Knokkende skeletten Veel bruiklenen van James Ensor in Centraal Museum expositie

James Ensor, schilderijen, tekeningen en grafiek, een selectie uit Belgisch en Nederlands bezit, t/m 3 oktober in het Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht. Catalogus F 59,50.

Dat de Belgische schilder James Ensor (1860-1949) in Nederland nog niet de bekendheid geniet die hij verdient, zoals Sjarel Ex in de catalogus beweert, is onzin. Ensor is in Nederland wel degelijk een bekende naam en staat vooral de laatste jaren weer in de belangstelling als een belangrijk, avant-gardistisch kunstenaar, wiens vrijheid van afbeelden en experimentele schildertechniek veel schilders na hem beinvloedde. Kunsthistorisch gezien een voorloper van stromingen als het expressionisme en het surrealisme. De tweede dag na de opening bezochten al 1100 mensen de expositie in Utrecht.

De reden om de grote Ensor-tentoonstelling in Utrecht te bezoeken, is dat dit een unieke kans vormt om veel van zijn werk bij elkaar te zien.

Het meeste bevindt zich in privecollecties; van de openbare collecties in Nederland bezitten alleen Museum Boymans, het Stedelijk Museum en Kroller Muller werk van hem en exposeert alleen de laatste dit werk permanent. Wel wijdde het Rijksmuseum in '87 een tentoonstelling aan zijn tekeningen en grafiek en presenteerde Boymans Ensor nadrukelijk als een van de belangrijkste vernieuwers van het begin van deze eeuw op de expositie 'Ensor, Hodler, Kruyder Munch'.

Het samenstellen van deze tentoonstelling kostte jaren speurwerk: veel werk was wel bekend, maar vrijwel niemand wist meer waar het zich bevond. Daarbij is voorzichtigheid geboden: veel zogenaamde Ensors zijn vals. Restauratoren ontdekken regelmatig 'Ensors', die geschilderd blijken met verf die tijdens zijn leven nog niet bestond. “We hebben ons continu laten voorlichten en voor elk stuk voeling gehouden met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen,” zegt De Meyere.

Ensor, een Belg met een Britse vader, was een echte fin-de-siecle-figuur en past goed in het rijtje Van Gogh, Gauguin en Munch: een eenling die opzienbarend werk maakte, tijdens zijn leven geliefd was bij kunstenaars en avant-garde maar gekraakt werd door de gevestigde kunstwereld en de pers.

Tegen iedereen die maar iets op hem aan te merken had, schreef Ensor lange tirades, maar over zijn ideeen rept hij vrijwel nergens. Terwijl zijn werk van de betekenissen wemelt. Vechtende skeletten, poppen en maskers, zelfportretten als Christus aan het kruis, macabere humor en thema's uit verhalen van Edgar Allen Poe: Ensor verbeeldt de wereld als maskerade, als carnaval en als schouwtoneel, soms letterlijk met gordijnen aan weerszijden. Zijn maskers en carnavalskoppen lijken vaak reeler dan de mensen en boden hem de gelegenheid zich uit te leven in de meest onwaarschijnlijke verhoudingen en abstracties.

'Men moet zelf zijn stijl uitvinden', schreef Ensor in een brief uit 1928. 'Ieder nieuw werk moet een oorspronkelijke stijl vertonen'. In Utrecht is dat duidelijk zichtbaar. De op thema geordende expositie (met onderdelen als zeegezichten, stillevens en maskerades) lijkt rommelig en maar niet op gang te komen, doordat een duidelijke lijn schijnbaar ontbreekt. Daardoor zijn ook Turner, Delacroix, Van Gogh, Redon, Signac, en zijn tendenzen als de art nouveau (erg populair bij de Belgische avant-garde) duidelijk herkenbaar. Het verband ligt bij Ensor in de veelzijdigheid, in het experiment, de gekte en de humor. Hij hanteert een fascinerende beeldopbouw, waarbij platheid en ruimtelijkheid gecombineerd worden. Een Ensor vereist kijkwerk: doordat hij de kijker continu visueel misleidt, vraag je je continu af wat je ziet. Is het groot of klein, dichtbij of ver, persoonlijk of algemeen en werkelijkheid, droom of toneel?

Op een enkel reisje naar Brussel, Londen, Nederland en Parijs na, bracht Ensor zijn hele leven in zijn geboorteplaats Oostende door. In Brussel bezocht hij de kunstacademie, die hij na drie jaar verliet om zich opnieuw, tot zijn dood, in Oostende te vestigen. Ensor woonde bij zijn ouders en trouwde nooit, al had hij een vriendin. Zijn moeder dreef een winkeltje in souvenirs, carnavalsartikelen en curiosa, waar hij vaak als verkoper moest invallen. De kakafonie aan bonte stoffen, absurde beeldjes en koppen vormden een bruikbaar aanknopingspuntvoor zijn werk.

Na de dood van zijn moeder liet hij de winkel zoals die was; sinds 1952 is het 's zomers te bezoeken als Ensor-museum.

Ensor was in 1883 met de advocaat Octave Maus een van de oprichters van Les XX, 'de twintig', een groep kunstenaars en kunstkenners die indertijd de meest actuele tentoonstellingen van Europa organiseerde. In 1885 introduceerde hij Jan Toorop als lid, waardoor hij indirect een rol speelde in de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland: bij Les XX zag Toorop veel moderne kunst voor het eerst, hij legde er veel contacten en wist daardoor actuele kunst naar Nederland te halen.

Voor Ensor vormden de exposities van Les XX aanvankelijk vrijwel de enige mogelijkheid om te exposeren; elders werd zijn werk meestal geweigerd. Om toch te verdienen, begon hij in 1886 met het maken van etsen, die wel uitstekend verkochten: zo nam het Weense prentenkabinet Albertina er in een keer honderd af. Het liep zo goed, dat hij van een etsplaat soms veel te veel afdrukken liet maken (hij deed het nooit zelf), wat op de expositie duidelijk te zien is: een aantal drukken is uitermate wollig. Soms kleurde Ensor zijn etsen in om de slechte drukkwaliteit te verdoezelen.

Tot de jaren twintig verkocht Ensor erg weinig schilderijen, al exposeerde hij wel, bijvoorbeeld op de Biennale van Venetie in 1907 en in Nederland in 1910, een grote eenmanstentoonstelling bij de Rotterdamse Kunstkring. Daarna gaat het snel met de roem, wordt Ensor in de adelstand verheven en met het strand de toeristische attractie van Oostende.

Dat nu opnieuw veel belangstelling voor zijn werk is, lijkt logisch.

Ensor biedt voor elk wat wils. Zijn schilderijen zijn prachtig van kleur en schildertechniek. Ze zijn half-figuratief, herkenbaar maar vol mogelijkheden voor vrije associaties. Daardoor zijn ze zowel op hun (mogelijke) inhoud als op hun verrassende beeldopbouw te waarderen. Ze zitten vol verhalen, verwijzingen, grappen en spot. Het Centraal Museum geeft bij ieder werk goede, korte achtergrondinformatie over de figuren die erop te zien zijn, wie ze zijn en wat ze zouden kunnen betekenen, zonder al teveel te hineininterpretieren. Want een afdoende sleutel is er nooit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden