Kom niet aan extra geld voor zwarte school

Terwijl het achterstandsgeld voor zwarte scholen zijn vruchten begint af te werpen dreigt juist hier een grote bezuinigingsronde. Uiteindelijk trekken de kinderen weer aan het kortste eind.

door Pierre Heijnen

De Tweede Kamer bespreekt vandaag de voorstellen van minister Van der Hoeven over de bestrijding van onderwijsachterstanden in het basisonderwijs. Deze voorstellen hebben een enorm effect op vooral de zwarte scholen in de grote steden: zij moeten fors bezuinigen op personeel.

Volgens de minister kan dit zelfs oplopen tot een kwart van de formatie. De afgelopen jaren zijn de resultaten op deze scholen toegenomen. Dat moeten we nu niet afbreken. Het kabinet miskent de werkelijkheid van zwarte scholen.

De minister heeft een heel pakket maatregelen toegestuurd aan de Tweede Kamer. Daar valt veel over te zeggen en ook de nodige kritiek op te leveren, maar ik zal me beperken tot de ’tachtigprocentmaatregel’.

De minister stelt voor dat scholen voor maximaal tachtig procent van de leerlingen op een school extra geld kunnen krijgen, ook als de school voor honderd procent zwart is. Deze maatregel vindt zijn basis niet in opvattingen over de bestrijding van achterstanden in het basisonderwijs, maar is het gevolg van de discussie over spreiding in het onderwijs. Menging van zwart en wit, het samen naar school gaan van kinderen uit kansrijke en kansarme milieus, is zonder twijfel een groot goed. Velen hebben zich dan ook terecht gebogen over de vraag hoe dat te bewerkstelligen is. Tot op heden is dat helaas zonder resultaat omdat de nog meer gekoesterde vrijheid van schoolkeuze prevaleert. Om de stichting van exclusief zwarte scholen, zoals islamitische scholen, te beperken is op enig moment de tachtigprocentmaatregel uit de lucht komen vallen. Hoewel daar in het licht van artikel 23 nog wel een boom over valt op te zetten, is dit een maatregel die bij de stichting van nieuwe scholen gehanteerd zou kunnen worden.

Maar het is iets heel anders om dit als aftoppingsgrens te hanteren bij het toekennen van achterstandsgeld aan bestaande scholen. Daarmee doe je in de eerste plaats de kinderen op die scholen enorm tekort. In de tweede plaats suggereer je dat deze scholen zouden kunnen sturen op het aannemen van kinderen die geen onderwijsachterstand hebben. En wat als je een buurtschool bent in een buurt met bijna honderd procent van deze kinderen? Kinderen uit andere buurten werven? Ziet u het al voor u dat de scholen in de Haagse Schilderswijk en Transvaal kinderen uit het Benoordenhout gaan trekken? Bovendien gold lang als belangrijk argument dat er toch vooral Nederlands op het speelplein gesproken moet worden. Nou, dat gebeurt op die scholen echt wel, het gaat tenslotte niet om mono-etnische scholen waar alleen Marokkaanse, Turkse, Iraakse of Somalische kinderen zitten. Maar met meer dan honderd nationaliteiten in de stad is daarvan absoluut geen sprake.

De minister liet gisteren in de Volkskrant weten dat het allemaal wel meevalt: ’In heel Nederland zou het om nog geen tien scholen gaan’. Maar alleen al in Den Haag dreigen nu 31 basisscholen met nagenoeg alleen achterstandskinderen door deze tachtigprocentmaatregel te worden getroffen. Het gaat om veertien openbare scholen, acht katholieke scholen, zeven protestants-christelijke scholen en twee islamitische scholen. Ze liggen bijna zonder uitzondering in de Schilderswijk, Transvaal en Laakkwartier Noord, buurten waarin meer dan tachtig procent allochtone kinderen woont. Deze scholen zijn absoluut niet in staat te sturen op hun instroom en hebben de afgelopen jaren met behulp van gewichtengeld en GOA-middelen (gemeentelijk onderwijsachterstandengeld) veel geïnvesteerd in de kwaliteit.

Onlangs heeft de Inspectie van het Onderwijs bekendgemaakt dat de resultaten op de scholen in de grote steden verbeterd zijn en dat deze verbeteringen ook zichtbaar zijn op basisscholen met veel achterstandsleerlingen. En waarom moet dit nu op het spel gezet worden? Het kabinet wil het geld herverdelen om Nederlandse kinderen op het platteland beter te kunnen helpen. Etniciteit als reden voor extra steun wordt losgelaten en er wordt meer gekeken naar de feitelijke achterstanden van kinderen, waarbij vooral het opleidingsniveau van de ouders van doorslaggevend belang is. Prima, maar stel daar dan meer geld voor beschikbaar en doe dit niet ten koste van de zwarte scholen.

De vier grote steden moeten 11 miljoen euro inleveren, de dertig andere grotere steden leveren 4 miljoen in. Dit wordt verdeeld over het hele land. In de praktijk betekent dit dat het geld weggehaald wordt bij een kleine groep scholen en nu verdeeld wordt over heel veel scholen. Door het brede verzet in onderwijsland, maar ook in de Tweede Kamer lijkt de minister nu te koersen op een overgangsperiode. Ze wil de zwarte scholen tijdelijk meer geld geven en dat betalen door de ’kleutertaaltoets’ later in te voeren. Die toets zou moeten vaststellen of kinderen een achterstand hebben, maar ook op die kleutertoets is vanwege de jonge leeftijd van de kinderen enorm veel kritiek.

Door de overgangsperiode waar de minister nu op inzet zijn de bezuinigingen dus nog niet van de baan. Bezuinigingen die haaks staan op de urgentie van het integratievraagstuk en het belang van de kenniseconomie. Allebei zaken waarover het kabinet mooie woorden spreekt, maar waar het in de dagelijkse praktijk aan daden ontbreekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden