Koerdistan, walhalla voor archeologen

Archeologen worden warm onthaald in Iraaks Koerdistan, de bakermat van onze beschaving. Dat is mooi, want locaties in Syrië, Egypte en Turkije zijn onveilig of door corruptie ongeschikt.

Daar, bij de fontein met de leeuwen is de waterinlaat", wijst een van de Italiaanse archeologen die in de schaduw zitten uit te rusten. Ze zijn bezig met onderzoek in Khanis, een van de belangrijkste archeologische sites in Iraaks Koerdistan. Hier moet rond 700 v. Chr. een aquaduct zijn geweest, dat over vele kilometers water vervoerde naar de Assyrische hoofdstad Nineveh, waar het wereldwonder van de Hangende Tuinen vermoedelijk gesitueerd was.

De Italianen vormen slechts een van de 25 buitenlandse teams die dit jaar actief zijn geweest in Iraaks Koerdistan. Net als veel collega's hebben ze hun activiteiten verlegd naar de veilige Koerdische regio van Irak.

"Syrië is onveilig, Egypte onduidelijk en Turkije is te bureaucratisch geworden", zegt Olivier Nieuwenhuyse van de faculteit Archeologie in Leiden. Daarom deed hij afgelopen zomer een project in de buurt van de Koerdische provinciehoofdstad Sulaymaniya, terwijl een collega van het Nabije Oosten Instituut in Leiden zo'n honderd kilometer verderop ook al in Koerdistan was neergestreken.

"De mensen ontvluchtten Syrië naar Irak, en wij volgden", aldus een archeoloog. "De corruptie in Syrië was heel verschrikkelijk geworden", zegt een ander.

Abdullah Qader, directeur van het Iraakse Instituut voor Behoud van Oudheid en Erfgoed in de Koerdische hoofdstad Erbil, rekent trots uit hoe sterk de belangstelling van buitenlandse archeologen is toegenomen. Vorig jaar werden bij een conferentie in Polen nog maar vijftien projecten uit Koerdistan gepresenteerd, dit najaar waren het er bij zo'n bijeenkomst in Athene 65.

"Koerdistan is terra incognita. Sinds de jaren zestig is hier bijna niets gedaan aan opgravingen", geeft Richard Zettler van de Universiteit van Pennsylvania als een van de redenen. Zijn team heeft een contract voor vijf jaar om in de bergen bij Rwanduz op de grens met Iran te zoeken naar sporen van de Assyrische beschaving.

Open armen
Hoewel Koerdistan een deelstaat is van Irak, doen de archeologen geen zaken met Bagdad maar met het Archeologische Departement in Erbil, en de lokale diensten. Omdat Sulaymaniya ze met open armen ontving, vinden daar relatief veel activiteiten plaats.

De internationale teams krijgen een lokale archeoloog mee die zorgt dat informatie over de voortgang terugvloeit. Maar niet alle samenwerking is even succesvol. Qader klaagt over archeologen die het al na een paar weken voor gezien houden, "omdat ze alleen een rapportje nodig hadden voor hun universiteit". Over archeologen die publiceren zonder het contractueel verplichte overleg met de Koerden, en over teams die gebruikmaken van gastvrijheid maar nooit een bedankje uiten. Tegelijkertijd geeft hij toe dat Koerdistan niet zonder die buitenlandse hulp kan. "We doen dit pas een paar jaar, anders dan de regering in Bagdad die al honderd jaar archeologische ervaring heeft."

Bovendien is Koerdistan dringend op zoek naar nieuwe, aantrekkelijke vindplaatsen. De overheid probeert het toerisme te stimuleren, en heeft de oudheid nodig om goede sier te maken. Daarom wordt er hard gewerkt aan de citadel van Erbil, de oudste constant bewoonde locatie ter wereld. Met hulp van de Unesco worden huizen, gebouwen en poorten gerestaureerd, maar zolang het nog een bouwplaats is, is de aantrekkingskracht voor toeristen beperkt.

Die willen eigenlijk naar Nineveh of naar Nimrod, de resten van een Assyrische stad aan de Tigris. Maar beide liggen in gebied dat niet veilig genoeg is voor toeristen. Daarom hebben de autoriteiten hun oog laten vallen op Khanis. Dit startpunt van het aquaduct van de Assyrische koning Sennacherib en dat over ongeveer zestig kilometer water naar diens hoofdstad vervoerde, moet 'een grote toeristenstad' worden, zegt Qader.

De Italiaanse archeoloog Antonio Salvatori ziet dat net even anders. "Het idee is om een park te maken, om het irrigatiesysteem dat Sennacherib bouwde te beschermen en restaureren." Hij werkt mee aan een onderzoek voor een 'Archeologisch Milieupark van Sennacheribs Irrigatie Systeem' opdat de site kan worden toegevoegd aan de Wereld Erfgoedlijst van Unesco.

Het park zal 300-400 vierkante kilometer beslaan, en meerdere archeologische vindplaatsen bevatten. De Italianen doen momenteel onderzoek naar het tracé van het aquaduct en gaan lokale archeologen trainen om het plan te kunnen uitvoeren.

Khanis is echter ook een populaire picknickplek voor Koerdische gezinnen, die hun vuilnis ongegeneerd achterlaten tussen de oude stenen. Abdullah Qader erkent dat bezoekers schade aanrichten aan het erfgoed. Niet alleen het vuilnis; her en der verschijnt graffiti, en monumenten dienen zelfs als schietschijf. "Archeologie is nog vrij nieuw voor ons", zucht Qader. Hij benadrukt dat dringend actie nodig is, en noemt onderwijs over het belang van erfgoed een noodzaak, net als zakken bij de locaties om vuilnis in te verzamelen. Maar het zijn anderen, zoals de Koerdische toerisme-organisatie, die verantwoordelijk zijn, "en ze maken er een potje van".

Eenzame bewaker
Het belang van de oudheid voor een nieuwe staat als Koerdistan moet ook op de hoogste niveaus nog doordringen. Bij Khanis doet een eenzame bewaker moeite om te voorkomen dat er foto's en video's worden gemaakt van de rotsreliëfs. Waarom? Vlak boven dit door Unesco te erkennen monument staat het nieuwe, streng beveiligde huis van de Koerdische minister van economie.

Naast de waterinlaat staat het geraamte van wat wellicht een hotel had moeten worden. De bouw is stilgelegd, maar helaas is het betonnen skelet niet afgebroken.

Vanwege deze ervaringen waren milieuactivisten niet blij toen ze hoorden over plannen voor een verharde weg naar een van de subtoppen van de Pyramagroon, de hoogste berg bij Sulaymaniya. Het is een uur lopen naar Merquli, de ruïnes van een stad uit de tijd van de Sasanieden. "We hebben daar een stad gevonden, met funderingen en een poort", vertelt Kamal Rasheed, het hoofd van het Directoraat voor de Oudheid in Sulaymaniya. "Er moet een lokale prins hebben gezeten." De vindplaats moet toegankelijk worden gemaakt voor de toeristen die de regio wil aantrekken. De weg moet binnen twee jaar afzijn.

Behalve een fraai uitzicht biedt Merquli een reliëf van een Sasanidische koning, waarvan een kopie in het museum van Sulaymaniya staat. Net als van een soortgelijk reliëf wat verderop, bij Qizqapan, waarvan het origineel ernstig is toegetakeld met graffiti. Dat is via de combinatie van een weg, een pad en een trap toegankelijk gemaakt voor toeristen.

"Met de toeristen komt de vervuiling van het landschap, de graffiti en lelijke wegen voor auto's die voetpaden vervangen. De magie van het uitzicht verdwijnt en erfgoed loopt gevaar", zegt Simone Mühl, een Duitse archeologe die deels in Sulaymaniya woont en bij diverse projecten in de regio betrokken is. "Ik hoop dat ze deze keer een goede oplossing vinden."

Toerisme
Het feit dat archeologie in Irak meestal onder de toerisme-autoriteiten valt, zegt genoeg, meent de Amerikaan Richard Zettler. Het herstellen van de citadel van Erbil, de kasteeltjes die op enkele plaatsen als nieuw zijn herbouwd; het is allemaal bedoeld om toeristen te trekken.

Mede daardoor is er te weinig aandacht voor het creëren van een infrastructuur, waarbij musea en opslag een belangrijke rol spelen, zegt Zettler. "Waar laten de Koerden het spul dat wij vinden?" Buitenlandse teams die in de regio Erbil werken, moeten hun vondsten dagelijks inleveren bij het archeologisch museum. "Maar wat gebeurt er dan mee? Er is een tekort aan experts die registreren en conserveren. En die orde kunnen scheppen en verbanden leggen."

Antonio Salvatori noemt een museum als een belangrijk onderdeel van het geplande archeologische park. "Het moet de belangrijkste monumenten in het park presenteren, maar ook constant het archeologisch onderzoek bijhouden, om de historische vondsten die over het hele land zijn verspreid te herenigen."

Een goed voorbeeld daarvan is de nieuwe vleugel die Sulaymaniya onlangs met hulp van de Unesco aan zijn archeologisch museum kon toevoegen, waar vondsten te zien zijn met verschillende talen en schriften die door de eeuwen heen in de regio zijn gebruikt.

Kamal Racheed is maar wat trots op dat museum. Vooral ook, omdat het een rol speelt in zijn beleid om de Koerden bewust te maken van hun kostbare erfgoed. "We halen schoolkinderen naar het museum. Mensen hier weten niets van de geschiedenis van hun regio. We moeten het ze vertellen. Door erover te publiceren, en vooral ook de pers te interesseren en veel mensen binnen te halen."

Mijnen
Iraaks Koerdistan is een regio van strijd. Dat houdt de archeologen bezig, maar zit ze ook in de weg. Want als gevolg van de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988), de strijd van Iraakse regimes tegen de Koerden en de strijd tussen Koerden onderling in de jaren negentig, is het land bezaaid met landmijnen en (resten van) explosieven. Nog lang niet alle mijnenvelden zijn geruimd. "We vinden kogels en delen van raketten", vertelt de Amerikaanse archeoloog Richard Zettler, wiens werkgebied in de buurt van de grens met Iran ligt. "En een mijnenveld dat gelukkig was aangegeven." De Leidse archeoloog Olivier Nieuwenhuyse, die ook nabij de grens werkte, vond daar veel munitie. Zijn team trof loopgraven aan uit de oorlog tussen Iran en Irak, waarbij in totaal meer dan anderhalf miljoen doden vielen.

Bakermat
Wat Koerdistan aantrekkelijk maakt, is dat er oudere beschavingen gevonden worden dan in de rest van Irak - wat met het gebied rond de rivieren de Eufraat en de Tigris toch geldt als de bakermat van onze joods-christelijke beschaving. In Koerdistan zijn sporen gevonden uit het stenen tijdperk, van een beschaving die zich daarna pas verplaatste naar het zuiden van Irak. Er zijn maar liefst zeshonderd archeologische vindplaatsen, van het stenen tijdperk (met gevonden bouwwerken die dateren van 8000 tot 9000 v. Chr.) tot de tijd van de Ottomanen, die vanaf de 16de eeuw het huidige Irak veroverden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden