Kom en Zie: geloven is blij zijn Pinkstergeloof laat hart en gevoel spreken Over de noden in de wereld geen woord

De vorige afleveringen verschenen op 14, 21 en 27 december en 3 januari.

Terwijl vanuit de zaal instemmend halleluja-gemompel opklinkt, vertelt de huisgroepleider met het oog op 'de nieuwelingen die er ook dit keer weer zijn', waarom Alicia niet wordt gedoopt maar opgedragen. “We willen niet zeggen dat andere kerken er verkeerd aan doen om kinderen te dopen, maar wij dragen onze kinderen eerst op. Later kunnen ze er dan zelf voor kiezen om zich te laten dopen.” Een ouderling, in de pinkstergemeente oudste genoemd, gaat voor in gebed, waarin hij Gods hulp vraagt voor 'dit jonge gezinnetje, waarvan de moeder nog maar vier weken geleden tot geloof is gekomen, maar dat sindsdien al vele wonderlijke zegeningen tot zich heeft zien komen.” De kersverse vader en moeder lezen een paar bijbelteksten voor. Daarna worden ze toegezongen en -gebeden door de gemeente. “Dank U Heer, dat ze zo hun gezinnetje mogen opstarten.”

Intussen rennen de vele aanwezige kinderen vrolijk rond in afwachting van de kinderdienst, die zo meteen zal beginnen. Maar voor het zover is, wordt er eerst nog gezongen uit de bundel opwekkingsliederen. Een muziekbandje met zangeres begeleidt vanaf het podium het gezang. Veel gemeenteleden stampen met hun voet de maat mee en maken wuivende gebaren met hun armen. Het ene lied volgt na het andere. “Jongens, dit gaat zo lekker, we doen we er nog een paar”, roept de zangeres. Voorganger Hans Oudhoff trekt zijn jasje uit om voluit te kunnen meeklappen en swingen.

Tussen twee coupletten door informeert bestuurslid Eelco Schaap naar de eerste indrukken van de verslaggeefster. Op haast verontschuldigende toon zegt hij: “Veel mensen die hier voor het eerst komen, vinden het rommelig. Dat komt doordat de persoonlijke beleving erg belangrijk is bij ons.”

De Kom en Zie-gemeente in Dordrecht is nog piepjong, maar heeft in de korte tijd van haar bestaan al een forse groei doorgemaakt. De Dordtse pinkstergemeente scheidde zich in januari 1994 af van de Rotterdamse moedergemeente. Niet vanwege meningsverschillen, maar omdat het Kom en Zie-gebouw aan de Boezemweg in Rotterdam de groeiende schare gelovigen niet meer kon bergen. Schaap: “We zijn in Dordt begonnen met 123 leden. Nu hebben we al 168 geregistreerde leden, een groei van 36 procent. En bijna elke week komen er nieuwe leden bij, tot uit Brabant toe. Onze aanwas is over het algemeen jong, ons oudste lid is 64 jaar.” In Dordrecht zijn inmiddels vier huisgroepen actief. Ook in Oosterhout is er onlangs één opgericht. In de huisgroepen gebeurt het 'echte gemeentewerk', vertelt Schaap. “Naast bijbelstudie, zang en gebed staat daar vooral het persoonlijke contact centraal. Dat is essentieel en naar mijn mening ook één van de aantrekkelijke kanten van de Pinkstergemeente.”

Het succes van Kom en Zie verklaart Schaap aan de hand van zijn eigen 'bekeringsverhaal'. “Ik kom zelf uit de Nederlandse hervormde kerk, maar daar kon ik het gewoon niet vinden. Te afstandelijk, te dogmatisch, te veel regeltjes en discussies over wel of niet aan het avondmaal en zo. Geloven is in mijn visie blij zijn. In de gewone kerken zitten ze vaak met zulke lange smoelen. Toen ik een jaar of tien geleden voor het eerst in een Pinkstergemeente kwam, voelde ik me meteen aangetrokken door de warmte en de persoonlijke en eerlijke manier van geloofsbeleving. Ik wíst het gewoon: hier is God aanwezig. Dit geloof is rechttoe rechtaan, zonder poespas. Drempels zijn er niet.”

Schaap heeft zijn baan bij het zuiveringschap een jaar geleden omgezet in een deeltijd-functie om twee dagen per week (betaald) mee te werken aan de opbouw van de jonge Pinkstergemeente in Dordrecht. Over een paar maanden gaat hij weer vijf dagen werken, omdat er dan een voorganger aangesteld wordt voor één dag per week. Dat is Hans Oudhoff, in het dagelijks leven verkoopmanager bij een leverancier van telefoonsystemen. Oudhoff ziet het als een 'roeping' om de Dordtse gemeente te gaan leiden. “Eigenlijk had ik helemaal geen zin om naar Dordrecht te gaan. Ik vind het een vreselijke stad. Maar ik voel dat de Heer dit van mij vraagt.”

Met ingang van april gaat Oudhoff vier in plaats van vijf dagen per week werken. “De gemeente is nu nog te klein om mij voltijds in dienst te nemen, maar gelet op de groei sluit ik niet uit dat ik over niet al te lange tijd mijn huidige baan definitief omruil voor het voorgangerschap. Mijn baan is erg belangrijk voor me, maar gaandeweg heb ik ervaren dat mijn werk voor de pinkstergemeente zwaarder weegt. M'n baan zou ik kunnen opgeven. Maar zonder mijn werk binnen de gemeente zou ik niet meer kunnen, omdat dat de kern van mijn bestaan raakt.”

Oudhoff groeide op in Zuid-Afrika in een kerkelijk niet meelevend gezin. Via een vriend kwam hij in contact met de pinkstergemeente. “Ik was stomverbaasd dat een jongen van 16 het daar kon vinden. Uit nieuwsgierigheid ben ik meegegaan. Ik werd meteen gegrepen door de levendigheid van dit geloof.” In de jaren zeventig kwam hij naar Nederland waar hij zich aansloot bij Kom en Zie.

Voor een buitenstaander lijkt het alsof de deelnemers aan de samenkomsten van de Kom en Zie-gemeente vooral hun hart en gevoel laten spreken en hun verstand hebben 'uitgeschakeld.' Over de noden elders in de wereld wordt ook met geen woord gerept. Alles is gericht op de persoonlijke ontmoeting met God. De 'preek' van gastspreker Ruud Delwel loopt die zondagochtend in Dordrecht ook al gauw uit op een persoonlijke getuigenis, zoals hij ook zelf constateert. “Hé, mensen, loop ik toch weer te getuigen. Maar dit onderwerp houdt me ook zo bezig.” Het onderwerp van zijn getuigenis betreft Galaten 2:20. Eelco Schaap heeft de tekst in zijn bijbel onderstreept. Er wordt aandachtig geluisterd, maar het hoogtepunt van de dienst moet nog komen: de mogelijkheid tot een persoonlijk gesprek met de Heer. Oudhoff: “Wilt u uw hand opsteken en naar voren komen als u de Heer wilt ontmoeten. Als u Hem wilt vragen: Heer, wilt u op de troon komen zitten van m'n leven?” Al gauw stappen er mensen naar voren, waar ze worden opgevangen door twee 'ervaren' gemeenteleden. Het ritueel neemt bijna een half uur in beslag en wordt begeleid door stemmige achtergrondmuziek. In groepjes van drie trekken de mensen zich terug in de hoeken van de zaal, waar ze elkaar al biddend omklemmen. Schaap informeert of wij dit 'erg schokkend' vinden. “Dit maak je toch niet elke dag mee?” Maar vandaag is het vrij rustig verlopen, vertelt hij. “We maken hier ook wel eens wonderlijke genezingen mee.”

Na twee uur nadert de dienst het einde. De kinderen komen terug uit de kinderdienst. Een klein meisje zoekt haar vader, maar die staat nog te bidden met twee oudsten in een hoek van de kerk. Ze wringt zich tussen de benen door. Iemand wil haar naar haar plaats brengen, maar het kind klemt zich vast aan een been van haar vader.

“Dat is toch het mooiste”, reageert Eelco Schaap, “dat kinderen van jongsaf aan vertrouwd raken met dit geloof.” Zelf neemt hij zijn twee kinderen elke zondag mee, zodat zij wel meekrijgen wat hij als kind altijd heeft gemist in de kerk. “In de samenleving krijgt de ratio, het verstand steeds meer de overhand. Voor het gevoel is steeds minder plek. In de pinkstergemeente staat juist het gevoel centraal, de persoonlijke geloofsbeleving. Misschien is dát het wel dat steeds meer mensen kiezen voor deze manier van geloven.”

Na afloop van de dienst helpt iedereen mee om de aula op te ruimen. In de pinkstergemeente hebben alle volwassen leden taken. Paul en Geraldine, een jong echtpaar dat de jeugd elke zaterdagavond bezighoudt, praat nog even na met vijf jongeren. Alle vijf vonden ze het verhaal van Ruud Delwel maar 'saai'. Nee, geef mij Cornelis van der Dussen junior uit Rotterdam maar, zegt Hans (16). Instemmend geknik van Peter (16), Kim (16), Mattias (17) en Remco (18). Van der Dussen is hun favoriete spreker. “Dan gaat het tenminste ergens over”, zegt Hans. Toch gaan ze, vertellen ze, niet echt met tegenzin naar de samenkomsten en de bijeenkomsten thuis bij Paul en Geraldine. “Gisteravond hebben we het over seks voor het huwelijk gehad”, vertelt Geraldine. Gegiechel aan tafel. Maar die discussie is niet helemaal uit de verf gekomen, vindt ze, 'omdat ze nog geen van allen verkering hebben.' “De onderwerpen dragen de jongeren zoveel mogelijk zelf aan. Maar we gaan ook wel eens naar de bioscoop. We hebben het altijd gezellig met elkaar, hè jongens?”

Of worden ze gestuurd door hun ouders, om te voorkomen dat ze naar de disco gaan of een house party? Nee, schudden vijf keurig geknipte hoofden. Alleen Remco valt met z'n oorringetjes enigszins uit de toon. Hij is de 'belhamel' van de club, zegt Geraldine. “Hij is nogal avontuurlijk ingesteld, maar hij heeft ook een paar jaar in Brazilië gewoond. Z'n vader is daar zendeling geweest.” Remco lacht wat en doet er verder het zwijgen toe. De meest spraakzame van het stel, Hans: “Natuurlijk stimuleren m'n ouders het wel dat ik naar de jeugdclub ga, maar als ik d'r niks aan zou vinden, zou ik niet gaan.” Peter: “De zaterdagavonden zijn best wel gezellig, lekker keten. Ik heb er geen behoefte aan om naar de disco te gaan.”

Nee, een straf is het niet, de jeugdclub. Peter: “Je weet dat de anderen over bepaalde dingen net zo denken als jij, dat spreekt me ook wel aan.” Op school ligt dat heel anders. Daar praten ze eigenlijk nooit over de pinkstergemeente. “'t Is niet dat ik er niet over dúrf te praten”, zegt Hans. “Als het ter sprake komt, kom ik gewoon voor m'n mening uit. Maar 't zijn wel twee verschillende werelden.” Hij heeft ook twee aparte vriendenkringen. “Eén op school, m'n andere vrienden zitten hier.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden