar dat ook technisch denkend en werkend de ruimte kan verkennen. Pascal omschreef die dubbelheid in de tijd dat de onmetelijkheid van het universum ontdekt werd. Na Copernicus en Galilei, die hadden laten zien dat de aarde niet het middelpunt was, boezemde de omvang van het heelal mensen angst in. Die angst kun je nu opnieuw voelen als je jezelf volledig probeert te realiseren wat er precies gebeurt. Aan de andere kant geeft het feit dat we daar een robotje kunnen neerzetten ook een gevoel van beheersing. De steen van Rosetta, die ons in staat stelde om eeuwenoude hiërogliefen te ontcijferen, is een treffende metafoor voor het ontdekken van nieuwe werelden en het analyseren van oeroude materie."

Haring: "Zoals gezegd vind ik het bevredigen van onze nieuwsgierigheid voldoende reden om dit soort reizen te maken. Maar met de namen en retoriek waarmee zo'n prestatie gepaard gaat, heb ik altijd een beetje moeite. Ik betwijfel in dit geval hoeveel werkelijk nieuwe kennis dit project gaat opleveren. Sterrenkundigen kunnen op afstand waanzinnig veel. Via het licht dat weerkaatst van zo'n komeet kunnen ze van alles over het ding te weten komen. Het is natuurlijk extra mooi om óp die steenklomp ook nog metingen te doen, daar leer je heus wel wat van, maar per se nodig is het niet. Het laat mooi zien dat de mensheid kennelijk gigantische bedragen over heeft voor dingen die zo weinig direct nut hebben, maar die des te sterker appelleren aan onze behoefte om grote vragen te beantwoorden."

Achterhuis: "Al moet je wel weten over welke vragen je dan spreekt. Ik heb mensen ook weer horen zeggen 'nu krijgen we antwoord op de grote vragen over onze ontstaansgeschiedenis'. Maar zelfs als we nu iets meer te weten komen over de rol die kometen hebben gespeeld bij het ontstaan van het leven op aarde, dan biedt dat zelfs geen begin van een theologisch of filosofisch antwoord op welke vraag dan ook. Techniek kan alleen antwoord geven op vragen over het hoe. Over zin en betekenis zeggen die antwoorden niets. Het doet me denken aan Camus' hoofdpersoon Caligula, uit het gelijknamige stuk. Caligula zit achter de maan aan. Als hij die zou hebben, zou hij het antwoord hebben op alle grote vragen. De maan stond, onbereikbaar als hij was, voor iets absoluuts in het leven, wat niet gevonden wordt. Alleen het absurde resteerde."

filosofisch elftal

Haring

Achterhuis

Roeser

Ankersmit

Van Tongeren

Baudet

Groot

Van Brederode

Huijer

Noordegraaf

Gescinska

Astronaut André Kuipers (midden) volgt met collega's in Space Expo in Noordwijk de landing van Philae op de komeet.

Tatoeage van een Esa-medewerker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden