Koffie

Toen ik na een lange, vermoeiende rit aankwam in Santa Maria del Carmen was mijn eerste gedachte: en nu koffie.

Ik parkeerde mijn auto op het marktpleintje en stapte uit. Naast mij was een dame bezig haar achterbak vol te laden met boodschappen. Ze had een vriendelijke uitstraling. Ik vroeg haar of ze wist waar ik koffie kon drinken. Ze dacht even na en zei: „Ik weet dat de twee zaken waar het zou kunnen vandaag dicht zijn. Maar ik weet nog een mogelijkheid. Rijdt u maar achter me aan.” Dat deed ik. We waren gauw het dorp uit. Ze was een kloeke rijdster en het kostte mij moeite haar te volgen. Toen sloeg ze een zijweg in, daalde een helling af en reed het erf op van wat een kasteeltje leek. ik stapte uit en vroeg: „Is het hier?” „Ja, zei ze, 'hier woon ik. Komt u maar binnen.' Ik hielp haar met de boodschappen. „Zet ze daar maar neer. Massimo doet de rest, zei ze, toen we via een trap een hal waren binnengekomen. Ik volgde haar verder naar een soort opkamer. „Ik ben zo terug”, zei ze. Dit was weliswaar een kasteeltje maar het zag er allemaal haveloos uit. Er waren scheuren in de muren en de verf liet los. Door het open raam zag ik het erf, daarachter was een omrasterde ruimte met geiten en verder weg stonden druiven.

Na enige minuten kwam mevrouw binnen met een blad koffie en gebak. Wat een goedheid ontmoette ik hier. Een wildvreemde dame. Ik werd er verlegen van.

"Ik heb vergeten me voor te stellen”, zei ze. "Ik ben Allessandra." Ik noemde mijn naam en bedankte voor het voorrecht dat ze mij had willen ontvangen. "O, dat is niets", zei ze. Ik krijg wel meer onbekende mensen op bezoek. Ik vind het gezellig. Uiteindelijk is het hier erg stil, zoals u al gemerkt hebt, en dan is het prettig om mensen te ontvangen. En in de zomer zijn hier altijd wel buitenlanders. En dat zijn dankbare gasten." Haar koffie was heerlijk en haar zelfgemaakte pruimentaart verrukkelijk. Ik prees haar uitbundig. Ze lachte en zei: "Ik zal nog een kop koffie halen." Ze was weg en ik keek naar buiten. Daar stond mijn auto maar nu zag ik dat het hek dicht was. Vreemd, ik had bij het binnenrijden geen hek gezien. Naast mijn stoel stond een schrijftafel met foto's van donkere mannen in zwarte pakken. Eén opvallende man met snor kwam op meer foto's voor. Ik boog mij naar voren om beter te kunnen zien. "Ja, dat is mijn man`, zei ze. Ik had niet gehoord dat ze weer binnen gekomen was. `Hij met de snor. Ik weet niet waar hij is. Jaren geleden vertrok hij. Ik kreeg nog drie brieven van hem uit Amerika. Toen was het voorbij. Mijn gevoel zegt dat hij nog leeft. Maar waar?" We dronken onze koffie in stilte. Wat moet je zeggen na zo'n mededeling? "Enfin", zei Alessandra, 'ik leef nog, ik heb wat vee, ik heb een wijngaard en ik heb een engel aan mijn zijde die Massimo heet.' "Massimo", echode ik. "U zult hem straks nog wel ontmoeten. Hij werkt voor mij, hij is butler, chauffeur, tuinman, hij is van alle markten thuis. Dat moet ook wel op een kasteeltje in de rimboe." "Ik moet eens verder", zei ik, en stond op. Toen ik naar buiten keek zag ik twee lieftallige Dobermanns naast de auto zitten, als schildwachten elk aan een kant. Ik bedankte Alessandro hartelijk en prees haar gastvrijheid. "Ik dank ú", zei ze, 'dat u wilde komen.' Zij ging mij voor naar de hal en zie, daar was inderdaad Massimo. Ze stelde ons aan elkaar voor en zei: "Massimo zal u verder helpen." Ze gaf mij een hand en verween. Ik wilde meteen doorlopen maar Massimo zei: "U moet nog even een kleinde schuld vereffenen. Koffie drinken bij de barones kost twintig euro." Ik schrok. "Maar", zei ik, 'mevrouw heeft mij uitgenodigd. Ik wist niet...' "Meneer", zei hij, koffie drinken met de barones is voor slechts weinigen weggelegd. U bent een uitverkorene. Ze heeft u in haar slot ontvangen, u hebt haar pruimentaart geproefd waar ze prijzen mee heeft gewonnen, ze heeft u ongetwijfeld iets uit haar rijke leven verteld. Dat moet u toch wel wat waard zijn. Dit is voor een een gedenkwaardige dag geweest. U kunt een mooi verhaal vertellen aan uw kleinkinderen." Ik aarzelde. Laat ik maar zeggen dat mijn kleinkinderen de doorslag gaven. Ik pakte mijn portemonnee betaalde. Ik liep naar de deur maar Massimo nog wat. "Bedankt dat u de barones met de boodschappen hebt geholpen. Morgen is ze jarig en dan geeft ze een feestje", en fluisterend: `Ze wordt vijftig." 'Mooi', zei ik. "Vergeet dan niet de slingers op te hangen." Toen ik buiten kwam waren de honden weg en stond het hek open. Het was al laat toen ik 's avonds mijn hotel binnen liep. De eigenaar stond bij de receptie te praten. Toen hij mij zag kwam hij op mij toe en zei: " Ik was bezorgd want ik miste u. Waar hebt u de hele dag gezeten?" Ik zei: "Ik ben bij een dame op de koffie geweest." Hij klakte met zijn tong en zei: 'Olala.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden