Knusse christen-democratie en het falen van de PvdA

Een stortvloed van goede voornemens, vrome wensen en overbodige uitspraken – daar komt een goed deel van het regeerakkoord wel op neer. ’Er moeten zich zo min mogelijk bestuurslagen met een onderwerp bemoeien’. ’De criminaliteit moet tot 2010 met 25 procent worden verminderd’. Heel lief is deze: ’Amateurkunst en ’volkscultuur’ worden gestimuleerd’.

SP-leider Jan Marijnissen legde de vinger op een paar pijnlijke punten: over de hypotheekrenteaftrek wordt niets gezegd en een beslissing over het mogelijk financieel onbeheersbare JSF-project wordt weer uitgesteld. Rechts bleek gewoontegetrouw alleen geobsedeerd door het asielvraagstuk. VVD-voorman Rutte betreurde het einde van het beleid van Rita Verdonk en Geert Wilders vreesde zelfs dat ons land daardoor ’aan de rand van de afgrond’ zal belanden omdat – aldus zijn onsmakelijke retoriek – nu tienduizenden asielzoekers ’die gelogen en bedrogen hebben, aan een verblijfsvergunning worden geholpen’. (Zoals Ayaan Hirsi Magan?)

Het interessante van het regeerakkoord moet overigens ergens anders worden gezocht: in de algemene strekking van het document, dat in veel opzichten de knusse tijdgeest weerspiegelt. Het gaat steeds om bevordering van gemeenschapszin en sociale cohesie, om geborgenheid en gedeelde waarden, met als dragende instituties het gezin, de school, de kerk en vele andere instellingen in het zogeheten maatschappelijk middenveld. Het is christen- democratische filosofie writ large.

Veelzeggend is de expliciete verwijzing naar de jaren vijftig, toen Nederland nog waarlijk solidair was en niet aan individualisering ten prooi gevallen. Verder herkennen vrijwel alle waarnemers de invloed van het ’communitarisme’ van de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni waar Balkenende een jaar of wat geleden mee wegliep.

Het CDA is met deze nieuwe regeringskoers eindelijk ’thuis’ gekomen. De VVD mag ontdekken dat de harde hervormingen door het vorige kabinet door Balkenende werden getolereerd, maar niet zijn hart hadden. Toen de agenda was afgewerkt, kon hij een verwante partner zoeken die hij vond in de huidige PvdA, ideologisch gezien al vele jaren zo mak als een lam.

Het regeerakkoord is er het bewijs van. Er staan slechts een paar punten in die de ware sociaal-democraat gelukkig zullen maken: het afblazen van de privatisering van Schiphol en de aankondiging dat de bestuurders in de (semi)publieke sector bij ontslag genoegen zullen moeten nemen met maximaal een jaarsalaris als vergoeding.

Voor het overige davert het van voordelen voor ondernemers, de kampioenen van wat gemakzuchtig wordt omschreven als een ’vitale en innovatieve economie’. Zelfs moet in de toekomst het vak ’ondernemerschap’ in het onderwijs worden gedoceerd.

De grote sociaal-economische problemen die zich overal aan de horizon aftekenen en in ons land voor toenemende ongerustheid zorgen, vinden nergens zelfs maar een vluchtige vermelding. Een paar willekeurige voorbeelden: de massale arbeidsmigratie uit Oost-Europa (van met Polen); het gevecht om de zeggenschap in de onderneming en de gevaren van buitenlands zwerfkapitaal voor de stabiliteit van onze economie; de graaicultuur in de top van het bedrijfsleven (over ’normen en waarden’ gesproken!); de gevolgen van de globalisering, in het bijzonder de opkomst van China en India en de energiepolitiek van Rusland. Verder: de ’verrommeling’ van het landschap door het ontbreken van nationale ruimtelijke planning.

Deze en andere ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat er in de publieke opinie een geleidelijke omslag valt te bespeuren, een toenemende twijfel aan het dogma van rigoureuze liberalisering. De populariteit van het liberalisme zelf lijkt er door aangetast.

Nu is het zeker overdreven reeds te spreken van een ’sociaal- democratisch moment’ in de geschiedenis, zoals in de jaren 1945-1950 in heel Europa. Maar je zou verwachten dat de PvdA nu toch wel op het vinkentouw zit. Dat is de partij die geacht wordt sociaal-structurele veranderingsprocessen met aandacht te volgen en waar mogelijk in de maatschappelijk gewenste richting te sturen.

Maar die erfenis is klaarblijkelijk volledig vergeten. De PvdA onderscheidt geen polariteit tussen kapitaal en arbeid, tussen marktwerking en staatstaken, maar uitsluitend tussen individualisme en gemeenschapsdenken. Nu zij tot de macht wordt geroepen, valt ze niet terug op haar sociaal- economisch begrip van het maatschappelijk proces maar op het vriendelijke ’gezindheidssocialisme’ uit de tijd van Willem Banning en Koos Vorrink, vervuld van goedwillendheid, moraliseren en volksopvoedingsidealen.

En inderdaad, dat sluit aan bij de christen-democratie en het staat haaks op de individualistische cultuur en seculiere traditie die sinds Paars in Nederland dominant leek te worden. Wie weet, is dat een intermezzo geweest, zoals ook de renaissance van het religieuze denken lijkt te suggereren. Laat het CDA er gelukkig mee zijn, van de PvdA mag iets anders worden verwacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden