Koehandel met restzetels

Het binnenhalen van restzetels in de Eerste Kamer is een complex politiek schaakspel met, zeker dit keer, een onvoorspelbare uitkomst.

De telefoons op het partijbureau blijven maar rinkelen. "Het lijkt hier wel een winkel", verzucht Annigje Toering, fractievoorzitter van de Fryske Nasjonale Partij (FNP). Iedereen heeft een mening over waar de vier stemmen die de FNP mag uitbrengen tijdens de Eerste Kamerverkiezingen op 23 mei naar toe moeten.

Normaliter stemt de FNP op de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) die de belangen van alle regionale partijen in de Eerste Kamer probeert te behartigen. Maar deze keer zal dat niet gaan, want de regionale partijen hebben tijdens de Statenverkiezingen niet genoeg stemmen gehaald om op eigen kracht een senaatszetel voor de OSF te halen.

Andere politieke partijen willen dolgraag de stemmen van de provinciale partijen hebben. Zeker nu het er om hangt of de regeringspartijen VVD en CDA en hun gedoogpartner PVV de door hen zo gewenste meerderheid krijgen in de Eerste Kamer. Elke stem kan op 23 mei beslissend zijn. Een uitzonderlijke situatie in de parlementaire geschiedenis, die een getouwtrek veroorzaakt zoals niet eerder vertoond.

Een maand na de Provinciale Statenverkiezingen is nog allerminst duidelijk hoe de Eerste Kamer er straks uitziet. De exacte zetelverdeling lijkt onmogelijk te voorspellen. Als iedereen gewoon op zichzelf stemt, haalt de gedoogconstructie van VVD, CDA en PVV met 37 zetels geen meerderheid. Maar daar zit het hem nu juist: het is lang niet altijd strategisch verstandig op de eigen partij te stemmen.

Sommige partijen hebben stemmen 'over', de zogenoemde reststemmen, en kunnen deze beter aan een verwante partij geven. Dan krijgt die daardoor een extra vertegenwoordiger in de Eerste Kamer of loopt daardoor minder kans een zetel te verliezen aan een concurrerende partij die is gegroeid door steun van gelijkgestemde partijen aan die kant.

De stemprocedure is niet eenvoudig. Alle 564 Provinciale Statenleden mogen stemmen op een kandidaat voor de Eerste Kamer, maar niet iedereen heeft een even zware stem; het gewicht is afhankelijk van het aantal inwoners van de provincie. De verschillen zijn groot. Zo telt de stem van een Statenlid uit Zuid-Holland 6,5 keer zwaarder dan de stem van een Zeeuws Statenlid.

De verschillende partijen zitten druk te rekenen, maar houden allemaal hun kaarten tegen de borst. Alleen achter de schermen wordt flink gelobbyd. Er wordt geprobeerd stukjes van andermans taart af te snoepen door Statenleden individueel te beïnvloeden of stemafspraken met elkaar te maken.

Annigje Toering: "We worden steeds door verschillende partijen gebeld die onze stem willen hebben. Maar er bellen ook mensen die ons willen adviseren iets juist wel of juist niet te doen." Toering en haar partijgenoten hebben gewikt en gewogen. Vorige week besloten ze te gaan samenwerken met de nieuwe partij 50Plus van Jan Nagel.

Ongeveer een kwart van de 50Plus-Statenleden zal op de OSF stemmen. In ruil hiervoor mag een Statenlid uit Noord-Holland voor 50Plus, Kees de Lange, dan voor de OSF zitting nemen in de senaat. De OSF houdt zo eigen spreektijd, en er komen toch ook twee mensen van 50Plus in de Eerste Kamer. Als iedereen van 50Plus en de provinciale partijen zich braaf aan deze overeenkomst houdt, lijken 70 van de 75 zetels in de Eerste Kamer vergeven.

Nu duidelijk is wat de onafhankelijke Statenleden gaan doen, verschuift het strijdperk naar SGP en ChristenUnie. Beide partijen gingen al eerder lijstverbindingen met elkaar aan in enkele provincies; het zou ze samen een extra zetel opleveren als ze dit nu landelijk zouden doen.

Maar landelijk willen CU en SGP geen lijstverbinding meer. De verschillen zijn landelijk groter, al was het alleen maar dat de ChristenUnie lang niet zo kabinetsgezind is als de SGP.

De twee partijen zijn nu in overleg over stembusafspraken, maar de hamvraag is wie dan de extra zetel krijgt. De ChristenUnie hielp eerder de SGP in Europa en zou hier iets voor terug willen. Tegelijkertijd is het voor het kabinet belangrijk dat de SGP als 'stille gedoogpartner' niet één maar twee zetels binnenhaalt. Dus staan nu de christelijke telefoons roodgloeiend.

Hoe meer duidelijkheid vooraf, hoe beter de partijen weten hoe te stemmen. PVV-, PvdA-, SP- en GroenLinks-Statenleden lijken er echter verstandig aan te doen sowieso allemaal op de eigen partij te stemmen. Dan lopen ze geen risico dat ze door onverwacht stemgedrag van anderen een zetel verliezen. Op dit moment hebben vooral D66, SGP en ChristenUnie de meeste nog te verdelen reststemmen.

Intussen rommelt het binnen het CDA. Zo uitten CDA-lijsttrekkers in Drenthe en Friesland twijfel of de fractiegenoten wel CDA willen stemmen. De landelijke samenwerking met de PVV zou hen dwars zitten. De PVV wil zulk gedrag niet tolereren en gemompeld wordt dat de PVV het kabinet zal laten vallen als de provinciale CDA'ers tegenwerken.

Het kan ook zomaar dat het CDA in de coulissen bezig is een aantal SGP'ers op hen te laten stemmen, zodat de christendemocraten een restzetel halen. Een meerderheid van 38 zetels voor de coalitiepartijen VVD, CDA en gedoogpartner PVV kan namelijk wel, maar eigenlijk alleen in uitzonderlijke scenario's zoals hierboven beschreven.

En de PVV? Er is een reële kans dat die partij een senator minder krijgt dan in de voorspellingen - negen in plaats van tien - als de SP reststemmen krijgt van andere oppositiepartijen. De VVD doet er daarom verstandig aan om haar reststemmen in ieder geval aan de PVV te geven, om zo te voorkomen dat het samenwerkingsverband van VVD, CDA en PVV van 37 naar 36 zetels zakt.

Maar voordat je als partijbureau een afwijkend stemadvies uitgeeft, moet je sterk in je schoenen staan. Iedereen moét doen wat afgesproken is, binnen andere partijen maar ook in de jouwe. Het kan zomaar gebeuren dat een Statenlid - zoals eentje van GroenLinks vier jaar geleden - per ongeluk verkeerd stemt. Omdat de coalitie niet weet welk spel de oppositie gaat spelen, kan het voor de regeringspartijen het verstandigst zijn om alleen van het eigen scenario uit te gaan.

Snapt u het nog? Het is als het prisoner's dilemma uit de speltheorie. Daarbij konden twee gevangenen kiezen (zonder te weten wat de ander zou doen): niet bekennen en allebei een relatief lage straf krijgen, of bekennen in de hoop dat de ander zou zwijgen, wat vrijspraak zou opleveren. Maar als ze allebei bekenden, zou dat tot hogere straffen leiden. Ook bij de Eerste Kamerverkiezingen is iedereen afhankelijk van elkaar. Als een partij eerst nog genoeg reststemmen heeft om een andere partij te helpen, kan dit later totaal anders zijn omdat er ergens een steunconstructie is bedacht waar geen rekening mee is gehouden.

De Statenleden kunnen pas een dag voor de verkiezingen, op 22 mei, een telefoontje van hun partijbureau verwachten. Pas dan hakken de kopstukken van de partijen de knoop door en besluiten ze hoeveel risico ze gaan nemen. De Statenleden wordt dan verteld op welke kandidaat voor de Eerste Kamer ze moeten stemmen. Of zij hierin meegaan, blijft de laatste onbeantwoorde vraag, want ieder Statenlid stemt uiteindelijk wat hij of zij zelf wil.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden