Kom niet aan de klaproos

De klaproos groeide na de Eerste Wereldoorlog uit tot hét symbool voor de dodenherdenking. Nergens is die traditie zo sterk als bij de Britten. Maar de bloem is niet zonder controverse.

Zittend op de achterkant van een paardenambulance kijkt John McCrae peinzend voor zich uit. Het is 3 mei 1915 en de Tweede Slag om Ieper woedt in alle hevigheid. Maar McCrae, een militaire arts van het Canadese leger, heeft zijn gedachte niet bij de strijd. Zijn vriend en strijdmakker Alex Helmer is een dag eerder gesneuveld. De zoveelste dode in een wrede oorlog waaraan geen einde lijkt te komen.

Even verderop ligt het graf van Helmer, niet ver van de loopgraven. In de omgewoelde aarde ziet McCrae de eerste klaprozen opkomen. Zijn verdriet, het graf, de bloemen inspireren hem tot 'In Flanders Fields', het beroemdste Engelstalige gedicht uit de Eerste Wereldoorlog (zie kader voor vertaling).

In Flanders fields the poppies blow

Between the crosses, row on row,

That mark our place; and in the sky

The larks, still bravely singing, fly

Scarce heard amid the guns below.

De klaproos is het enige dat kleur brengt op de slagvelden. In het genadeloze artillerievuur en de eindeloze bombardementen lijkt er maar weinig ruimte voor leven aan het Vlaamse front. Wat eens een lieflijk landschap was met boerderijen en groene velden, is veranderd in een surreële moddermassa. Bomen, ontdaan van hun bladeren en takken, staan als onheilspellende totems in de verwoeste aarde.

"De natuur is hier vermoord", schrijft de Amerikaanse soldaat James McConnell in zijn dagboek. "Dit landschap lijkt tot een andere wereld te behoren. Elk teken van menselijkheid is verdwenen. Wegen en bossen zijn verdwenen als krijt dat van een schoolbord is weggeveegd. Van de dorpen zien we alleen nog de grijze strepen van de stenen muren die in elkaar zijn gezakt."

Maar het zijn juist de klaprozen die gedijen in deze woestenij. De zaden van de bloem kunnen lange tijd diep in de grond liggen en komen pas tot leven als de aarde wordt omgewoeld. In de warme lente van 1915 zijn het dit keer niet de ijzeren ploegen van de Vlaamse boeren die de klaprozen tot bloei brengen, maar de machines van de oorlog. Door het gedicht van McCrae groeit de klaproos uit tot het symbool van het intense verlies van de Eerste Wereldoorlog. Een herinnering aan de miljoenen die zijn gestorven.

We are the Dead. Short days ago

We lived, felt dawn, saw sunset glow,

Loved and were loved, and now we lie

In Flanders fields.

Het is een herinnering die de Poppy Factory in de Londense wijk Richmond al bijna een eeuw levend probeert te houden. Brian Love, een gepensioneerde professor die als vrijwilliger rondleidingen geeft in de fabriek, leidt ons langs torenhoge stapels met dozen, allemaal gevuld met poppies: klaprozen. "Dit jaar maken we er 45 miljoen", zegt hij met enige trots. "Elk jaar zijn het er weer meer."

In de aangrenzende werkplaats hangt een serene stilte. Vijftien werkers, hoofdzakelijk gehandicapte en getraumatiseerde oorlogsveteranen, voeren geconcentreerd hun werk uit. Bill, die in Noord-Ierland vocht, bedient de pers die rode bloemen uit grote lappen zijde drukt. Ex-marinier David, die in een rolstoel zit, zet de poppies geduldig met één hand in elkaar. Hij legt een steeltje, een groen blaadje en de rode bloem in een mal en drukt ze dan met een pin in elkaar. Zo ging het in 1922 ook al, het jaar dat de Poppy Factory werd opgericht. "Net als toen helpen we zo nog steeds gewonde veteranen aan een baan. Eigenlijk is er nauwelijks iets veranderd", vertelt Love.

In de weken voor Armistice Day op 11 november, de dag dat de Britten hun oorlogsdoden herdenken, domineren de poppies het straatbeeld. Op trein- en metrostations en andere drukke plekken verkopen leden van de veteranenorganisatie British Legion de klaprozen die de Poppy Factory vervaardigt. En met succes. Van de koningin tot de straatvegers, van de premier tot buschauffeurs, van de presentatoren op televisie tot het winkelend publiek: miljoenen Britten spelden elk jaar in oktober en november een poppy op.

Witte variant

Het initiatief om de poppy te gebruiken voor de dodenherdenking, kwam oorspronkelijk uit Amerika, maar het idee waaide al snel over naar het Verenigd Koninkrijk. Veldmaarschalk Douglas Haig richtte in 1921 het British Legion op om gehandicapte oorlogsveteranen te helpen en hij adopteerde de klaproos als symbool van de organisatie. Een jaar later zette de Britse majoor George Howson de Poppy Factory in Zuidoost-Londen op. Howson bood alleen werk aan veteranen die zwaar gehandicapt waren geraakt in de oorlog en hun naaste familie.

De majoor, die begon met vijf werknemers, had aanvankelijk maar weinig vertrouwen in zijn eigen initiatief. "Ik geloof niet dat het een groot succes kan worden, maar het is in ieder geval de moeite van het proberen waard. We moeten elke kans aangrijpen om gehandicapte veteranen te helpen", schreef hij in 1922 aan zijn ouders. Echter, binnen twee maanden had Howsons fabriek al een miljoen poppies geproduceerd. In zijn eerste jaar breidde hij het aantal werknemers uit naar vijftig. Vier jaar later verhuisde Howson naar een grotere werkplaats in Richmond, waar de Poppy Factory nog altijd staat. In 1926 had de fabriek al 450 veteranen in dienst die meer dan twintig miljoen poppies fabriceerden.

Sindsdien is de poppytraditie blijven groeien. Aanvankelijk droegen de Britten de kunststoffen klaprozen alleen tijdens de dodenherdenking op 11 november, maar later begonnen ze het al te dragen enkele weken voor Armistice Day. Bussen en taxi's plakten een poppy op de vooruit of de motorkap. Het werd een ongeschreven regel dat openbare figuren, van politici tot beroemdheden, een poppy droegen op hun revers. Tegenwoordig blijft de poppy ook een tijdje opgespeld ná de dodenherdenking.

Speciaal voor de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog heeft kunstenaar Paul Cummins bij de Tower of London een veld aangelegd van 888.246 keramische klaprozen. De poppies staan symbool voor elke soldaat uit het Britse rijk die tijdens de Great War om het leven kwam.

De traditie is niet zonder controverse. In Noord-Ierland weigeren de meeste katholieken de poppy te dragen, omdat ze die zien als een symbool van Britse onderdrukking. Tv-beroemdheden die vergeten een poppy in beeld te dragen, worden prompt afgemaakt door de Britse tabloids, die hen als 'onpatriottisch' neersabelen. De bekende presentator Jon Snow van Channel 4 News spreekt dan ook van politiek correct 'poppy fascisme' en hij weigert daarom al enkele jaren de klaproos te dragen.

Vorig jaar leidde een methodistische herdenkingsdienst in een kerk in Telford tot een rel, omdat predikant Patricia Jackson een witte poppy droeg, een pacifistisch alternatief voor de rode poppie. Jackson weigerde de rode poppy te dragen, omdat die oorlog zou verheerlijken. Met de witte poppy wilde ze juist verzoening en vrede promoten. De kerkgangers, onder wie menig oorlogsveteraan, waren daar echter niet van gediend. "Als iemand niet een poppy wil dragen, dan is dat zijn vrije keuze", zei David Moore van het British Legion. "Maar die vrijheid heb je niet als je een herdenkingsdienst voor de doden uit de oorlog leidt."

Afghanistan en Irak

Ondanks de controverse is de poppytraditie ongekend populair bij de Britten. De werknemers van de Poppy Factory hebben het drukker dan ooit, en niet alleen vanwege de 100-jarige herdenking. De oorlogen in Afghanistan en Irak leidden de afgelopen jaren tot een golf aan zwaargehandicapte en getraumatiseerde oorlogsveteranen, die vaak moeilijk hun draai kunnen vinden in de Britse maatschappij.

Veteranen kunnen nog altijd terecht in de fabriek, maar tegenwoordig doet de Poppy Factory veel meer dan dat. Brian Love: "Onder de zwaargewonde veteranen zitten veel getalenteerde mensen die meer kunnen dan alleen klaprozen maken. We gebruiken onze inkomsten om veteranen ook buiten de Poppy Factory te steunen. Het afgelopen jaar hebben we zo 500 veteranen aan werk geholpen."

Zo leeft de geest van majoor Howson nog altijd voort. Dichter-soldaat John McCrae zou de geboorte van de poppytraditie, die geïnspireerd was op zijn beroemde gedicht, niet meer meemaken. In het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog overleed hij aan een longontsteking. Maar honderd jaar later hebben zijn woorden nog weinig van hun kracht verloren.

Take up our quarrel with the foe:

To you from failing hands we throw

The torch; be yours to hold it high.

If ye break faith with us who die

We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.

In Vlaanderens velden

In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen

Tussen de kruisen, rij aan rij

die onze plek aangeven; en in de lucht

vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend

zelden gehoord te midden van het kanongebulder aan de grond.

Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden

leefden we nog, voelden de dageraad, zagen de zon ondergaan

beminden en werden bemind en nu liggen we

in Vlaanderens velden.

Neem ons gevecht met de vijand weer op:

Tot u gooien wij, met falende hand

de toorts; aan u om haar hoog te houden.

Als gij breekt met ons die sterven

zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen

in Vlaanderens velden.

'In Flanders Fields'. John McCrae (vertaling Bert Decorte, 1968).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden