Koersen tussen de kraters

De vijfde rit van de Tour de France start vandaag in Ieper. Hij staat in het teken van de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd er ter herdenking van de slachtoffers al een ronde verreden: de meest deprimerende wielerkoers ooit.

Het is vrede, al is die nog niet getekend. Het gebied tussen Straatsburg, Amiens en Antwerpen ligt grotendeels in puin. Vier jaar lang is er op ongekende schaal gevochten. Miljoenen soldaten zijn omgekomen. Het lijkt bizar om in dit gebied een wielerronde te organiseren.

Toch is dat precies wat de Parijse krant Le Petit Journal vijf weken na het staakt-het-vuren aankondigt: een rittenkoers langs de plekken waar het hardst is gevochten: langs Ieper, langs de slagvelden bij de Somme, de IJzer, de Marne en de Aisne. Langs Cambrai, Albert en Courcelette, waar de eerste tankslag in de geschiedenis plaatsvond. Door Bapaume en langs Verdun. Een naam voor de koers is er ook al: het Circuit des Champs de Bataille, de Omloop van de Slagvelden. Het is een eerbetoon aan de slachtoffers van de oorlog, stelt het blad. Natuurlijk is het ook een poging om de oplage van de krant, dagelijks vier pagina's dun, op te krikken. Maar dat schrijft de redactie er niet bij.

Het plan wekt ongeloof, maar Le Petit Journal zet door. Op 21 april 1919 meldt de krant dat er 134 deelnemers zijn. Zij moeten het parcours op één fiets afleggen. Defecten moeten ze zelf repareren, hulp is daarbij niet toegestaan. Alleen als een onderdeel of frame onherstelbaar beschadigd is, mag dat verwisseld worden - na toestemming van de wedstrijdleiding. Verantwoordelijkheid voor ongelukken, pech, slechte wegen, wegafzettingen en gesloten overwegen neemt de krant niet. In elke etappe is er één plek waar de deelnemers eten en drinken krijgen. Daar is assistentie van een mecanicien wel toegestaan. Wie een bidon met drinken wil, moet eerst zijn lege drinkbus overhandigen. Drinken uit glas, aardewerk en porselein is verboden. Waarom 134 man deze beproeving aangaan? Het prijzengeld mag er wezen.

De dag voor de koers is het, volgens Le Petit Journal, stikdruk in Straatsburg, dat sinds een half jaar weer deel uitmaakt van Frankrijk. 84 mannen beginnen aan 'de meest sensationele wielerbeproeving van het jaar'. Of de 50 niet-starters ergens zijn gestrand of dat zij niet de juiste papieren hadden om door Frankrijk, Luxemburg, België, Elzas en Lotharingen te rijden, vermeldt de krant niet. Le Petit Journal vindt het aantal van 84 'een groot en geweldig succes'. De meeste deelnemers komen uit Frankrijk en België. Duitsers zijn niet welkom. Onder de niet-starters is één Nederlander: 'Wiersma'. Dat moet Frits Wiersma zijn, tweevoudig kampioen van Nederland.

undefined

Sneeuw

Op de dag van vertrek voert de krant de spanning op: "De meeste deelnemers zijn voormalige strijders. Ze zullen de theaters terugzien waar zij hun heldendaden verrichtten. Ze zullen de rampen weer zien die zich in het oosten en het noorden hebben voltrokken. Misschien zien ze de loopgraven terug die ze hebben behouden op de vijand. En ze herkennen de slechte wegen van het front, want ja: de wegen zijn slecht, heel slecht. Maar hoe groter de moeilijkheden, hoe mooier de overwinning." Of de stemming in Straatsburg ook zo zonnig is? Het is koud, het regent en er is sneeuw.

Tijdens de eerste rit naar Luxemburg ook. Soms hagelt het. Het is takkeweer. Toch blijft het aantal uitvallers beperkt tot dertien. De Zwitser Oscar Egg, een van de weinige deelnemers die niet geboren en getogen is in het oorlogsgebied, wint de rit. De houder van het werelduurrecord doet bijna 12 uur over de 279 kilometer. De rit is 'weer een onvergetelijke pagina in het gouden boek van de sport', schrijft Le Petit Journal.

Twee dagen later waait het hard als om half zes het startschot klinkt voor de etappe naar Brussel. Er ligt een laag bevroren natte sneeuw op de weg. Op de heuvels van de Waalse Ardennen worden de renners geteisterd door wind, regen en sneeuw. Richting Brussel moeten zij ook nog afrekenen met modderige kasseien. Egg valt en geeft op. De Vlaamse knoest Lucien Buysse rijdt lang voorop, maar krijgt problemen met zijn ketting. Een andere Vlaming, Berten Dejonghe, wint in Brussel, waar zowaar even een zonnetje schijnt. Dejonghe leidt ook het algemeen klassement. Als 51ste en laatste arriveert een Fransman, ene Louis Ellner. Hij heeft 21 uur over de etappe gedaan,

Op 2 mei gaat het naar Amiens. De rit is de langste (338 km), voert langs de meeste slagvelden en eindigt in een gebied dat totaal kapotgeschoten is. De start is om half 5, de finish wordt rond 3 uur verwacht. Het plenst en het stormt, de wind is tegen. In en rond Ieper staat bijna niets meer overeind. Toeschouwers zijn er ook niet. Deprimerender kan een wielerkoers niet zijn. Rond 14.00 uur arriveert Charles Deruyter, een in Frankrijk geboren Belg, als eerste bij de ravitaillering in Lille. Hij ligt drie uur achter op het officiële tijdschema en heeft nog 130 kilometer te gaan. Dejonghe ligt 20 minuten achter hem.

Maar het ergste moet nog komen.

In Amiens wacht een massa mensen bij de meet. Af en toe passeert een auto. 'Daar komt er een', klinkt het dan door de rijen. Maar er komt geen renner, urenlang niet. Om half negen 's avonds arriveert een wedstrijdcommissaris. 'Deruyter ligt ver voor en komt pas om 10 of 11 uur aan', zegt hij. Dat is een tegenvaller voor Le Petit Journal: de deadline is dan verstreken: de volgende dag zal er geen rituitslag in de krant staan.

'Daar komt er een', klinkt het vlak voor elven. En ja, daar is Deruyter: doornat, afgepeigerd, nauwelijks in staat een handtekening te zetten op het controleformulier. Hij heeft 18 uur en 28 minuten over het traject gedaan: een gemiddelde van iets boven de 18 kilometer per uur. Geen etappewinnaar in welke ronde dan ook haalde ooit zo'n lage snelheid, zelfs Lucien Buysse niet die in 1926 een hectische Tourrit over vier bemodderde cols zou winnen.

Over de laatste 130 kilometer heeft Deruyter 9 uur gedaan, een gemiddelde van 14,4 kilometer. De Fransman Paul Duboc finisht anderhalf uur na Deruyter. Veertig minuten na hem arriveren nog twee renners. De nummer 5, Theo Wijnsdau, doet dat de volgende ochtend om half negen. Om elf uur 's morgens zijn er 11 man binnen in Amiens. De laatste, Camille Leroy, arriveert om half 8 's avonds; hij is bijna 39 uur onderweg geweest.

undefined

Mythes

Wat is er gebeurd? Deruyter, Duboc, Henri Van Lerberghe en Urbain Anseeuw zijn in plensbuien, tegen een vliegende storm in op beroerde wegen vol kuilen en bomkraters in het aardedonker naar Amiens gereden, niet of nauwelijks in staat de bewegwijzering te lezen (voor zover die er was). Berten Dejonghe is in een bomkrater gereden en heeft een wiel gebroken. Alle anderen zijn afgestapt, hebben onderweg onderdak gevonden of geslapen in restanten van gebouwen of in loopgraven. De volgende dag zijn ze alsnog naar Amiens gereden. Later gaan er verhalen dat bijna alle renners het laatste stuk per trein, bus of vrachtwagen hebben afgelegd en dat Deruyter de laatste 40 kilometer, gehuld in zakken, op twee lekke banden heeft gereden. Dat zijn hoogstwaarschijnlijk mythes.

Le Petit Journal schrijft over 'een koers zonder precedent in de geschiedenis van de wielersport' en schrijft dat de onbeschrijflijke rit het waard is om de staat van legende te krijgen.

Op de 4de mei vertrekken de renners om 5 uur richting Parijs. Er zijn er nog 29 over. Camille Leroy heeft nauwelijks kunnen slapen. De omgeving is onverminderd deprimerend, het wegdek ook, maar het weer is mooi. Lucien Buysse rijdt zijn wiel in de prak en geeft op. Uren later komt Deruyter als eerste aan in het velodrome van het Parc des Princes in Parijs. Meer dan 20.000 toeschouwers juichen 'Charlot' toe. In het algemeen klassement heeft hij 70 minuten voorsprong op Paul Duboc. Zeker van de zege is hij nog niet. Eén bomkrater missen op de weg en, hop: weg zege.

Zo ver komt het niet. Deruyter (29) blijft in de etappes naar Bar-le-Duc, Belfort en Straatsburg bij de les en haalt zo de grootste overwinning uit zijn carrière. Hij heeft de nummer twee, Anseeuw, op 2 uur en 17 minuten gereden en na 1985 kilometer 8740 francs verdiend. Een ongeschoold metselaar moet daar 8740 uur voor werken, zeg maar zo'n drie jaar. Deruyter zat er bijna 90 uur voor op de fiets en was er alles bijelkaar ruim drie weken voor in touw. Als laatste eindigt Louis Ellner. Op weg naar Bar-le-Duc heeft hij een nachtje in een loopgraaf geslapen. Zijn eindtijd is niet precies bekend, want in Belfort vergeet iemand zijn tijd op te nemen. Of er is niemand meer. Ellner is minstens 173 uur onderweg geweest. Haast terloops meldt Le Petit Journal dat Ellner het hele traject op een gewone fiets heeft afgelegd en dat hij niet één keer lek is gereden. Dat kan haast niet waar zijn, zou je zeggen.

De meest deprimerende wielerronde ooit is voorbij. Deruyter blijft nog jaren een goed renner, vooral op de baan. Legendarisch was de Omloop wel, maar dat wordt hij niet. Dat geldt ook voor de bizarre etappe naar Amiens. Dat komt omdat het circuit geen vervolg krijgt. In 1920 is er alleen een Petit Circuit de Champs de Bataille, een eendaagse wedstrijd van 180 kilometer rond Compiègne. Die stad lag midden in het voormalig oorlogsgebied. Maar dat circuit moet een peulenschil zijn geweest.

Dit verhaal is vooral gebaseerd op verslagen van de Omloop van de Slagvelden uit Le Petit Journal. Vorig jaar verscheen het boek 'Omloop van de Slagvelden. 1919. De meest heroïsche wielerwedstrijd ooit' van Frank Becuwe.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden