KNSB stopt met olympische nominaties

Schaatsbond ziet geen extra waarde Maar aanwijsplek voor favoriet blijft

Voor het eerst kunnen schaatsers zich in het jaar voor de Winterspelen niet nomineren of kwalificeren voor het olympische toernooi. Volgens Arie Koops, directeur Sport van de KNSB, is het systeem van voorselectie uit het verleden niet van toegevoegde waarde gebleken.

Integendeel, discussies over dit meer dan een jaar omspannende selectietraject waren in het met veel topschaatsers gezegende Nederland meer regel dan uitzondering. Of, om in de woorden van Koops te blijven: "Het leidde tot te veel ruis".

Soms ontaardde die ruis in lawaai. Vier jaar geleden ontwikkelde Kjeld Nuis zich in het olympische seizoen razendsnel op de 1000 meter. Tijdens het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) werd hij derde op de 1000 meter, maar hij had geen nominatie of kwalificatie achter zijn naam staan. Daarom moest hij voorrang verlenen aan Mark Tuitert en Jan Bos, die respectievelijk vierde en zesde werden. Zij hadden wel een 'sterretje' achter hun naam.

Het selectiesysteem dat volgend jaar voor Sotsji wordt gehanteerd, lijkt op de wijze waarop Amerikanen plegen te strijden om de startbewijzen: in één beslissend kwalificatietoernooi. Niemand heeft daarbij, zoals in het verleden, op grond van eerdere prestaties een streepje voor.

Toch is er een belangrijk verschil. Amerikanen selecteren rücksichtslos, excuses tellen niet, reputaties evenmin. In Nederland blijft men slagen om de arm houden, hoeveel talentvolle schaatsers dit land ook heeft. Met als uitgangspunt: de kans op medailles zo hoog mogelijk houden.

Dat geldt dit keer niet voor de winnaars, ook al komen die vanuit het 'niets'. "Het niveau in Nederland is zo hoog, dat geselecteerde schaatsers altijd voldoen aan de voorwaarden van NOC-NSF om bij de top acht te kunnen eindigen", aldus Koops. "Iemand die op het OKT de dag van zijn leven heeft, heeft dat mogelijk ook in Sotsji. En als iemand Wüst, Kramer of Groothuis eraf rijdt, wil ik die er wel bij hebben."

Aan de andere kant wil men vermijden dat een medaillekandidaat als Wüst, Kramer of Groothuis wel in vorm is, maar buiten de boot valt door een val of ziekte. Het begrip 'aanwijsplek' zal daarom niet uit het schaatsvocabulaire verdwijnen. Ook de vier jaar geleden ingevoerde 'prestatiematrix' zit bij de keuzeheren voor het grijpen in de binnenzak.

Die prestatiematrix, een model om medaillekansen op de Winterspelen te berekenen, blijft een belangrijk uitgangspunt bij de olympische selectie. Nederland mag maximaal tien schaatsers en tien schaatssters naar Sotsji afvaardigen, de bezetting van de ploegenachtervolging inbegrepen. In de prestatiematrix worden alle prestaties tot vlak voor het OKT gewogen, waardoor kan worden berekend op welke disciplines voor Nederland de beste kansen liggen.

Deels op basis van die 'objectieve' uitkomst wordt voor het OKT de meest realistische aanwijsvolgorde bepaald. De beste rijders op kansrijke afstanden gaan voor. Voorafgaande aan het OKT wordt over die volgorde ook van gedachten gewisseld met alle coaches van de merkenteams en de atletenvereniging.

"We willen bewust alle belanghebbenden erbij betrekken, daar zit de kennis", aldus Koops. Uiteindelijk bepaalt een 'commissie van wijze mannen' onder aanvoering van Koops, die zijn contract met de KNSB met vier jaar heeft verlengd tot 2016, de definitieve selectievolgorde en de uiteindelijke olympische afvaardiging.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden