Review

Koekiemonster is ook griezelig

Paul van Loon: 'De griezelbus', ill. Camila Fialkowski, Hans Elzenga, 169 p, 26,50, vanaf 9 jaar; Eddy C. Bertin: 'Afspraak om middernacht', ill. Harald Sprenkeling, Zwijsen, 64 p, 16,50, vanaf 9 jaar; 'Leesgoed', tijdschrift over kinderboeken, NBLC, april 1992, over Monsters, 8,95, volw.

Het is meer dan een verschil in smaak: het ene kind geniet van griezelverhalen en gebruikt ze om zijn eigen angsten te verwerken, het andere kan er niet tegen en krijgt er nachtmerries van. Veel griezelverhalen - niet die van Roald Dahl - vallen onder de triviaalliteratuur: een spannende opbouw met veel actie, geweld en gruwelijkheden, humoristisch, vlot weglezend, cliche-matig taalgebruik. De psychologie van de personages is zwak ontwikkeld en vrouwelijke hoofdpersonenen komen weinig voor. Het gaat om de plot, met liefst een verrassende, onverwachte afloop als uitsmijter.

Auteurs als Eddy Bertin, Anthony Horowitz, Paul van Loon en Ton van Reen zijn populair, vooral bij kinderen (waarschijnlijk meestal jongens) die weinig of moeizaam lezen. Alleen al daarom is het de moeite waard om het genre serieus te nemen, zoals uitgeverij Zwijsen doet, die series op maat publiceert voor kinderen met leesproblemen. De Vlaamse jeugdboekenweek, dit voorjaar, stond in het teken van het griezelen en het tijdschrift over kinderboeken 'Leesgoed' wijdde een interessant en informatief nummer aan het genre, dat zo breed wordt opgevat, dat ook het Koekiemonster uit Sesamstraat, Bint van Bordewijk en de Ninja Turtles eronder gerekend worden.

Kinderen houden van griezelverhalen omdat de monsters, heksen en weerwolven het kind een projectiemogelijkheid verschaffen om de eigen, archetypische angsten voor het onbestemde vorm te geven en te begrijpen. "Middels zo'n monsterfiguur in een boek wordt die angst verdund aangeboden aan het kind opdat ze hanteerbaar voor hem wordt" , aldus Truusje Vrooland-Lob in 'Leesgoed' en kernachtig citeert ze Guus Kuijer: "Als er geen gevaar was, leerde je niks."

Griezelverhalen zijn er altijd geweest: veel sprookjes en volksverhalen hebben horror-elementen. Maar de oorsprong van de 'moderne' horror komt van de Engelse 'Gothic novel' van rond 1800. Britten zijn dan ook meesters in het genre (Wells, Tolkien) en het heeft zoveel eigens, dat de meeste begrippen die eraan raken onvertaald zijn gebleven: horror, fantasy, science-fiction, detective. Een voor leken mooie, nieuwe term biedt het interview met de Vlaamse horrorschrijver Eddy Bertin in 'Leesgoed', die vindt dat elk hoofdstuk moet eindigen in een 'cliff-hanger' (en onmiddellijk zie je kapitein Haddock voor je, die in 'Kuifje in Tibet' aan een overhangende rotspunt bengelt): een enorm spannend moment, waardoor de lezer per se wil weten hoe dat afloopt en gretig aan het volgende hoofdstuk begint.

Bertin schrijft zowel voor volwassenen als voor kinderen, maar zijn kinderboeken zijn minder griezelig en meer stereotiep, terwijl hij het monsterlijke nooit in de kinderpersonages legt. Hij vertelt uitvoerig hoezeer zijn uitgeverij, Zwijsen, schrapt in zijn teksten, al is hij daar niet alleen negatief over. Te suggestief, te gewelddadig, te gruwelijk, te origineel, te barok, te bizar, te complex of te moeilijk, dat moet er allemaal uit. Het resultaat is wel dat boeken als 'Gevangen in de video' (1989) en 'Afspraak om middernacht' (1991) geamputeerd, bloedeloos en emotieloos overkomen. Als een meisje in Venetie 's nachts door een mafiafiguur in haar nek gegrepen wordt, 'besluit' ze 'dat het beter is niet te gillen'. Alsof je dat op zo'n moment rationeel kunt besluiten! Hopelijk zijn zijn 'Invasie van de Draco's' en 'Metro van de angst' die binnenkort verschijnen beter, menselijker. Toch deed Bertins werk het volgens 'Leesgoed' tijdens de Vlaamse kinderboekenweek beter dan ooit.

Bij Elzenga, tegenwoordig een imprint van Zwijsen, verscheen 'De griezelbus' van Paul van Loon, deze maand in de Kinderboeken Top Twaalf van Trouw. Dit is binnen het genre een prima weerwolfverhaal, al steekt het taalgebruik niet boven de middelmaat uit. De opbouw is echter klassiek vakkundig. Er zijn twee lagen: de 'werkelijkheid' waarin een schoolklas een avondje - het is net volle maan - uit gaat met de Griezelbus, een project van een macaber uitgedoste schrijver, en de 'fantasiewereld', bestaande uit de tien griezelverhalen die de schrijver tijdens de rit voorleest aan de hand van voorwerpen in de bus. Die voorleesverhalen zijn op hun beurt ook gelaagd: kinderen maken griezelige dingen mee en anderen geloven hen niet. Gaandeweg het boek raken de twee lagen meer in elkaar verstrikt. Plastic vleermuizen, een met een doodskop gemaskerde bestuurder en een echte wolfsspin zorgen voor het juiste sfeertje. De schrijver hinkt steeds meer en begint zich overal te krabben, en een meisje dat allergisch is voor haren van dieren gaat steeds meer niezen. Het laatste verhaal gaat over hemzelf: 'Dan begrijpen jullie tenminste waarom ik griezelverhalen schrijf', waarna een prachtig monsterlijke apotheose volgt.

In 'De griezelbus' zijn de kinderen en hun meester redelijk van vlees en bloed voorzien, al blijft het bij typeringen: Michiel is de nuchtere, die steeds maar roept: 'Allemaal verzinsels, schrijvers liegen altijd', maar zichzelf tenslotte met die woorden moed moet inspreken, en Liselore is het geheimzinnige meisje dat steeds net op tijd de juiste spulletjes in haar handtasje heeft. Spanning en gruwel zijn knap gedoseerd: van Loon weet de griezelsfeer van een levensecht spookhuis op te roepen, maar zonder veel bloed en wreedheid, zodat het boek ook leesbaar is voor kinderen die 'De heksen' te eng vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden