‘Koefnoen’ mist autoriteit Koot & Bie

Valt er nog wat te lachen op tv?

Gelukkig wel en de kijker weet het te waarderen. Tijdens het Televiziergala gingen twee humoristische programma’s er met de hoofdprijs vandoor. ’De tv kantine’ (RTL 4) won de Televizierring en Jeroen van Koningsbrugge (o.a. ’Neonletters’) de Televizierster.

’Koefnoen’(Avro), afgelopen zaterdag alweer voor het laatst, sleepte ooit de Nipkowschijf, een prijs van beroepskijkers, in de wacht.

Van de drie is ’Neonletters’, een aan Engels absurdisme grenzend VPRO-programma, het meest kwetsbaar. Actualiteit en bekende Nederlanders spelen een ondergeschikte rol, waardoor de lach grotendeels moet worden uitgelokt door goede acteerprestaties en sfeertekening.

Misschien omdat ik in de Maasstad woon, kan ik erg genieten van de Rotterdamse meiden Mandy en Lisa, die vrijdag opdoken als receptionistes in een hotel. Zinsconstructies waarin telkens het werkwoord lopen voorkomt (’ik loop u toch niet te storen?’), zijn inderdaad niet ongebruikelijk onder volkse Rotterdammers.

Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven moeten in hun straatmeidensatire nog wel wat misplaatste ’t’s’ verwerken, zoals ’ik gaat’. Het begin is er al. Lisa had het vrijdag over een Breezert.

’De tv kantine’, waarvan op 12 november een nieuwe serie start, heeft het in zekere zin gemakkelijker dan ’Neonletters’. Door de herkenning van vaak meesterlijk gepersifleerde BN’ers als Brigitte Kaandorp en Maik de Boer kunnen de kijkers zich identificeren en krijgen de makers (Carlo Boszhard en Irene Moors) de eerste lach cadeau. Zijn de grappen ook nog goed, wat dikwijls het geval is, dan is het succes dubbel zo groot.

Bijzonder geestig, en ook enigszins gewaagd voor een zender die qua programmering deels afhankelijk is van John de Mol, is de persiflage op de Talpa-baas als volstrekt humorloze tv-producent.

De tenenkrommende grapjes van De Mol hebben een ding gemeen met alle andere sketches in ’De tv kantine’: what you see is what you get. Er is geen sprake van gelaagdheid.

Die is er in ’Koefnoen’ wel, al is die tweede laag de ene keer steviger dan de andere keer.

Zaterdag zagen we Mark Rutte en Maxime Verhagen als hoveniers. Terwijl zij een tuin ’winterklaar’ maakten, keek Geert Wilders met de armen over elkaar toe. Na hun arbeid resteerde een geheel geruïneerde tuin, maar de eigenaren moesten wel betalen.

De boodschap moge duidelijk zijn: dit kabinet vernietigt niet alleen uw leven, u moet er financieel nog voor bloeden ook.

De makers, Paul Groot en Owen Schumacher, traden dit seizoen voor het eerst ook als zichzelf voor het voetlicht. Dat deden ze goed, maar het was, gezien de autonome kracht van de sketches, niet echt nodig.

Van Kooten & De Bie, met wie Groot en Schumacher, als ik het me goed herinner, liever niet worden vergeleken, omlijstten hun sketches eveneens met hun eigen persoonlijkheid. Dat stijlmiddel droeg eraan bij dat veel kijkers beide mannen zagen als politiek en moreel kompas.

Dat effect heeft het Koefnoen-duo veel minder. Waar Van Kooten & De Bie van jongs af aan een zekere autoriteit uitstraalden, blijven Groot en Schumacher vooral jongens.

Aardige jongens, maar jongens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden