KNWU zoekt naar uitweg op de baan

Wielerbond zit in de maag met olympische status baanrennen

Baanwielrenner Matthijs Büchli trekt een bedenkelijk gezicht: de media laten zich nu, een jaar voor de Zomerspelen in Rio de Janeiro, eindelijk weer eens zien. Wielerbond KNWU maakte gisteren de dertien namen bekend van de renners en rensters voor het WK op de baan, volgende week in Parijs. En in dit pre-Olympisch jaar is het toernooi een van de laatste serieuze krachtmetingen voor de baanselectie voor Rio.

Daarmee is meteen ook een zwakte blootgelegd van deze discipline, erkent Thorwald Veneberg, technisch manager van de bond: het gebrek aan regelmatige internationale krachtmetingen. Tussen Parijs, van 18 tot en met 22 februari en Rio 2016, zit slechts een handvol toernooien. Het merendeel van de komende anderhalf jaar vullen de baanrenners met onderlinge trainingsrondjes. Niet meteen mediageniek.

Die magere wedstrijdcyclus hoeft een internationale topprestatie niet in de weg te staan. Maar uitdagend is anders, knikt Veneberg.

De KNWU streeft naar een andere benadering van de baandiscipline. De bond kijkt met een schuin oog naar het succes van die andere baansport, het schaatsen. "Wij onderzoeken of de baanploeg los van de bond kan staan. Op eigen commerciële poten inderdaad." Anderhalve ton moet zo'n initiatief kosten, rekent Veneberg voor. Volgens de KNWU zijn er momenteel gesprekken gaande met geïnteresseerde partijen. "Ik heb goede hoop."

Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. De KNWU zoekt voornamelijk naar alternatieven vanwege geldgebrek. De achtervolgingsploeg bleef vorig jaar om die reden weg van het WK in Columbia. De reis werd te duur gevonden.

Een actie van de bond om diezelfde achtervolgingsploeg met crowdfunding naar Rio te krijgen, draaide uit op een sof. De teller bleef staan op 3500 euro in plaats van de gehoopte twintigduizend.

De Olympische status van het baanwielrennen is de KNWU stilaan tot last geworden. Een oorzaak is de bijna halvering van de zes ton subsidie door sportkoepel NOC*NSF drie jaar geleden. Een andere is de gelaten houding van de wielerbond sinds de herverdeling van financiële middelen van NOC*NSF.

Büchli, de beste baanrenner van het moment, kijkt met een schuin oog naar die andere kleine wielerdiscipline: het veldrijden. Ondanks alle tekortkomingen - overwegend op Vlaanderen gerichte folklore - is het verdienmodel van het veldrijden een voorbeeld van hoe het ook kan. De beste dertig, veertig internationale renners, verdienen een goede boterham aan de drie klassementen die het veldrijden inmiddels rijk is. "Het zou onze sport een flinke stimulans geven", beaamt Büchli.

"Kort geleden waren wij met de groep in Engeland. Daar zie je volgepakte velodromes met gezinnen die er een dagje uit van maken."

Bondscoach Jabik-Jan Bastiaans wordt somber als hij zich het NK voor de geest haalt: "Honderdvijftig mensen en een doodse stilte." Maar daarmee is volgens hem nog niet gezegd dat de sport hier geen kansen heeft. "Met Theo Bos zag je dat het baanwielrennen ineens een kampioen in huis had waarvoor pers en publiek warmliepen."

Maar dat vergt investeringen, in wielerbanen en vooral in de aanwas van talent. Nog te vaak wordt de discipline gebruikt om de koude maanden te overbruggen. Dat moet anders, weet Veneberg die toegeeft dat de sport er heel anders zou uitzien als het label Olympisch er niet aan zou hangen. "Ik denk dat we dan niet zouden spreken van topsport."

Büchli is van dat laatste niet helemaal overtuigd. Zie het veldrijden, meent de renner die binnenkort naar Japan vertrekt (zie kader).

Nu ploetert de nationale selectie voor een karige onkostenvergoeding en hun enige financiële garantie, die Olympische A-status. "Ik, wij, doen dit omdat wij dit heel graag doen. Maar ik zou wel graag de pers wat vaker willen zien."

undefined

Büchli naar Japan

Voor het geld gaat hij niet naar Japan. Al is het natuurlijk wel mooi meegenomen, lacht Nederlands beste baansprinter van het moment, Matthijs Büchli.

De 22-jarige heeft een uitnodiging op zak voor een lucratief avontuur van paar maanden, bijna twintigduizend kilometer verderop. Büchli is gevraagd voor de keirin, een baandiscipline die in Japan enorm populair is en waarvoor gokkers ongegeneerd de portemonnee trekken. Toprenners zijn er goed voor soms twee miljoen euro. "Ik ga er in april heen en kom in september terug." Büchli die volgende week op het WK in Parijs zal acteren, weet niet wat hij ervan moet verwachten. "Sportief is het in elk geval niet van WK-niveau", zegt hij zelfverzekerd.

Wereldkampioenen Theo Bos en Teun Mulder gingen de Haarlemmer in Japan voor.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden