Knuffelen met een dood konijn

Ontwerpster Amber Veel werkt met dode dieren. Ze vilt, looit en stikt hun vacht en maakt er een nieuw product van. Zodat ze niet worden vergeten.

Nee, het stinkt niet in haar werkruimte. En er hangt ook geen schort vol geronnen bloed. "Om een dier te villen, maak je één snede om van daaruit de huid verder los te halen", legt kunstenares Amber Veel uit. "Het bloedt niet als je een dier vilt, laat staan als je een al gevilde huid verder schoonmaakt en looit." Ook het prepareren van de schedel is niet zo luguber als het misschien klinkt. "Je moet hem in een pannetje warm water uitkoken. Dat stinkt wel echt enorm."

"Ik heb moeite met afscheid nemen," antwoordt Veel op de vraag naar het waarom van haar werk. "Vroeger kon ik er al niet tegen als mijn konijn was doodgegaan." Na jaren studie heeft ze daar iets op gevonden. "Konijntjes hebben een prachtig vachtje. Het is zonde als dat verloren gaat. Daarom looi ik de huid van dode exemplaren en maak ik er knuffels van."

In haar atelier in de tuin van een kleine benedenwoning in Amsterdam-West laat ze zien hoe dat in z'n werk gaat. "Deze haas kreeg ik van een jager", zegt ze, terwijl ze een platte huid met een kleine kop van een haakje aan de muur pakt. "Hij had hem met Kerst opgegeten dus het dier was al gevild. Ik moest alleen de laatste vleesresten er nog met een mesje afhalen en de kop prepareren."

Het dode werkmateriaal raakt haar. De ene dag gaat het beter dan de andere, zegt ze. "Ik hoef niet te huilen, maar ik vind het wel sneu dat zo'n diertje er niet meer is."

Tijdens haar studie aan de Rietveldacademie ging ze naar het slachthuis om uit te zoeken hoe koeien worden gevild. "Je wordt er wel nederig van als je ziet hoe een dier doodgaat. Dan kijk je heel anders naar de gehaktbal die 's avonds op je bord ligt." De konijnen voor haar knuffels krijgt ze van de kinderboerderij en van de industrie die ze voor hun vlees houdt. Ze vilt de dieren zelf, maar doden doet ze niet. En opeten gaat haar ook te ver. "Je weet vaak niet waar zo'n dier aan is overleden. Er zit een gezondheidsrisico aan om dat vlees te eten. Bovendien ben ik geïnteresseerd in de huid en niet in het vlees."

Voordat Veel naar de Rietveldacademie ging, was ze verpleegster. "Ik was geïntrigeerd door het zelfherstellend vermogen van de huid maar nog meer door het verhaal erachter. Elke huid is anders, elk litteken heeft een geschiedenis. Bij een open wond kan je als het ware door de huid heen in het lichaam kijken. Dan zie je vlees en bloed, maar weet je nog niet wat die wond heeft veroorzaakt."

Op de kunstacademie onderzocht ze aan de hand van de ideeën van de Franse filosoof Bataille wat er in het huidoppervlak ligt opgeslagen. "Ik zie de huid als de grens tussen de binnen- en buitenwereld, maar tegelijkertijd ook als het medium, de drager van gebeurtenissen. De fysieke interacties van de huid met de buitenwereld zijn zichtbaar in de vorm van rimpels, pigmentvlekken of littekens. De niet-fysieke interacties zijn eerder vergelijkbaar met de harde schijf van een computer. Als je die openmaakt kan je de informatie die erin ligt opgeslagen niet zien. Toch weet je dat die informatie er is."

In haar werk onderzoekt ze ook de grens tussen leven en dood. "De dood is bij ons taboe, die wordt weggestopt, zeker de dood van dieren. Als een dier overlijdt, wordt het aan het zicht onttrokken en opgeruimd. Daarmee vergeten we dat het heeft geleefd. Andere volken, eskimo's bijvoorbeeld, gaan daar heel anders mee om. Zij dragen het vel van een zeehond uit respect. Ze hebben dat dier nodig om te eten, maar eren hem postuum door z'n huid te blijven dragen."

Op polderschaal zijn konijntjes bij uitstek geschikt voor zulk eerbetoon. "De huid van veel dieren, waaronder konijnen, is een waardevol product, maar belandt toch vaak op de afvalhoop. Met mijn werk kan ik hun vacht juist een tweede leven geven. Tegelijkertijd zijn konijnen lief en onschuldig. De dood heeft iets afstotends en afschrikwekkends, maar een konijnenvachtje heeft juist iets heel aantrekkelijks, dat wil je aaien en naar je toe halen. Met dat contrast speel ik."

De konijnenknuffels zijn niet de enige ontwerpen waarvoor ze dieren gebruikt. In haar eindexamenpresentatie van de Rietveldacademie baarde ze opzien met zijden onderjurkjes vol bloedsporen en lijkvocht. Ze gebruikte de zijde als ondergrond bij het villen en pakte de ontvelde dieren ermee in om de proteïne uit hun vlees op te vangen. Vervolgens looide ze de stof met aluin en zout om bederf van de eiwitten te voorkomen. Ook daar zit een idee achter. "Een onderjurk draag je direct op de huid, hij bedekt je maar je voelt je er ook naakt in. Net zoals een dier zich naakt voelt zonder vacht."

Mensen vergelijken haar wel eens met Tinkebell die een tas maakte van haar kat. Maar dat vindt ze niet helemaal terecht. "Als twee schilders allebei verf gebruiken, doen ze toch ook niet hetzelfde? Tinkebell en ik gebruiken allebei dierlijke materialen maar ik heb weleens het idee dat zij vooral wil shockeren, dat ze bewustzijn bij mensen wil creëren. Ik ben niet zo verontwaardigd of boos dat ik de wereld wil verbeteren. Ik ben allang blij als mensen zich door mijn werk laten inspireren."

Veel leeft vooralsnog van het ontwerpen van stoffen. Voor de knuffels, met een zachte binnen- en buitenkant, heeft ze nog geen kopers gevonden. Ze laat nog een paar opgezette dieren zien. Een grijze eekhoorn uit Engeland die ze bij de preparateurvereniging moest opzetten, een opgekruld konijntje, een binnenstebuiten opgezet konijn met de vacht aan de binnenkant. Deze, niet zo knuffelbare dieren, zijn vooral bedoeld als studieobject, om het bewerken goed onder de knie te krijgen. Onder het bureau staat een vriezer, omdat haar man liever geen dode knaagdieren tussen de ingevroren boterhammen in de keukenkoelkast wilde vinden.

Buiten schuilt konijn Frank op de gladde vlonders in de tuin voor een hagelbui. "Hij mag overdag buiten rondhuppen maar 's nachts moet-ie in z'n hok omdat ik niet weet waar de kat van de buren toe in staat is." Het klinkt bijna verontschuldigend. En wat zal er uiteindelijk worden van Frank? "Ik denk er liever niet aan dat Frank ooit doodgaat. Pas wanneer hij zou zijn overleden wil ik gaan nadenken over een manier om hem bij mij te houden."

Van 19 tot en met 24 maart staat Amber Veel in Boijmans Van Beuningen in Rotterdam om haar ambacht te demonstreren. Meer informatie is te vinden op haar site: www.amberveel.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden