Koekstad en nepheuvels

In de wandeling van Deventer naar Olst is veel fraais te zien, maar je stuit er ook op de nodige gevechtswagens en bunkers.

Een wandeling beginnen vanuit Deventer is altijd aangenaam en maar zelden duister. De weidse vergezichten die de IJsselvallei ook op bewolkte dagen biedt staan daar garant voor. De oude stad Deventer – in de 8ste eeuw al een handelsnederzetting – is op zich al een feest. Het gevaar is dat je blijft plakken. Op de pleinen Het Grote Kerkhof en de Brink en aanpalende straatjes met zijn vele horeca en kleine winkels is het aangenaam toeven. Lopend door het centrum word je regelmatig geconfronteerd met opschriften die laten weten dat Deventer een beroemde koekstad was. Tot aan Noorwegen en de Oostzee werd deze lang houdbare voeding geëxporteerd. Van de vele koekbakkerijen is er nog maar één over, die van Jb. Bussink, maar die bestaat dan ook al ruim 400 jaar. Drs P. vond het maar niets, die voortdurende herinnering aan koek. Hij dichtte daarom: ’Deventerkoek, Deventerkoek, iedere stad zucht wel onder een vloek’.

Lopend naar het westen pikken we de oostoever van de IJssel op. Via een verhard voetpad gaan we in noordelijke richting de stad uit. De sporen van de vele honden die hier worden uitgelaten zijn goed zichtbaar. Je hebt je ogen bijna voortdurend nodig voor iets anders dan de omgeving. Veel mis je echter niet. Saaie flats uit de jaren ’60 en ’70 hebben de overhand. Maar de opdoemende IJsselvallei vergoedt alles. Lopend in de uiterwaarden (bij extreem hoog water is er een alternatieve route) vergeet je de flats en word je gegrepen door een overweldigende natuur. Donkere wolken boven het brede water, overlopend in groen, plat land, overvliegende formaties ganzen, aalscholvers op rivierbakens, paarden in de met bosschages gelardeerde weiden en zwanen in de vele plassen die het hoge rivierwater in het vlakke land achterlaat.

Hier kun je je voorstellen dat Deventer niet alleen een koekstad was (en nog steeds is), maar ook het centrum van de moderne devotie. Deze aan het eind van de Middeleeuwen ontstane religieuze beweging van Geert Groote en Thomas à Kempis pleitte voor eenvoud en nederigheid en een vlucht uit het drukke stadsleven. De aangename rust van de IJsselvallei, met je voeten in het zompige land en het gegak van de ganzen boven je hoofd, maakt je 650 jaar later nog steeds nederig.

Met pijn in het hart nemen we na een paar kilometer afscheid van de IJssel en lopen we via een aantal zeer waterige stukken weiland een bos in. Hier stuiten we op een creatie van de 19de-eeuwse landschapsarchitect J. D. Zocher. Oorspronkelijk is de buitenplaats Nieuw Rande in 1620 al aangelegd in opdracht van Seino Swaefken, heer van Rande. Dat gebouw verdween echter in de loop der tijd, waarna Zocher een nieuw landhuis bouwde en ook de omliggende parken ontwierp.

Door het Overijsselse coulissenlandschap met bos, weiland en landbouwakkers gaan we af op het landgoed De Haere. Hier is iets bijzonders aan de hand. De vele heuvels in dit landgoed zijn nep. Het zijn de bunkers en tankkazematten die deel uitmaken van de IJssellinie. Deze linie is de moderne variant van de Hollandse waterlinie. Zij werd begin jaren vijftig in het grootste geheim aangelegd om de Russen tegen te houden, of in ieder geval hun opmars naar de grote stedelijke centra te vertragen. Het water van de Rijn zou bij Arnhem en Nijmegen via stuwen de IJssel worden ingevoerd. Bij een stuw bij Olst zou het water worden opgevangen. Zo moest de overlopende rivier er binnen een week voor zorgen dat tussen Nijmegen en Kampen een strook land van vijf tot tien kilometer onder een halve meter water zou worden gezet. De waterlinie werd bovendien voorzien van allerlei geschut. In dit deel van de wandeling stuit je dan ook regelmatig op in beton ingebedde gevechtswagens, vierlingmitrailleurs, luchtdoelkanonbunkers en tankkazematten. De commando- en hospitaalbunker zijn nu open voor het publiek, want overbodig geworden. De linie verloor namelijk tien jaar na de aanleg al weer haar functie. Na de vorming van de Bundeswehr werd de voornaamste verdedigingslinie van de Navo naar het oosten opgeschoven. De rooie rakkers zouden voortaan in de Duitse laagvlakte worden tegengehouden.

Bij de spoorwegovergang iets ten zuiden van Olst stuit je op misschien wel het meest zichtbare onderdeel van wijlen de IJssellinie: een in beton gegoten tank. Deze Amerikaanse Sherman-tank is een afdankertje uit de Tweede Wereldoorlog. Je land verdedigen is mooi, maar het moet niet te veel kosten. Aan de rechterkant van de weg stond er ook een, maar die is inmiddels verdwenen. De overweg leidt ons naar het laatste fraaie stuk van de wandeling: de aanloop naar het landgoed Hoenlo. Tussen de hagen rododendronstruiken met daarachter rijen eikenbomen zie je het veel verbouwde landhuis, dat al in de veertiende eeuw in geschriften wordt genoemd, opdoemen. Hoenlo is een van de vele havezaten in het oosten van het land. Niet alleen adellijke families bewoonden deze landhuizen. Ook de rijke kooplieden uit de omringende hanzesteden vonden er hun riante onderkomens.

Het station van Olst is nu vlakbij. De eenzame fabriekspijp van vleesverwerkende fabrikant Olba is een baken tegenover het station. Het bakstenen gevaarte herinnert aan een andere traditionele nijverheid van deze regio. De vleesverwerkende industrie bood Olst en omstreken veel werkgelegenheid. Olba ging in 1979 ter ziele.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden