Koffie bij De Vink

Van zijn talrijke fietstochten hield Nescio aantekeningen bij, die drie jaar geleden werden gebundeld in het 'Natuurdagboek 1946-1955'. Fotograaf Bert Verhoeff bracht vervolgens in beeld wat er rest van de plekken, waarvan Nescio, lurkend aan zijn pijp genoot.

Op dinsdagmorgen 23 mei 1950 nam Nescio, pseudoniem van Frits Grönloh heette, om vijf voor tien de trein van het Amsterdamse station Muiderpoort, waar hij niet ver vandaan woonde, naar Abcoude.

Hij nam zijn fiets mee en reed vanaf het station meteen het weggetje langs het Gein op, tot hij langs de mooie Anno 1880-gevel en Geinhove na ruim twee kilometer bij De Vink uitkwam, de tweesprong met de tot café omgebouwde boerderij en daarachter het beroemde witte bruggetje.

Het was warm en windstil toen Nescio daar zijn kopje koffie dronk. Daarna sloeg hij rechtsaf het bomenlaantje ('achter het hek') tussen de weilanden in, nam het pontje dat hem afzette aan de andere kant van het Merwedekanaal (nu Amsterdam-Rijnkanaal geheten) en fietste naar het stroomgebied van de Vecht bij Vreeland, Loenen. Hij ging door tot Nieuwersluis en nam daar om één minuut voor half drie de trein terug naar Amsterdam.

Na zijn vervroegd pensioen bij de Handelsvereeniging Holland - Bombay, waar hij eerst kantoorklerk en later adjunct-directeur was, maakte Nescio vaak dit soort tochtjes. Hij beschreef ze jarenlang op allerlei blocnotevelletjes, die door zijn familie goed bewaard werden. Pas in 1996 verschenen de door Lieneke Frerichs bewerkte aantekeningen als 'Natuurdagboek 1946-1955' in het gezamenlijk door Nijgh & Van Ditmar en Van Oorschot uitgegeven Verzameld Werk.

Hoewel Nescio op zijn natuurtochtjes het hele land doortrok van Groet tot Zierikzee en Slochteren tot Slenaken, wandelde of fietste hij het meest in de omgeving van Amsterdam. Vooral de tochtjes naar Muiderberg en naar Abcoude en de Vechtstreek komen steeds weer terug in het dagboek. Het waren die kleine tochtjes die fotograaf Bert Verhoeff het meeste plezier gaven bij het maken van zijn fotoboek 'De boomgaard der gelukzaligen' dat donderdag verschijnt.

En zo staan we daar dan. Met dagboek en fotoboek in de hand. Op het bruggetje over het Gein bij De Vink. We hoopten op een mooie lentedag, zoals die van de schrijver op 23 mei 1950. Maar het zit tegen; nu, donderdagmorgen 6 mei, is het grauw en miezerig.

Voor De Vink, dat allang geen uitspanning meer is, wijst Verhoeff richting het Amsterdam-Rijnkanaal. ,,Kijk, als Nescio zijn koffie op had, ging hij verder dit weggetje uit, door een hek naar het kanaal, waar het pontje lag. Als je nu naar de overkant wilt, moet je eerst een paar kilometer doorrijden tot Driemond, en dan pas kun je bij de brug het kanaal over en terug naar Nigtevecht. Vandaar pik je dan Nescio's route richting Vreeland en Loenen of Hilversum weer op.''

Op het kruispuntje voor De Vink, dat in het fotoboek drukbezet is met een wachtende fietser op de voorgrond in de hoek en in het midden een hardloper die met kind in design-wandelwagentje aan de Geinloop meedoet, is het doodstil. Voor het grote herenhuis tegenover de boerderij waar vroeger het café was, lopen vier schapen en tien lammetjes in de wei. Pal achter het voormalige café aan de oever van het Gein staat een grote kastanjeboom in bloei. We lopen verder het bruggetje op en zien nu links het café met kastanje en rechts het weiland met de wilgen en de sloot die één rechte lijn naar Amsterdam en de Bijlmer lijkt te trekken. Voor het fotoboek heeft Verhoeff dit uitzicht in het najaar gemaakt. Met een Fuji-panoramacamera (6x17) licht hij toe. ,,De kleinere foto's werden gemaakt met een Mamya 6x7, die ik tijdens het wandelen losjes om de schouder kon meenemen.''

De lama's van de panoramafoto leven nog en lopen vrolijk te grazen. De struisvogels zijn echter verdwenen. Opgegeten waarschijnlijk.

Hoewel het nu volop voorjaar is, past de mist en de kleurloosheid van het landschap wonderwel bij het najaarsgevoel van de foto. Alleen de bloesem van de kastanje achter ons en het gefluit van mezen, merels en vinken maken duidelijk dat het mei is en niet oktober. Een klein nostalgisch voordeel is dat je vandaag de Bijlmer en het dak van de Arena niet kunt zien, zodat je de illusie hebt het landschap te zien zoals Nescio het ooit zag.

Ondanks die pleister op de voorjaarswonde, benadrukt de fotograaf dat hij die illusie nu juist niet heeft willen vastleggen. ,,Toen ik dit plan twee jaar geleden voorlegde aan Lieneke Frerichs en de erven van Nescio was dat ook precies het punt waardoor ik hun medewerking kreeg.''

Die medewerking was niet vanzelfsprekend. Om te beginnen hield Nescio zelf helemaal niet van fotograferen. Als het maken van een foto aan de orde was, wees hij met zijn wijsvinger naar zijn hoofd en zei dan: 'Hier moet 't zitten, in je hoofd.'

Er zijn dan ook maar weinig foto's van Nescio en zijn omgeving bekend. Wie een beeld van zijn wereld wil krijgen, zal dat moeten lezen in zijn literaire werk. Zo kom je vanzelf in de ban van het landschap rond Amsterdam zoals dat in 'Titaantjes' en 'Dichtertje' (1918) beschreven is en zo doemt later vanzelf een beeld van de rest van Nederland op in 'De uitvreter' (1918) en 'Boven het dal' (1961), waarin Zeeland, Overijssel en Gelderland een belangrijke rol spelen.

Verhoeff: ,,Ik probeerde de erven duidelijk te maken dat ik noch de natuurtochten van Nescio noch de wereld van 1950 precies wilde vastleggen, maar dat ik mij wilde richten op de plekken waar hij kwam. Wat is er met die plekken gebeurd? Wat is er veranderd? Wat niet? Dat wilde ik laten zien. Vandaar ook al die 'storende' elementen in het landschap. Als ik de foto hier nu opnieuw zou moeten maken, zou ik bijvoorbeeld ook zeker die in blauw plastic verpakte hooibalen erop zetten.''

,,Wat je vooral ziet natuurlijk, is dat het landschap van Nescio niet meer bestaat. In zijn tijd was er nog maar één snelweg, de A2. Verder was alles nog stil, al moet Nescio, die paard en wagen nog heeft meegemaakt, ook de eerste auto's en motoren een gruwel hebben gevonden. Als Nescio nu die wirwar van wegen, kantoren en verkeersdrukte had moeten zien, had hij er niets meer van begrepen. Maar aan de andere kant, ben je eenmaal buiten de stad, dan zijn er toch nog opmerkelijk veel mooie plekjes te vinden, die, zeker op een doordeweekse dag, nog altijd onaangetast zijn. Beide kanten heb ik laten zien.''

We rijden verder richting Driemond. Vlak voor Weesp de brug over en dan meteen rechts langs de andere kant van het kanaal terug naar Nigtevecht, waar Nescio's tocht weer opgepikt kan worden. We volgen de Vreelandse weg en komen langs de eerste molen zoals die in het dagboek wordt genoemd. Voor de molen staat een sering in volle bloei, dan volgt Vrederust en zie je links in de verte, aan de overkant van het water de torens van Nederhorst den Berg boven het mistig groen uitsteken.

Dit is ook de weg van de 'boomgaard der gelukzaligen' waar Nescio, zo stelt Verhoeff het zich voor, even van zijn fiets afstapte of stopte met lopen en in de berm tegen een boom ging zitten, zijn pijpje stopte en al lurkend de tijd voorbij liet gaan. Of zoals Nescio zelf schreef: ,,Seringen, kastanjes. Een paar heel mooi roodbloeiende boomgaarden en bij Vreeland, aan den overkant bij de brug, een smettelooze witte bloei (één grote boom). Kikkers!''

Hoewel wij vroeger zijn, is dit jaar de bloesem toch al over het hoogtepunt heen. ,,Twee weken geleden'', zegt Verhoeff, ,,was het hier op zijn mooist. Nu is het allemaal al iets verder uitgelopen.''

Bij het hek 'Witte stein', vertelt hij, heeft Verhoeff vorig jaar gevraagd of dit misschien de boomgaard der gelukzaligen was. Maar de vrouw die er woonde, wist het niet. ,,Ze had wel van Nescio gehoord, maar zijn tochtjes waren haar vreemd. En ik moet zeggen, dat heeft dan ook weer zijn eigen bekoring.''

2 Juni 1950

Trein 9.55 uur M.P. naar Abcou. Fiets: De Vink (koffie), Westoever van de Vecht, gezeten in het gras bij den Boomgaard der Gelukzaligen met m'n rug tegen een wilg. Vreeland en meteen langs oostelijken oever terug.

Tegenover de boomgaard aan de andere kant van de bocht langs het water ligt kaasboerderij 'De Willigen'. Op het weiland daar kunnen tegenwoordig hele groepen toeristen of werknemers spelletjes doen. Zijn die spelletjes in het fotoboek landelijk en vrolijk in beeld gebracht, wat nu in de mist opvalt zijn vooral de eindeloze heuvels autobanden op het boerderijterrein. Gele kazen, zwarte kazen, het kan niet op daar bij De Willigen. Nescio had er zeker over gebromd, lacht Verhoeff.

11 Mei 1953

Naar de Vecht en langs de Vecht naar Vreeland. Ook hier de pest van de overbevolking met te veel vrije tijd: 'zomerhuisjes' aan het water, tot eind van Nigtevecht, te zwijgen nog van een puinplaats in het land rechts en een werf van een opkooper van oude ijzeren en houten bootjes en roest. Uit het eene paradijs na het andere verjaagd.''

Na de kaasboerderij gaat het verder in de richting van Loenen. In de linkerberm van de weg, vlak voor we naar Vreeland afslaan, staat plotseling een ooievaar. 'Kikkers!' Net als Nescio nemen we tenslotte de oostelijke oever naar Loenen. Het is één uur inmiddels. Het weer klaart niet op. En zo eindigt de tocht net zo somber als-ie begonnen is.

6 mei 1999

Grauw en zo nu en dan regen. Met de auto naar Abcoude. Daar de grote weg af en via het station de zuidelijke oever van het Gein opgepakt. Uitgestapt bij de Vink. Doorgereden naar de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal bij Driemond en na Nigtevecht de draad weer opgepakt. De boomgaard der gelukzaligen ligt er vredig bij. Via Vreeland naar Loenen. Korte wandeling gemaakt door het oude stadje. Over de brug links ligt een aardig pannenkoekenhuisje aan het water. Ieder een pannenkoek met gember. Bij de Hervormde kerk stilgestaan. Auto tegen twee uur naar Amsterdam. Dag van niks.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden