Column

Kom je aan de frieten, dan kom je aan de Vlamingen

Beeld Trouw

Volgens de Franse semioloog Roland Barthes zijn patates frites een typisch Frans cultuurgoed. 

In zijn beroemde bundel ‘Mythologieën’ wijdde hij ruim een halve eeuw geleden al een apart hoofdstuk aan het nationale gerecht biefstuk-met-patat. Toen Frankrijk zich in 1954 terugtrok uit Vietnam, zo memoreerde Barthes, vroeg een krijgsgevangen Franse generaal na zijn vrijlating als eerste om een bord patat. ‘Hij wist dat frites als voedsel het teken is van de ‘Fransheid’.’

In de Verenigde Staten is dat er altijd ingegaan als koek. Patat staat er bekend als ‘French fries’. Behalve toen de Franse regering in 2003 geweigerd had de Amerikaanse inval in Irak te steunen. Uit protest werden ze in de cafetaria’s van het Congres omgedoopt tot ‘Freedom Fries’. Lang duurde dat niet. Een paar jaar later sprak iedereen weer gewoon van ‘French fries’.

Wij Nederlanders denken daar anders over. Een patatbakker met enig zelfrespect frituurt in ons land onder namen als ‘De Belg’ of ‘Vlaamse Frieten’. Zelfs het woord ‘frietkot’ hebben we van de zuiderburen overgenomen. En terecht. De cultuur ervan staat daar op zeldzaam hoog niveau. Van puntzak tot mayonaise, van aardappelras tot frituurwijze (tweemaal, op verschillende temperaturen): als de frites érgens met de volksziel verbonden zijn, dan is het wel in België.

Cultuurclash

Het kon dan ook niet uitblijven of de Belgische patatcultus kwam in botsing met de Europese regels. Elke nationale traditie doet dat nu eenmaal vroeg of laat. Nationalistische trots is niets wanneer hij zich niet ooit met Asterix-moed heeft moeten verdedigen tegen de al dan niet imaginaire bemoeizucht van het EU-monster, dat alles tot één pot nat heet te willen maken.

Dus klom de Vlaamse minister Ben Weyts (Nieuw-Vlaamse Alliantie) boos in de pen om de Belgische friettraditie te verdedigen tegen nieuwe Europese regels.  Ter wille van de volksgezondheid, zo had de Europese Commissie verordonneerd, moest het voedsel in de EU zoveel mogelijk worden gevrijwaard van acrylamide: een nogal schadelijk goedje dat vrijkomt bij de verwarming van aardappelen. In het vervolg zouden de frietstengels eerst moeten worden voorgekookt, of ‘geblancheerd’ zoals de ware gastronoom dat noemt. ‘Gezondheidsfetisjisme,’ zo reageerde de minister. Dan zijn de Vlaamse frites de Vlaamse frites niet meer. ‘Die cultuur willen we vrijwaren.’

De Europese Commissie reageerde nogal laconiek. Zo heet zou de soep wel niet gegeten worden: met lokale gevoeligheden springt de EU over het algemeen omzichtig om. Ze verklaarde zichzelf bovendien ‘bijzonder gehecht aan de culturele aspecten van de rijke culturele erfenis van de Europese lidstaten’. Inderdaad zijn regeringsleiders nog wel eens te vinden bij het marmeren frietkot in de buurt van de Europese gebouwen, dat de beste patat van de stad schijnt te bakken. Zelfs Angela Merkel werd al eens gesignaleerd bij deze tempel van hogere frietcultuur.

Onderscheid tussen Bruggelingen en de rest van de wereld

Met een kwinkslag probeerde de Commissie de ministeriële woede te bezweren. ‘Les frites, c’est chic,’ rijmde een Europese woordvoerder nogal krom. Toch zou ik er als Vlaamse fritesnationalist niet helemaal gerust op zijn. Met die bakmethoden zal het wel loslopen. Maar in Brugge hebben een paar frietkotbazen een eigen draai gegeven aan de bijzondere genegenheid van de plaatselijke bevolking voor ‘frieten met joppiesaus’. Wie zijn bestelling doet in plat Brugs en zich zo een echte inwoner van de stad toont, krijgt tien procent korting. Vanwege de klantenbinding – en toeristenstad Brugge is voor de autochtonen toch al zo duur geworden, voegde de burgemeester eraan toe.

Niet iedereen was daarvan gecharmeerd. Een gedupeerde toerist spande zelfs een klachtenprocedure aan bij de Federale Overheidsdienst Economie. Maar de overheid zag er geen probleem in. "Zolang het maar geen discriminatie op basis van bijvoorbeeld ras of geloof is", zo lichtte de woordvoerster van de Overheidsdienst toe. ‘Alle blanken of alle moslims tien procent korting geven, dat mag níét.’

Dat laatste lijkt me vanzelfsprekend. Maar is een onderscheid tussen Bruggelingen en de rest van de mensheid daarmee wél gerechtvaardigd? Ik zou me als Brugse overheid of frietkotbaas niet helemaal veilig achten voor Europese regels – die nu wél hun tanden zouden kunnen laten zien. Elders in Europa hebben andere cultuurdragers dat al eerder moeten ondervinden. Toen het Madrileense Prado Spaanse ingezetenen vrije toegang wilde geven tot museum maar andere Europeanen niet, werd het door ‘Brussel’ bestraffend teruggefloten.

Natuurlijk zijn Velázquez, Jeroen Bosch en Zurbarán iets anders dan een puntzak friet. Maar laten we niet teveel vertrouwen op het onderscheid tussen hoge en lage cultuur. Of beter: laten we ons niet vergissen in het aanzien van de frietcultus waarvoor in Vlaanderen zelf een minister op de barricaden gaat. Cultuur is cultuur, zou de EU dan kunnen zeggen, en alle Europeanen hebben recht op gelijke behandeling. Ook aan het frietkot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden