Kom het maar beleven

Geen reclameposters, geen verklarende bordjes aan de wand en een onduidelijke grens tussen argeloze bezoeker en vertolker. Tino Sehgal drukt zijn stempel op het Stedelijk Museum.

JOKE DE WOLF

Het Stedelijk mag geen reclame maken voor de eerste overzichtstentoonstelling van Tino Sehgal (1976). Foto's van zijn werk mogen niet in de krant, het museum kondigt zelfs niet aan in welke zaal zijn werk te zien is. 'Kom het zelf maar beleven' is de boodschap van de internationaal gevierde Brits-Duitse kunstenaar. De onderneming, waarbij een paar honderd medewerkers over 2015 verspreid zo'n 18 werken vertolken, heeft het museum, inmiddels halverwege de tentoonstelling, stevig in z'n greep.

Er staat een suppoost voor een deuropening. Een bordje waarop staat wat er in de ruimte achter hem te zien is, ontbreekt. Binnen is het in eerste instantie vooral aardedonker. Op dat moment ben je al onderdeel van een kunstwerk van Tino Sehgal. Als je ogen gewend zijn aan de duisternis, ontdek je mensen om je heen, sommigen zittend langs de randen, sommigen voeren dansbewegingen uit. Er worden ritmes geneuried, flarden gezongen van oude hits, er wordt met vingers geknipt. Opeens declameert iemand wat regels over consumenten, productie, inkomens. Wanneer een bezoeker zijn mobiele telefoon aandoet - het verlichte scherm is storend - is er iemand die hem duidelijk maakt dat dat niet de bedoeling is. Wie hoort bij het publiek, wie bij de installatie? Op een gegeven moment wordt ook de titel van het kunstwerk genoemd: 'This Variation'.

Het woordje dit komt vaker terug in de titels van Sehgal. 'This is good', 'This is new', 'This is so contemporary' waren allemaal al te zien de afgelopen maanden. Sehgal bedenkt en regisseert bewegingen, zang en tekst die de toeschouwer in het hier en nu moet ervaren, zonder informatie vooraf. Ze worden nauwkeurig ingestudeerd, met een groep van ervaren Sehgalvertolkers en door Sehgal persoonlijk geselecteerde nieuwe dansers, zangers, acteurs, schoolkinderen en andere figuranten.

Soms zijn de werken verstild, soms grappig, vrolijk of ontroerend, en altijd verrassend. Zelf noemt Sehgal zijn kunstwerken geen performances maar 'geconstrueerde situaties'. Een performance, een optreden, heeft immers een begin en een eind, en er is een duidelijke barrière tussen publiek en kunstenaar. Bij Seghal zijn er 'bezoekers' en 'vertolkers', die in veel gevallen met elkaar in gesprek (kunnen) raken. Er zijn 'fans' die elke week langskomen, zo spannend is voor hen de interactie tussen de vertolkers onderling en de soms heel argeloze bezoekers.

undefined

Instructies

Conservator Martijn van Nieuwenhuyzen is opgetogen over de samenwerking met Sehgal. Hij zag zijn werk voor het eerst in Duitsland in 2002, op de trappen van een museum waar een danser met langzaam kronkelende bewegingen tussen het publiek door bewoog: "Ik wist letterlijk niet wat ik zag." Sehgal was tot 1999 choreograaf en danser, en dat is nog steeds duidelijk te zien in zijn werk.

In 2005 kocht het Stedelijk Museum 'Instead of allowing (...)' aan, Seghals eerste 'situatiekunstwerk', dat eerder al zo'n indruk maakte op de conservator. Zo'n aankoop heeft bij Sehgal heel wat voeten in de aarde. Van Nieuwenhuyzen vertelt: "Hij wil absoluut niet dat er ook maar iets op papier verschijnt over z'n werk, er moet zo weinig mogelijk 'materie' rond zijn kunst ontstaan. We vonden een notaris die akkoord ging met alleen een mondelinge overdracht. Sehgal gaf mij en een paar andere conservatoren daarbij een heel precieze toelichting op de manier waarop we het kunstwerk moeten behandelen. Zo moet het werk altijd worden ingestudeerd met de kunstenaar, worden de vertolkers uitbetaald volgens een geïndexeerd bedrag, en moet het minimaal zes weken te zien zijn in het museum, net als een 'traditioneel' kunstwerk gedurende de volledige openingstijden, bij ons zeven dagen per week.'

De overzichtstentoonstelling heeft inmiddels zijn uitwerking op alle afdelingen van het museum. 'Bij een van de werken konden bezoekers twee euro 'terugverdienen' als ze een gesprek over markteconomie goed volbrachten. Daar moesten we dus iets op verzinnen met de financiële afdeling. De marketingafdeling moest wennen aan het feit dat er geen posters of reclame konden worden gemaakt. En natuurlijk hebben de bezoekers de meest uiteenlopende reacties. Heel soms lopen ze bij de kunstwerken weg, of hebben ze niet in de gaten dat het een kunstwerk is. Maar over het algemeen zijn ze, net als de kunstenaar en wijzelf, erg enthousiast."

***** 'A year at the Stedelijk: Tino Sehgal' is te zien t/m 31 december in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Iedere maand zijn er 1 of meerdere werken te zien, in juli is dat 'Yet Untitled' uit 2013.

undefined

Performances zichtbaarder dan ooit

De performance als kunstvorm is makkelijk te bespotten. Wim T. Schippers' 'Manifestatie aan het Strand van Petten' veroorzaakte in 1961 reuring: hoe kon het uitgieten van een flesje limonade in zee nou kunst worden genoemd? Happenings en performances ontstonden eind jaren vijftig, toen het in de beeldende kunst steeds vaker ging om het 'idee' en minder om het materiële eindproduct. Kunstenaars zoals Yves Klein (Frankrijk, 1928-1962) en Bruce Nauman (VS, 1941) maakten de manier waarop ze aan het werk waren tot kunst. Zo liet Klein naaktmodellen, ingesmeerd met verf, tegen het schildersdoek rollen, in aanwezigheid van een keurig gekleed publiek én een filmcamera. Ook Nauman nam zijn performances over taal, kunst en het lichaam op: video's die nog altijd getoond kunnen worden.

Een van de bekendste performance-kunstenaars is Marina Abramovic (Belgrado, 1946), die soms letterlijk haar leven op het spel zet voor haar kunst. Zoals bij 'Rhythm 0' uit 1974. Daarbij legde ze in een galerie 72 objecten op tafel, van honing en olijfolie tot een schaar en een pistool, ze zat er bewegingloos en zwijgend naast en liet het publiek zijn gang met haar gaan. Dat begon lieflijk, maar na zes uur was ze uitgekleed, verwond en aangerand; op het moment dat iemand het pistool tegen haar hoofd zette, ontstond er heftige discussie onder het publiek.

Anders dan bij theater of dans is de interactie tussen 'vertolker' en publiek bij performancekunst een essentieel onderdeel van het kunstwerk. Er zijn zelden kostuums of een podium, soms ook geen script. Die onvoorspelbaarheid gaf de stroming een ontoegankelijk imago, maar de laatste jaren is de performance juist zichtbaarder voor een groter publiek. Internationale musea en festivals hebben een performanceprogramma, rapper Jay-Z maakte voor een videoclip een remake van een werk van Abramovic, en acteur Shia LaBoeuf rende vorig jaar met publiek een marathon rond het Amsterdamse Stedelijk.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden