Kolossale Berlioz-stukken floreren op kleine labels

PETER VAN DER LINT

De Brit Paul McCreesh en de Fransman Marc Minkowski zijn beiden als dirigent 'groot' geworden bij Deutsche Grammophon. Op het sublabel Archiv produceerden zij daar jaar na jaar sublieme opnamen met hun eigen barokensembles: The Gabrieli Consort & Players en Les Musiciens du Louvre Grenoble. Opnamen die vaak in de prijzen vielen en die getuigden van originaliteit en durf.

Maar de tijden zijn veranderd en zowel McCreesh als Minkowski verliet het grote en internationale Deutsche Grammophon om op kleinere labeltjes verder te gaan. Volgens eigen zeggen kunnen ze daar veel beter hun ei kwijt en is er nog ruimte om de eigen artistieke ideeën te verwezenlijken zonder commerciële compromissen te doen. Beide dirigenten sloegen bovendien hun vleugels uit en dirigeren inmiddels al lang niet meer alleen hun eigen ensembles. Zo werd Minkowski chef-dirigent van het Poolse orkest Sinfonia Varsovia uit Warschau en ook McCreesh streek in Polen neer. In Wroclaw is hij nu artistiek leider van het festival Wratislava Cantans.

Bij toeval brachten beiden afgelopen week hun nieuwe cd-projecten uit en die handelen allebei om grote werken van Hector Berlioz. Minkowski nam voor zijn label Naïve de symfonie 'Harold en Italie' op, gekoppeld aan de liedcyclus 'Les nuits d'été', gezongen door Anne Sofie von Otter. McCreesh' eerste grote project in Wroclaw was de 'Grande Messe des morts', Berlioz' immense Requiem. En met dat werk begint McCreesh tevens zijn eigen nieuwe label: Signum.

McCreesh wilde Berlioz' dodenmis de kolossale grandeur geven die de componist erin gelegd heeft. Dat betekent bovenal massa's musici en massa's zangers. In Wroclaw verzamelde hij meer dan 200 zangers en ongeveer evenveel musici. In de kerk van Maria Magdalena in Wroclaw werden twee voorbeeldige uitvoeringen gegeven en vervolgens kwam het opnameteam om te proberen die majestueuze geluidsgolven zo goed mogelijk vast te leggen.

Dat is magistraal gelukt. Ik heb zelden zo'n heldere, ruimtelijke en gedetailleerde opname van dit Requiem gehoord, en dat ondanks de galm in de kerk en de enerverende klankuitbarstingen, die allemaal fantastisch uit de verf komen. McCreesh mixte voor deze uitvoering zangers en musici uit zijn eigen ensemble met die van Chetham's Symphonic Brass Ensemble en het Wroclaw Philharmonisch Orkest en Koor.

Het is de eerste keer dat Berlioz' Requiem op deze manier - en ook nog op authentiek instrumentarium - is vastgelegd. En de massaliteit levert echt iets bijzonders op. Berlioz wist dus goed wat het effect daarvan zou zijn. In de beruchte passages zoals het Tuba mirum - met zestien roffelende pauken en vier groepen koperblazers in evenzovele hoeken - trilt de grond haast onder je voeten. In de rustiger delen valt de enorme kwaliteit van het koor op.

Het zal interessant zijn om te horen wat Minkowski met het Requiem zal gaan doen - het lijkt een kwestie van tijd vooraleer hij dit magnus opus ook zelf zal opnemen. Zijn interpretatie van 'Harold en Italie', met Antoine Tamestit als solist op de altviool, is in elk geval een voltreffer. De grillige contouren van deze programmatische symfonie krijgen in zijn interpretatie extra hoeken en scherpe randen.

Samen met de Zweedse Anne Sofie von Otter - een enorme fan van de Franse dirigent - komt Minkowski tot een sublieme uitvoering van 'Les nuits d'été'. Von Otter geeft elk van de zes liederen de juiste kleur en haar mezzo is nog steeds ideaal voor dit soort muziek. Een totaal andere interpretatie dan de als ideaal geldende opname van Régine Crespin, maar zeker zo waardevol.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden