Kom, Ramsey

Onze nieuwe dichter des vaderlands stond, na een doorwaakte nacht, in de koude hal van Utrecht Centraal. Op een podium, voor een wagon van geplastificeerde stof en een stilstaande klok, onderhield Dolf Jansen een publiek van passanten en genodigden. De cabaretier schakelde snel als altijd, hoewel het thema van de bijeenkomst ’wachten’ was, een thema gekozen ter gelegenheid van de Gedichtendag.

Zeven dichters kwamen een gedicht voorlezen, daar in die hal, een hal die geldt als een doorgangshal, hier verdwijnen mensen bij bosjes, via gaten in de vloer. De lezende dichters waren weliswaar elektronisch versterkt, maar ze moesten toch opboksen tegen de stem van de NS speaker. Het was een strijd van gedicht tegen omroepbericht, van wachten en bezinnen tegen opschieten en je trein halen. Er vielen poëtische woorden als fonkelniezen en zwiepzwaaien en tokkelossen, maar ze moesten het opnemen tegen vertraagde treinen naar Arnhem en Nijmegen, of naar Wageningen en Veenendaal De Klomp – en de herhaling ervan.

Ik keek naar Ramsey Nasr in zijn mooie mantel en zijn zwarte sjaal. Niet geslapen had hij, vertelde hij op dat podium, stijf van adrenaline nog. De lenzen van televisie-, foto- en telefooncamera’s zogen zijn beeltenis op, een knappe en ernstige dichter, anders dan zijn wat bestofte, gemoedelijke voorganger.

’Er is een reden voor Geert Mak en er is een reden voor Geert Wilders’, schreef hij in een opiniestuk over de staat waarin Nederland verkeert. Tussen Geert en Geert zal zijn onderzoekend dichtersschap zich begeven. En misschien ook tussen Geer en Goor. Maar heel blijmoedig toonde de dichter zich niet, over de staat van het land. In het gedicht dat zijn nominatie begeleidde, schreef hij de regels:

Hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp, van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp, hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?

Ik moest aan een andere dichter denken, een dichter die ook een gelegenheidsgedicht mocht schrijven: Elizabeth Alexander – bij de inauguratie van Obama. Een mooi gedicht las ze, niet somber, niet oordelend, eerder mild, omziend en hoopvol. Met regels die het leven van alledag opriepen. Regels als deze:

A woman and her son wait for the bus. A farmer considers the changing sky. A teacher says: ’Take out your pencils. Begin’.

Liefdevolle regels waren dat. Ze herinnerden aan de lange weg die het volk had afgelegd.

Say it plain, that many have died for this day. Sing the names of the dead who brought us here, who laid the traintracks, raised the bridges, picked the cotton and the lettuce...

En toen volgde nog die vraag, die alles omvatte:

What if the mightiest word is love?

Ja, het was koud in die hal op CS. En bij de zachtste dichter, Antjie Krog, viel ook nog de batterij in haar microfoon uit, zodat haar stem onhoorbaar werd.

Maar kom, Ramsey, maak ons blij. Inspireer ons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden