Kok klampt zich aan het CDA vast

Het kabinet-Lubbers/Kok heeft zich met het voorjaarsakkoord gerevancheerd voor het geblunder in de WAO-kwestie eerder dit jaar. In alle stilte heeft het een aantal besluiten genomen, die hard en pijnlijk zijn voor de samenleving maar ten minste getuigen van daadkracht. De besluitvorming speelde zich nu ook weer gewoon af onder het oog van de Hollandse maagd in de Treveszaal en niet in de keuken van Bert de Vries. Zou het in het verkiezingsjaar dan toch nog goed komen met dit kabinet dat ondanks een flink aantal wapenfeiten nog altijd zo weinig krediet heeft?

Premier Lubbers en minister van financien Kok demonstreerden donderdag bij de presentatie van het voorjaarsakkoord vooral eendracht en frisheid. Het was een heel ander beeld dan twee jaar terug, toen ze na weken vergaderen over de operatie Tussenbalans, de eerste grote bezuinigingsslag, met bleke, afgetrokken gezichten voor het oog van de camera's verschenen. En heel anders ook dan vorig jaar, toen een narrige Lubbers in zijn eentje voor de pers verscheen en met zijn interpretatie van de voorjaarsbesluiten Kok en de PvdA zo hoog in de gordijnen joeg, dat het bijna tot de val van het kabinet leidde.

Lubbers onderstreepte op de vroege persconferentie ook met zijn woorden hoe eendrachtig het kabinet dit nieuwe zware karwei heeft geklaard. Hij getuigde zelfs van iets moois. Onder indruk van de hardheid van de besluiten die moesten worden genomen waren de ministers 'naar elkaar toegegroeid'. Voor zover er in de voorafgaande dagen iets naar buiten kwam over het verloop van het beraad waren dat ook al mededelingen van die orde. Dat de ministers oog hadden voor elkaars problemen, dat de problemen van individuele ministers als gemeenschappelijk werden gezien.

Bij besluiten die zo ingrijpend zijn voor de samenleving ligt het natuurlijk voor de hand dat een kabinet zijn eenheid toont. Het kan de maatregelen niet geloofwaardig tegenover het parlement en de samenleving verdedigen als het van interne verdeeldheid blijk geeft. Logisch dus, dat Lubbers zoveel nadruk legde op de eensgezindheid van zijn ploeg. Maar uiteraard werden zijn verklaringen ook op hun politieke betekenis gewogen. Kort gezegd, is hiermee de basis gelegd voor voortzetting van de coalitie na 1994?

Dat is een voor de hand liggende vraag nu het beleidspakket niet allleen het komende jaar bestrijkt maar over de verkiezingen van mei 1994 heenreikt naar de volgende regeerperiode. Kok was daarover erg duidelijk. Natuurlijk, zei hij, spreekt hieruit de intentie om het beleid te mogen voortzetten. Lubbers drukte zich iets verhulder uit. “De kunst is dat je, zoals wij hebben laten zien, elkaar vasthoudt in een gemeenschappelijke inspanning.” Voor de goede verstaander is zo'n uitspraak duidelijk genoeg. Het is ook nauwelijks nog een geheim dat Lubbers weinig heil verwacht van hernieuwde samenwerking tussen CDA en VVD.

Maar wat hebben de woorden en voorkeuren van de gaande kopman van het CDA nog voor betekenis bij de komende formatie? Van veel groter belang is hoe zijn beoogde opvolger, fractieleider Brinkman, erover denkt. Wat dat betreft kan het debat over het voorjaarsakkoord met enige spanning tegemoet worden gezien. De CDA-fractie volstond deze week met de reactie dat de plannen ingrijpend zijn en veel geween en geklaag in de samenleving zullen oproepen. Een beetje wonderlijke reactie, nadat Brinkman eerder had aangegeven dat hij liever nog een paar miljard gulden extra had bezuinigd om het financieringstekort volgens afspraak terug te dringen.

Het kabinet heeft aan die oproep in elk geval geen gehoor gegeven. Kok trok op de persconferentie wat dat betreft al een paar stevige verdedigingslijnen. We lopen met het tekort al aardig in de Europese pas, we zijn zelfs drie jaar eerder dan nodig op het vereiste niveau en nog meer bezuinigingen zouden een 'verwoestende werking' op de werkgelegenheid hebben. Maar dat is niet het belangrijkste conflict in de coalitie. Dat gaat, zoals zo vaak, over het inkomensbeleid. Het kabinet heeft in zijn wijsheid besloten die hete aardappel naar de begrotingsbesprekingen in augustus door te schuiven.

Intussen schept het voorjaarsakkoord wel politieke verplichtingen voor de coalitiepartijen. Zij kunnen niet te veel afstand nemen van het kabinet, nu dat zo ver zijn nek uitsteekt. Van de PvdA-fractie valt dat ook niet te verwachten. De enige wanklank in de reactie betrof het voornemen van staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) om de bijstand voor jongeren af te schaffen.

Voor zover dat ook is ingegeven door het principe dat jongeren moeten inleveren ten gunste van ouderen, handelt zij in de geest van Joop den Uyl. De vroegere PvdA-leider noteerde al in 1970 dat het materiele welvaartspeil en de ontplooiingskansen van jongeren onvergelijkbaar veel groter zijn dan de overgrote meerderheid van de bejaarden ooit hebben gekend. Zijn conclusie was, dat daaruit alleen reeds 'de plicht voortvloeit bij de afweging van de financiele middelen voorrang te geven aan de verbetering van de positie van de bejaarden'.

De CDA-fractie heeft de afgelopen drie jaar altijd enige afstand bewaard van het kabinet. Veel meer afstand in elk geval dan van de eerste twee kabinetten-Lubbers. Met het eerste kabinet ging het CDA zelfs de verkiezingen in. Het is nog altijd onwaarschijnlijk dat deze vorm van duidelijkheid volgend jaar zal worden herhaald. PvdA-ministers hebben wel eens verzucht dat zij eigenlijk met twee CDA's van doen hebben, een in het kabinet en een in de Tweede Kamer. Wat dat betreft hebben de verklaringen van Lubbers over de eendracht in deze ministersploeg in elk geval zeer betrekkelijke waarde.

Daar komt nog bij dat de meeste CDA-ministers na deze regeerperiode niet terugkeren. Lubbers, De Vries, Maij-Weggen en Andriessen stellen zich niet herkiesbaar. Van Kooijmans is niet helemaal duidelijk wat hij wil - hij heeft wel de smaak van het ministerschap op buitenlandse zaken te pakken. Alleen van Hirsch Ballin en Bukman is zeker dat zij een plaats op de kandidatenlijst ambieren.

In dit verband telt vooral het vertrek van Lubbers en De Vries, die het kabinet enkele keren op benarde momenten redde en zelfs wel eens pesterig de 'achtste PvdA-minister' is genoemd. Kortom, als het CDA blijft doorregeren zal het met een vrijwel geheel nieuwe ministersploeg het veld betreden.

Van cruciaal belang is natuurlijk de uitspraak van de kiezers. Hoe zullen zij de pijnlijke maatregelen die hen te wachten staan apprecieren? Lubbers zei de afgelopen winter in een vraaggesprek met het blad van de christelijke werkgevers dat er niet voor terugschrikt met een hard beleid het verkiezingsjaar in te gaan. De ervaring van de stembusstrijd in 1986 had hem geleerd, vertelde hij, dat het onzin is dat de kiezers alleen met pretpakketten zijn te paaien. Het advies dat partijgenoten hem destijd in het oor bliezen om een aantal impopulaire maatregelen over de verkiezingen heen te tillen, had hij in de wind geslagen. De uitslag stelde hem in het gelijk, het CDA boekte een winst van negen zetels.

De geschiedenis hoeft zich niet natuurlijk niet te herhalen. Bij verkiezingen spelen meer factoren een rol dan alleen het beleid en de peilingen laten nog altijd een aardverschuiving onder het electoraat zien in de richting van D66. Vooralsnog heeft vooral de PvdA daarvan te lijden. Niets wijst er nog op dat de sociaal-democraten van het harde beleid vruchten plukken. Er is evenwel geen andere keus, zolang in de politieke overlevingstocht waarmee de partij bezig is aan een nieuwe oppositierol niet wordt gedacht. Met het voorjaarsakkoord heeft Kok ook duidelijk gemaakt dat hij, Van Mierlo's droom ten spijt, niet aan het avontuur van een 'paarse coalitie' denkt. Hij houdt het CDA vast. Of dat omgekeerd ook gebeurt zal Brinkman de komende maanden duidelijk moeten maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden