Koffiedik als het geweten van een woning

'Welcome Stranger' van Cristiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus en Berend Strik is te zien t/m 6 dec, Stadhouderskade 122, Amsterdam, do 19-23u, vr-zo 14-18u en op afspraak, tel 67 34 784.

'Bezinning is nodig', roepen veel museumdirecteuren en tentoonstellingsmakers nu. Hoeveel hedendaagse kunst getoond moet worden en op welke manier is volop onderwerp van discusssie. Rudi Fuchs stelt dat de hedendaagse kunst overgewaardeerd wordt; hij heeft gelijk wanneer hij bedoelt dat ook de bronnen, onderlinge verbanden en het historisch verband getoond moeten worden in plaats van individuele hedendaagse kunstwerken alleen. Het blijft echter belangrijk om naast de meer gevestigde hedendaagse kunst ook werk van 'jonge kunstenaars' (zolangzamerhand een negatief beladen term) te tonen om ook nieuwe, frisse en eigentijdse visies te kunnen zien.

Maar hoe dan en hoeveel? Inleveren, exposeren, inpakken, meenemen, volgende - een bij veel (groeps)tentoonstellingen gebruikelijke gang van zaken is bepaald geen inspirerend scenario. Publiek ziet vaak door de bomen het bos niet meer en krijgt door de overkill nauwelijks gelegenheid voor inzicht en communicatie met de getoonde kunst. Voor kunstenaars is exposeren op deze manier vaak een onpersoonlijke aangelegenheid waarbij je in tel bent of afvalt.

Aan communicatie bestaat - na een periode van extreme individualiteit in de jaren tachtig - echter wel degelijk behoefte. Was een samenwerkingsproject als 'Welcome Stranger' een aantal jaren geleden nog volstrekt ondenkbaar, nu reageerden alle zestien benaderde kunstenaars enthouisiast op het voorstel van beeldend kunstenaar Ken Zeph en kunstcritica Marjolein Schaap om in groepen van vier beurtelings een project te realiseren in de voor de gelegenheid ontruimde woning van Zeph en Schaap zelf. Op een na deden ze allemaal mee, juist vanwege de mogelijkheid van overleg, confrontatie en de uitwisseling van ideeen binnen 'Welcome Stranger'. Of, hoe Schaap het formuleert: 'voor een kunstenaar is uiteindelijk niets zo dodelijk als zijn eigen stijl'. De gemeente Amsterdam en WVC waren even positief en honoreerden beide een subsidieaanvraag voor realisatie van het project (62 duizend gulden) en de bijbehorende publicatie (70 duizend gulden), die na afloop in 1993 verschijnt.

Zeph en Schaap stelden de groepen zo gevarieerd mogelijk samen uit meer en minder bekende kunstenaars die elkaar niet of nauwelijks kenden en verschillende disciplines beoefenden. Basisgegevens waren het huis, waar zij alles aan en in mochten doen wat zij wilden, en de samenwerking zelf. Dus geen presentatie van individuen of een overkoepelend thema.

In feite komen binnen dit project alle probleemstellingen over het exposeren van hedendaagse kunst aan de orde. Niet als beschuldigend vingertje of met de pretentie een alternatief te bieden, maar wel als mogelijkheid tot bezinning. De ontruimde woning blijft een woning, waar ondanks nieuwgestucadoorde muren, uitgebroken kasten of geschilderde deuren toch een intieme sfeer hangt die aan bewoning herinnert en veel warmer en persoonlijker is dan een kille museum- of galerieruimte. Voor de voorbereidingen ter plekke krijgt iedere groep een maand; de presentatie vindt de maand daarop plaats, waarna de volgende groep aan de slag gaat. De samenwerking op zich levert behalve een presentatie in principe altijd iets op, namelijk confrontatie en overleg. Dat betekent dat wat bij veel groepstentoonstellingen neutrale gegevens zijn - het tijdelijke, het individuele in confrontatie met een groep en de tentoonstellingsruimte - in dit geval (positieve) uitgangspunten voor de samenwerking vormen.

Bij de eerste groep (Paul Goede, Bastienne Kramer, Q.S. Serafijn en Jeroen Snijders) kwam het tot een vrij heftige confrontatie tussen de verschillende individuen en de in te nemen ruimte. Om een letterlijke doorbraak in de samenwerking te forceren, installeerde Bastienne Kramer haar 'zitkuil' tussen de eerste en de tweede verdieping: ze zaagde een groot, ovaal gat in de vloer en hing daar een kuip in, die zo op beide etages indringend aanwezig was.

De tweede groep, waarvan de presentatie nu te zien is, werkte juist wel nauw samen. Christiaan Bastiaans, Rob Birza, Maarten de Reus en Berend Strik wilden binnen het project een maximaal contact onderling en met het huis, zodat in de verschillende kamers nergens te zien zou zijn wie wat waar gemaakt had.

De gegevens tijdelijkheid, de verhouding intimiteit-openbaarheid en de onderlinge verbanden tussen de individuen en het huis zijn dan ook overal in verschillende vormen aanwezig. In de fraai geschikte schaal witte bloemen, die in de loop van de maand zullen verwelken en een band vormen met de gele bloemen, die op verzoek van de kunstenaars door de bezoekers zijn meegenomen. In de kleine filmpjes, die de vier van elkaar gemaakt hebben en die, op de wand geprojecteerd, henzelf als schim (niet meer, dat zou te opdringerig zijn) in het huis aanwezig doen zijn. En in de knalgeel gesausde 'energiekamer', die van snelle krabbels is voorzien als betrof het een kraakpand, dat snel voor tijdelijke bewoning geschikt is gemaakt.

In een raamloze kamer boven huist volgens alle vier 'het geweten van de woning', een uitstraling die versterkt zichtbaar is gemaakt. Door de wanden heftig met koffiedik te bewerken straalt hij nu zeker een gewelddadig en sluimerend soort kracht uit, maar tegelijk een meer luchthartige paradox: de sfeer van knusheid die de koffiegeur oproept naast de betekenis van koffiedikkijken - wat de kunstenaars deden door zich op de woning en elkaar te concentreren.

Het gegeven samenwerking en communicatie is bij de realisatie van dit project tot het uiterste gedreven. Op een kamer na, waar alle individualiteit is samengebald: de 'tentoonstellingsruimte'. Hier hangt en staat van ieder duidelijk herkenbaar werk, een gesigneerd schilderij van Birza, een video in miniatuur van Bastiaans, geborduurde meisjes van Strik en een dunmetalen cowboylaars van De Reus. Deze ruimte is direct definieerbaar als galerie-achtige expositieruimte waarin aan de behoefte aan individuele herkenbaarheid wordt voldaan.

Een net-echte groepstentoonstelling zoals we die gewend waren, maar dan in een gekmakende, lilagroene kleur licht, die vervreemdend en desorienterend werkt. In deze ruimte isoleren Bastiaans, Birza, De Reus en Strik de problematiek van het hele hedendaagse tentoonstellingscircus, voor zichzelf en voor de bezoeker. In hun lila expositieruimte kan de bezoeker goed gek worden van al zijn meegebrachte verwachtingen over kunst en die daar achterlaten, om daarna beter naar het huis te kunnen kijken en het te ondergaan; net als De Reus, Strik, Bastiaans en Birza dat zelf deden. En dat raakt de kern van de zaak. Kunst gaat niet alleen om kant en klare objecten, maar juist ook om het genereren van ideeen en het opdoen van inspiratie, voor kunstenaar en bezoeker beide.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden