Kokkelschelpen in de vloer en een vensterbank van afval

Kranten onder de vloer, vlaswol op de muren en biohars als bindmiddel. In een huis gebouwd uit natuurlijke materialen is het 'biobased' wonen.

Een huis opknappen met volledig natuurlijke materialen, het is mogelijk. Een oud huurhuis in het Zeeuwse Kruiningen is volledig gerenoveerd met plantaardige grondstoffen. Omdat aardolie en delfstoffen op termijn schaars worden, is overschakelen op duurzame en hernieuwbare materialen steeds interessanter. Het ministerie van economische zaken steekt de komende jaren ook nog eens drie miljoen euro in onderzoek naar biobased performance materialen (BPM).

Voorzien van een nieuwe houten gevel en een vers likje verf, springt de gerenoveerde woning er in het straatbeeld wel wat uit. Aan de andere kant van de Henri Dunantstraat staan groengeverfde houten huizen. Ze zijn na de Watersnoodramp van 1953, toen een groot deel van Kruiningen onder water stond, nog met Noors en Zweeds geld gebouwd. En dat overtollige water in Zeeland is nog steeds een probleem. De huizen in dit gebied hebben allemaal al jaren last van optrekkend vocht en 'zoutuitbloei'. Daardoor was in dit huis de houten begane vloer deels verrot en kwam het stucwerk los van de muren.

Het opgeknapte biobased huis stamt uit 1953. "De huurder bewoonde het pand 56 jaar, maar heeft nooit meegedaan aan een grootschalige renovatie", vertelt vastgoedmanager Reinier de Jong van de Zeeuwse woningcorporatie R&B Wonen. Vocht, rot en lekkages, het huis moest grondig onder handen genomen worden. Dit keer koos de woningcorporatie voor duurzaam opknappen om zo de mogelijkheden van plantaardig bouwen te testen. De Jong: "Duurzaam verbouwen en plantaardige producten gebruiken leek ons interessant en belangrijk om te onderzoeken."

Er is in het huis zoveel mogelijk gebruik gemaakt van materialen met een plantaardige of dierlijke oorsprong die niet chemisch bewerkt zijn. "Daarmee kunnen ze, als ze ooit vervangen moeten worden, in de biologische kringloop blijven", zegt Cor Helmendach van Projectbureau Zeeland, dat het project uitvoerde. "Als dat niet mogelijk was, kozen we voor materialen als glas en ijzer, die in de zogeheten technische kringloop kunnen blijven."

In de vloer zijn kokkelschelpen uit Yerseke gebruikt, die uit zee zijn opgezogen. De kokkels nemen vocht op dat uit de kruipruimte omhoog komt. Ook ligt er onder het huis papierpulp van oude kranten, ook wel cellulose genoemd. Dit materiaal isoleert en is brandwerend. De vloer is gemaakt van platen van houtsnippers en de muren zijn geïsoleerd met vlaswol. Die grondstof komt als afvalproduct van de vlasplant en wordt in Zeeland geteeld.

Er is zoveel mogelijk gekozen voor lokale bouwmaterialen. Helmendach: "Het hout waarmee de aanbouw is bekleed - tropisch hardhout genaamd basracolus - heeft vijftig jaar onder water gestaan. Het is oud remmingswerk van Rijkswaterstaat."

De kosten van dit project? Zo'n 154.000 euro. De provincie Zeeland investeerde 68.000 euro. Echt rendabel is biobased renoveren nog niet, heeft de corporatie gemerkt. Sommige alternatieven, zoals cellulose en de renovatie van de houten vloer zijn zeer betaalbaar. Maar de dakbedekking op de nieuwe aanbouw was honderd procent duurder dan de gebruikelijke pannen of matten die uit aardolie zijn gemaakt. "Dit project is het begin van nog meer biobased renovaties. Grotere volumes zijn interessant voor de markt en zorgen voor prijsdaling.", zegt De Jong.

In de bouwsector komen steeds meer koplopers die plantaardige producten maken. Holonite, het bedrijf dat de vensterbanken en dorpels leverde voor het huis, ontwikkelde een speciale biohars. Met deze hars, die voor zestig procent uit plantaardig- en dierlijk restafval bestaat, wordt composietsteen gegoten. Het bindmiddel komt uit koolzaadolie of uit een restproduct van biodiesel.

Het bedrijf kreeg voor de biohars het bronzen 'Cradle 2 Cradle'-certificaat, een keurmerk voor hergebruik van materiaal en productie met zo weinig mogelijk afval.

Eigenlijk kan alles op den duur duurzaam, meent directeur Paul Konings van dit Thoolse bedrijf. "Afval is - natuurlijk met hulp van een paar chemische jongens - voor heel veel te gebruiken. Onze hernieuwbare grondstoffen komen uit afvalproducten, bijvoorbeeld van de voedingsmiddelenindustrie."

Het duurde een jaar voordat de receptuur voor de hars klaar was. Konings bezoekt nu architecten, groothandels en corporaties. "Het is een pril begin en daarom is dit product nog relatief duur. In het geval van het biobased huis gaat het om maar twee vensterbanken en dorpels. Maar in deze en andere Zeeuwse corporaties zitten zo'n 54.000 huizen."

Konings vindt dat er een omslag nodig is in de bouwsector. "Een plantaardig product wordt niet zomaar gangbaar, zeker niet als het uit afval wordt gemaakt. Maar je ziet geen verschil, en nee, het ruikt ook niet anders."

Toch is er niet voor alles al een duurzaam alternatief, ziet Helmendach. Er zijn nog geen plantaardige vervangers voor installatiematerialen, badkamervloeren en wandtegels. Ook kit en lijm zijn niet te vervangen. "Alles wat onder de grond wordt verwerkt, is nog niet plantaardig. Die materialen stel je permanent bloot aan vocht en moeten dus rotvrij zijn."

Urgenda, actie-organisatie voor een duurzame toekomst, is in ieder geval blij met het biobased huis. "We moeten af van fossiele brandstoffen als energiebron, maar ook als grondstof. Het is goed dat een woningcorporatie nu zijn nek uitsteekt", zegt directeur Marjan Minnesma.

De corporatie heeft een huurder gevonden. De Jong: "Nu kunnen we onderzoeken hoeveel een bewoner bespaart op de energielasten en hoe het klimaat in de woning aanvoelt. Natuurlijk is het een subjectieve proef maar wel dé manier om biobased materiaal te testen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden