Koloniale tijdgeest in Rijksmuseum

Linksboven: het jonge echtpaar Maria Louisa de Hart en Johannis Ellis in 1846. Rechtsboven: bauxietarbeiders in Moengo. Linksonder: Nederlands gezin met Creools dienstmeisje in Moengo. Rechtsonder: contractarbeiders op koffieplantage Accaribo. (COLLECTIE RIJKSMUSEUM)

Het Rijksmuseum gaat meer ruimte geven aan de gedeelde geschiedenis van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. Tot en met 5 oktober zijn de oudste foto’s uit Suriname te bekijken.

Een Creools dienstmeisje in gebloemde jurk met een, van dezelfde stof gevouwen, hoofddoek houdt een grote meloen vast voor de camera. Er is een flink stuk uit de vrucht gesneden. Achter haar hapt de heer des huizes daarin.

Zijn vrouw kijkt, lief pronkend met haar baby, recht in de camera.

De foto uit 1930 is gemaakt in het Surinaamse bauxietstadje Moengo. De prent maakt deel uit van de ongeveer tachtig subtiele zwart-wit-opnames die sinds gisteren te zien zijn op de tentoonstelling ’Foto’s uit Suriname en Curaçao’. Ze geven een bijzondere indruk van ’de West’ in de periode tussen 1846 en 1973.

Op een tweede foto uit Moengo, gemaakt in 1929, staan Creoolse bauxietarbeiders voor de foto keurig op een rijtje. De winning van bauxiet, grondstof voor aluminium, is vanaf midden jaren dertig een belangrijke inkomstenbron voor Suriname geweest. De foto’s zijn, volgens het museum, afkomstig van onbekende Nederlandse ingenieurs die in de bauxietfabriek werkten.

De meeste uit Afrika gehaalde arbeiders werkten op de vele plantages in Suriname. In 1863 schafte Nederland de slavernij af, maar veel voormalige slaven bleven er ’onder contract’ werken. Foto’s van het leven op de koffieplantage Accaribo van planter Theodoor Brouwers (1875-1932) zijn fascinerend, maar ogen minder vriendelijk. De contractarbeiders zitten, onder toezicht van een overste, op de grond tussen de grote bladeren van de koffieplanten. Ze kijken somber de camera in. Op de tentoonstelling lijken ze magisch dichtbij; ze liggen in speciale kijkkasten waardoor ze driedimensionaal verschijnen.

Ook zijn er unieke opnames te zien van de bekende vooroorlogse Surinaamse fotografe Augusta Curiël (1873-1937). Zij had samen met haar zus Anna een fotostudio in Paramaribo. De vrouwen maakten vooral beelden die de opdrachtgever graag wilde zien: mooie stadsgezichten, feesten en een welvarend Suriname.

De foto’s van de Amsterdamse fotograaf Willem Diepraam (1944), die gisteren ook aanwezig was bij de opening van de tentoonstelling, geven een mooi beeld van Suriname kort voor een na de onafhankelijkheid in 1975. Diepraam publiceerde destijds zijn fotoreportages, met verhalen van journalist Gerard van Westerloo, in Vrij Nederland.

Het hoogtepunt van de tentoonstelling is het vroegst bekende ovale portretje uit Suriname: zie het jonge echtpaar Maria Louisa de Hart en Johannis Ellis in 1846, beide kinderen uit een gemengd huwelijk. De foto is gemaakt door John L. Riker of Warren Thompson, aldus het museum. Beide reizende Amerikaanse daguerrotypisten (zie kader) deden kort na elkaar in 1846 Paramaribo aan. Tot op heden waren alleen foto’s uit Suriname bekend vanaf 1860.

Volgens conservator Pieter Eckhardt zijn afbeeldingen uit die tijd vaak gemaakt in opdracht van de elite of door de elite zelf en zijn de zwart-witfoto’s wel gekleurd door het koloniale gezichtspunt. „Misstanden staan er niet op. Maar ze zijn wel een prachtige weerspiegeling van de koloniale tijdgeest.”

(Trouw)
(Trouw)
(Trouw)
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden