Koloniale melancholie

Suriname is rijk. Het land neemt de zeventiende plek in op de wereldranglijst van economisch potentieel. Men vergeet meestal te vermelden dat er per hoofd van de bevolking wordt gemeten. Een dunbevolkt land scoort dus hoog. Het zegt niets over hoe de rijkdom – bauxiet, goud, olie – wordt benut. In hun naïviteit of uit persoonlijke hebzucht hebben Surinaamse leiders grote uitverkoop gehouden aan buitenlandse ondernemingen. Economisch en politiek is Suriname een ontwikkelingsland, terwijl de meeste Zuid-Amerikaanse landen toch aardig opkrabbelen, buurman Brazilië voorop. Suriname is een land van mislukkingen.

Waarom wilde ik er per se heen? Omdat ik een paar Surinamers ken en graag mag? Omdat er Nederlands wordt gesproken? Waarom ergert de toestand in het land me? In ieder ander ontwikkelingsland haal ik mijn schouders op over corruptie en cliëntelisme. Zo werkt het nu eenmaal. Het is verwerpelijk, maar zou het functioneren van een land niet in de weg hoeven te staan.

Ik lijd aan koloniale melancholie. Ik kan er niets anders van maken. Het kleine, ondernemende Nederland bracht behalve uitbuiting ook beschaving, structuur, rechtspraak en onderwijs naar de ‘achterlijke zwartjes’. Het tilde hen op uit het duister van de primitiviteit naar het licht van het calvinistisch arbeidsethos. We leefden voor hoe het moest: soberheid, loon naar hard werken, sparen voor de oude dag. Dat we intussen het eigen gewin niet uit het oog verloren, bewees het gelijk van ons systeem. Zoveel verdienden we trouwens niet aan de West. Daar ging op een gegeven moment meer geld heen dan er terugkwam. En nu Suriname sinds 35 jaar onafhankelijk is, zo eclatant het goede voorbeeld negeert, en ruim drie miljard harde Hollandse guldens in een bodemloze put heeft gestort, is het moederland niet boos maar vooral teleurgesteld en verdrietig. Al het werk was voor niets. ‘Het komt omdat we onze onafhankelijkheid niet hebben bevochten. Die hebben we opgedrongen gekregen,’ zei een Surinamer. Geef Joop den Uyl maar weer de schuld.

Terwijl ik er was probeerde ik erachter te komen waar de verkiezingen over gingen. Niemand kon me dat duidelijk maken. Op de televisie debatteerden jongeren onder andere over de vraag: moeten politieke partijen vóór de verkiezingen een program bekendmaken? Dat leek de jongeren op zich wel een revolutionair en goed idee, maar het was niet per se nodig. Je stemt toch op wie je vertrouwt. En dus: etnisch.

Waarom nu weer Bouterse? Aanhangers zeggen: hij heeft de twee bruggen gebouwd die hij heeft beloofd. Twee andere bruggen liggen overigens al jaren stuk te wachten op herstel. Ik heb ervoor gestaan omdat je volgens kaarten met de auto naar de overkant kunt. De brug naar de Jodensavanne, die sowieso niet deugde, werd kapot gevaren door de dronken kapitein van een zware zandboot. Aan dukdalven om de pijlers te beschermen was niet gedacht. De brug tussen Uitkijk en Hamburg verzakte al tijdens de bouw. Men zegt dat een groot deel van het electoraat zo jong is dat de decembermoorden hun niets zeggen. Bouterse is voor hen een joviale kerel, die gul beloften en cadeaus uitdeelt. Het tekent de Surinaamse mentaliteit: de decembermoorden brachten het land in verlegenheid en dus werd er nauwelijks meer over gesproken. Jongeren leerden niets over de recente, pijnlijke geschiedenis. ‘En ach, als God Bouterse heeft vergeven, waarom zouden wij het dan niet doen?’ Ik zou wel eens willen weten waar God dat heeft bekendgemaakt. Het electoraat had echter niet veel keuze. De andere partijen hebben evenmin laten zien het verdeelde Suriname behoorlijk te kunnen regeren. Dan nog liever Bouta: weer eens iets anders en toch hetzelfde. De drugstransporten via Zanderij kunnen dan tenminste regulier plaatsvinden. En dat proces tegen de moordzuchtige legerleider? Het is een klucht. Gedaagden verschijnen niet ter zitting met ziekte als excuus, maar wonen pontificaal de feestelijke start van de Avondvierdaagse bij. Bouterse zal vrijuit gaan. Arm Suriname.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden