Koe in de wei levert ook nog een mooi plaatje op

Elke dag een paar uur naar buiten en binnenblijven in de herfst geeft een win-winsituatie.

Als Jan van Weperen, een grote boer in Oosterwolde, gelijk krijgt, staat over tien jaar niet meer de huidige 20 procent van de Nederlandse melkkoeien het hele jaar op stal, maar 80 procent. (Trouw, 1 april). Gaan melkveehouders de varkens- en kippenboeren achterna? Het is een perspectief dat tegen de wens van de burgers ingaat. Het is onverstandig, onnodig en ongewenst.

Het gras naar de koe brengen, is duurder dan de koe naar het gras brengen. De mechanische winning van gras is natuurlijk duurder dan koeien zelf laten grazen en het vee op stal moet gevoerd en verzorgd worden. Het scheelt al gauw een paar centen per liter melk. Dat lijkt op een kostprijs van pakweg gemiddeld 40 cent niet veel, maar omgerekend naar een gemiddeld bedrijf dat 700.000 liter melk produceert, is die 2 cent toch al gauw een half jaarinkomen!

Daarnaast kan de weidende boer ook nog eens een hogere prijs bedingen. Op dit moment stelt de meerprijs die enkele zuivelfabrieken voor weidemelk geven, nog niet veel voor, maar een product dat inspeelt op de consumentenwens zal zich toch uitbetalen in een hogere opbrengstprijs.

Is de weidende koe dan in alle opzichten beter? Nee, niet voor de mineralenbenutting. De weidende koe 'dumpt' immers haar mest en urine in het weiland. Als de koe op stal verblijft, kunnen de mineralen in de mest en urine voor een groot deel hergebruikt worden als plantenvoeding.

Ook is weidegras als voer voor de koe niet altijd het beste. Vaak zit er meer eiwit in dan een koe nodig heeft. Het overschot, de luxe consumptie, komt er aan de achterkant weer uit in de vorm van stikstofrijke urine, die niet benut kan worden door het gras.

Het is dus kiezen: een 'stalkoe' met een goede mineralenbenutting die je precies het voer kan voorzetten dat zij nodig heeft of de 'weidekoe' die goedkopere melk geeft, met meer gezonde vetzuren en die ook nog een mooi plaatje oplevert.

Als je beweidt, is het dus de kunst om de voordelen uit te buiten en de nadelen, een slechte benutting van mineralen en grasverlies door liggen, vertrappen en bemesten, te beperken. Je kunt bijvoorbeeld twee keer per etmaal enkele uren weiden. Bijvoeren met eiwitarm en vezelrijk voer, ter compensatie van het eiwitrijke en vezelarme gras, kan dan toch voor een gezond dagmenu zorgen. Ook is het verstandig om het beweiden in de herfst te beperken, zowel uit voedingsoogpunt als vanuit milieuoogpunt.

Maar het is toch onafwendbaar dat er steeds meer koeien naar binnen gaan, gezien de steeds grotere veestapels en de opmars van het automatisch melken? Uit recente cijfers blijkt echter dat twee derde van de 900 grote bedrijven in Nederland (meer dan 150 melkkoeien) in 2008 hun koeien de wei in stuurden. Ook de helft van de melkrobotbedrijven past een vorm van beweiding toe . Waar een wil is, is dus ook een wei.

De weidende koe moet je niet verheerlijken: er worden tegenwoordig stallen ontwikkeld die voor de koe een lust zijn om in te verblijven, de zogenaamde vrijloopstallen waar de koe heerlijk vrij rondloopt en in een bed van strooisel ligt. En wat te denken van de ontwikkeling van de zogenaamde 'koeientuin', waarbij 'de wei in de stal' gebracht wordt?

Wat moet de overheid, de boerenorganisatie of de zuivelfabrieken nu doen? Weidegang verplichten of belonen? Een kluif voorhouden werkt beter en is sympathieker dan straffen. Vooral geen dogma van maken maar een realistisch en praktisch stimuleringsbeleid ontwikkelen om in Nederland, in het weideseizoen, nog veel melkkoeien in de wei te blijven zien. Ik hoop dus dat Jan van Weperen geen gelijk zal krijgen!

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden