Koelbloedige geluksvogel

Onverschrokken zette hij als eerste een voet op de maan. Maar zonder een flinke dosis geluk zou hij nooit zover gekomen zijn.

Dat hij op de maan had gelopen was eigenlijk een bijzaak, vond Neil Armstrong. Het moment op 20 juli 1969 dat hij het voertuig met de spinnepoten aan de grond zette met nog 20 seconden brandstof over, daar ging het om. Het aanflitsen van het lampje dat contact met de grond aangaf. Zijn mededeling meteen daarna: "Tranquillity base here, the Eagle has landed", dat was, zei hij in een interview in Australië vorig jaar, 'de vervulling van de presidentiële belofte'.

Toen John F. Kennedy in 1961 het startsein gaf voor een race naar de maan, om 'voor het einde van dit decennium een man op de maan te laten landen en hem weer veilig terug te brengen', was Armstrong nog een testpiloot. Maar het jaar daarop kreeg hij het verzoek lid te worden van de groep astronauten die de eerste Amerikaanse uitstapjes naar de ruimte aan het maken was.

Dat was een logische keuze, want Armstrong leek geen angst te kennen. En hij was al sinds zijn jeugd gek op vliegtuigen. Zijn eerste vlucht maakte hij toen hij zes jaar oud was, en op zijn vijftiende had hij zijn brevet. In het vliegen zou hij graag grenzen verleggen, had hij bedacht, niet per se als piloot, maar als constructeur. Het leek echter te laat te zijn. Tijdens het eerste jaar van zijn studie vliegtuigbouw aan de Purdue universiteit, in 1947, doorbrak Charles Yeager als eerste mens de geluidsbarrière. "Ik had de goede tijd en alle avonturen gemist", vertelde hij aan zijn biograaf James Hansen.

Daarna hielden de avonturen echter niet meer op. Zijn studie werd betaald door de marine, met als tegenprestatie dat hij na twee jaar een tijd dienst zou nemen. Hij werd gevechtspiloot, leerde opstijgen en landen vanaf vliegdekschepen en in 1951 en 1952 vloog hij missies boven Korea. Tijdens een bombardementsvlucht werd hij op een haar na neergeschoten. Zijn vliegtuig verloor zoveel hoogte dat de vleugel een zes meter hoge mast raakte. Hij wist naar veilig gebied te ontkomen, maar moest daar de schietstoel gebruiken.

Toen zijn dienst erop zat, ging het leven gewoon weer door. Hij studeerde af aan Purdue en trouwde met medestudent Janet Shearon. Ze kregen twee zonen, en een dochter die in 1962 aan een hersentumor overleed.

In 1955 solliciteerde hij bij de Naca, de National Advisory Committee on Aeronautics, die zich vooral bezighield met het ontwikkelen van luchtvaart-technologie, maar drie jaar later al zou opgaan in het lucht- en ruimtevaartagentschap Nasa.

Ook daar had het verhaal van Neil Armstrong gemakkelijk kunnen ophouden. Op 9 kilometer hoogte in een ongebouwde B-29 bommenwerper bijvoorbeeld, als piloot van een vlucht waarmee een experimentele raket moest worden afgeworpen. Een van de vier propellers van het vliegtuig sloeg op hol en kon ieder moment uit elkaar vliegen. Armstrong en zijn co-piloot besloten in ieder geval de raket te lanceren. Vlak daarna begaf de propeller het en stelden de rondvliegende brokken twee andere motoren buiten bedrijf. De stuurknuppel van de co-piloot deed het ook niet meer. "Dus ik vloog en hij deed het denkwerk", grijnsde Armstrong vorig jaar in het Australische interview. "We landden heel voorzichtig, en daarna bleek dat mijn kabels ook waren doorgesneden, op een paar vezels na."

Als astronaut begon Armstrong in het Gemini-project. Die tweemans-ruimteschepen waren de opvolgers van de eenpersoons Mercury-capsules waarmee de VS hun eerste uitstapjes naar een baan om de aarde hadden gemaakt. Tijdens zijn eerste vlucht, met de Gemini 8, oefende hij het koppelen met een ander ruimtevaartuig, een onbemande satelliet. Door een storing in de stuurraketten van de Gemini begon de combinatie zo snel te tollen dat de astronauten bijna het bewustzijn verloren, maar door de landingsraketten aan te zetten, kon de Gemini gestabiliseerd worden en vervroegd veilig op aarde terugkomen.

Een andere keer ging het bijna mis tijdens een vlucht met een maanlander-simulator voor het Apollo-project. De besturing faalde en Amstrong gebruikte de schietstoel met nog geen seconde speling. Na afloop ging hij naar zijn kantoor om wat administratie te doen. "Dat lag nog op me te wachten, dus waarom niet?" zei hij vorig jaar.

Met zoveel geluk ben je een goede keuze als eerste man op de maan. Maar dat het Armstrong werd, was ook toeval. Pas toen Apollo 8, waarvoor hij invaller was, was opgestegen, stond vast dat hij commandant van Apollo 11 zou zijn. En pas toen met Apollo 9 en 10 de laatste benodigde technieken met succes waren getest, kwam het maanoppervlak in zicht. "Een maand voordat we opstegen, werd pas duidelijk dat we zouden landen. Ze vroegen: zijn jullie er klaar voor? We hadden graag nog een maand gehad. Maar we zaten in een race."

De lancering onderging hij tamelijk gelaten. "Ruimteschepen gaan bijna nooit op tijd weg. Je weet dat er makkelijk iets fout kan gaan, en dan ga je er weer uit. Als je daadwerkelijk vertrekt, is dat altijd een verrassing."

Bij de maan aangekomen bleef Michael Collins achter in het moederschip en gingen Armstrong en Buzz Aldrin met de module naar het oppervlak. Die landing zou automatisch verlopen, maar op het laatste moment greep Armstrong in. "De computer liet zien dat we op weg waren naar de steile rand van een krater, met grote rotsblokken. Daar wil je niet zijn." Terwijl Mission Control in Houston met afgrijzen de brandstof op zag raken, zette Armstrong de Eagle op een mooi vlak stuk aan de grond.

Daar sprak hij enkele uren later een van de bekendste zinnen ooit in het zonnestelsel uitgesproken: "Dat is een kleine stap voor [een] mens, een reuzensprong voor de mensheid." Pas bedacht na de landing. Dat hij het woordje 'een' vergat te zeggen, waardoor de zin in het Engels niet erg logisch klinkt, gaf hij pas toe na minutieus onderzoek van de geluidsbanden.

Het was de kleine ijdelheid van een man die verder nauwelijks leek te weten wat dat was. Een tweede maanlanding hoefde Armstrong niet meer. Hij ging lesgeven aan de universiteit van Cincinnati en was commissaris bij een aantal technologiebedrijven. In 1994 scheidde en hertrouwde hij. Interviews gaf hij zelden. Maar als hij wat te zeggen had, deed hij zijn mond open. Toen de regering-Obama in 2010 besloot om het maanprogramma van de Nasa te schrappen, was Armstrong een van degenen die daarover zijn grote zorg uitsprak.

Want mensen hoorden op de maan, vond hij. Al was het alleen maar om de gekken te logenstraffen die bleven zeggen dat hij er nooit geweest was. "Ooit gaan ze terug", zei hij vorig jaar, "en dan vinden ze de camera die ik daar heb laten liggen."

Neil Alden Armstrong werd geboren op 5 augustus 1930 in Wapakoneta (Ohio). Hij stierf op 25 augustus 2012 in Columbus (Ohio).

Neil Armstrong 1930 - 2012

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden