Kok roept maar wat over artsen

De aankondiging door premier Kok dat de studie medicijnen ruimer opengesteld wordt klinkt leuk, maar is niet reëel. Voor plotselinge opheffing van het numerus fixus zou een te groot beroep op de nu werkzame artsen en specialisten gedaan moeten worden.

Premier Kok pleitte op prinsjesdag voor afschaffing van de instroombeperking (numerus fixus) van de studie geneeskunde. Hij vindt het uit de tijd, nu er een groot tekort aan artsen is. Hier is evenwel duidelijk sprake van paniekvoetbal.

Louter op basis van leeftijd zullen tot 2007 naar schatting 250 huisartsen per jaar hun beroep vaarwel zeggen, ruimschoots meer dan de nieuwe aanwas. Op het oog lijkt een afschaffing van de numerus fixus dus een goede oplossing. Er zijn genoeg studenten en scholieren die graag geneeskunde willen studeren. Met afschaffing van de numerus fixus zouden er over zes jaar theoretisch een paar duizend extra basisartsen beschikbaar zijn. Het is echter niet zo eenvoudig als het lijkt.

In het begin zal er een enorme toevloed zijn, maar die zal later stabiliseren. Daarnaast is te verwachten dat vele recent uitgelote personen alsnog aanspraak zullen maken op een plaats als de opleiding wordt vrijgegeven.

De medische faculteiten zijn echter niet toegerust op een plotselinge toename van het aantal studenten. De medische studie is intensief, met veel contact-uren en practica. Vind maar eens voldoende begeleiders en docenten. Met alleen extra geld red je het niet. Een snijzaalpracticum voor 200 man is bijvoorbeeld tenslotte niet in één klap uit te breiden tot een voor 400 studenten of meer, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Hier is ook extra ruimte en personeel voor nodig. Het gevaar bestaat, dat bij een plotselinge sterke uitbreiding van het aantal studenten het arbeidsintensieve probleemgestuurde onderwijs, waar de onderwijsinspectie recent zo op gehamerd heeft, weer wordt teruggedraaid en het massale hoorcollege terugkeert. Dat is niet best voor de kwaliteit van de opleiding.

Na de eerste jaren volgt een traject, de co-schappen, waarbij begeleiding nog belangrijker is. Het aantal plaatsen is beperkt en is nog moeilijker uit te breiden dan het aantal studieplaatsen. Per ziekenhuis wordt het aantal co-assistenten begrensd, zowel door het aantal patiënten als door het aantal artsen. Plotseling meer co-assistenten op één afdeling leidt tot minder patiëntencontacten, en dus tot een afname van de opgedane ervaring tijdens het co-schap. Daarnaast zal de begeleiding van de co-assistenten minder worden, aangezien er voorlopig niet meer begeleidende artsen zijn.

Het artsentekort is lang niet altijd de oorzaak van de wachtlijsten. Ook de budgettering is een belangrijke oorzaak, al heeft minister Borst daarvan het einde beloofd. Een tekort aan ondersteunend personeel als (onder anderen operatiekamer- en intensive-careverpleegkundigen, medisch secretaressen en assistenten) is evengoed van invloed. Dat verandert niet door een forse toename van het aantal basisartsen. Hier komt bij dat er geen behoefte is aan extra basisartsen, maar aan specialisten. Ook deze opleidingen zullen dus fors uitgebreid dienen te worden.

Naar onze mening is op dit punt zelfs veel meer effect te behalen op korte termijn. Op dit moment zijn er vele, volgens Nivel zo'n 2000, basisartsen werkzaam als assistent-geneeskundigen niet in opleiding. Dit blijven zij soms jarenlang, in afwachting van een opleidingsplaats. Een groot deel van hen zal zo'n plaats nooit bemachtigen. Omdat de precieze omvang van deze groep nooit is bepaald, wordt deze eigenlijk stelselmatig genegeerd.

Daarnaast wordt voor vele opleidingen tot specialist nog altijd een promotie aanbevolen of geëist. De gelukkigen die in opleiding komen zijn dus vaak nog eens vier jaar extra bezig met een promotieonderzoek voordat zij uiteindelijk specialist zijn.

Door uit de voorraad van basisartsen te putten, zal het door Kok en Borst gewenste effect veel sneller bereikt worden. Wel is duidelijk dat de werkzaamheden van agnio's dan door anderen gedaan dienen te worden. Een onderdeel van deze werkzaamheden kan toebedeeld worden aan het dan toegenomen aantal assistenten geneeskundige in opleiding. Daarnaast is meer aandacht nodig voor pas ontwikkelde alternatieven, zoals de Groningse opleiding tot ziekenhuisarts.

Een toename van het aantal studieplaatsen geneeskunde zal pas op zijn allervroegst over negen jaar extra huisartsen opleveren. Voor de overige specialismen is dit over het algemeen nog langer. En dan nog blijft een forse uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen voor specialist het knelpunt.

Daarom zal een forse, maar graduele en gecontroleerde toename van het aantal studieplaatsen in de loop van enkele jaren praktisch veel beter te realiseren zijn. Om het tekort aan specialisten op een zo kort mogelijke termijn te verminderen is het verstandiger eerst naar de groep van basisartsen te kijken.

Maar dat scoort waarschijnlijk minder goed op tv.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden